Wereldmoeders: Hoe was jouw leven als wereldwijf mam?
Ze was zesentwintig toen ze met mijn vader in het vliegtuig stapte voor een nieuw leven in Oman, een land dat begin jaren zeventig in Nederland nog compleet onbekend was. Zo onbekend, dat toen mijn oma op het postkantoor een pakje wilde opsturen, ze te horen kreeg, dat dat land niet bestond.
Mijn moeder Eveline en haar carrière als expatvrouw – wereldwijf – werd een avontuur van dertien jaar, met drie kinderen in evenzoveel landen. Veel dat wij nu voor lief nemen, communicatie met het thuisfront, moderne winkels, of medische voorziening bestond simpelweg niet toen mijn ouders in 1973 naar Oman vertrokken. Ik vroeg dit inspirerende ‘wereldwijf avant-la-lettre’ haar herinneringen te delen van haar allereerste posting.
Mijn vader werkte voor Shell, wat voor steun kreeg je voor vertrek vanuit het bedrijf?
Op het hoofdkantoor van Shell was één speciale mevrouw die ons de ins en outs van het expatleven kon meedelen – vooral praktische informatie, zoals hoeveel luchtvracht en zeevracht je mocht versturen en wat je daar zoal in moest stoppen. In Oman was destijds een kleine supermarkt in het kamp de commy (commissary) genaamd en er was er eentje buiten het kamp. Verder de suq (markt) in Matrah en dat was het dan wel qua shoppen.
Hoe was de aankomst in het nieuwe land?
We kwamen midden in de nacht in het pikkedonker aan. Er was toen nog geen vliegveld, alleen een airstrip. We werden naar het PDO (Petroleum Development Oman) kamp gebracht, en dat was de enige plek waar wat licht te zien was die nacht. De volgende dag gingen we meteen naar kantoor en langs de huisarts daar, een Nederlander. Die vertelde me enthousiast, dat het voor vrouwen het beste was om maar meteen zwanger te worden, want dan had je tenminste wat te doen. Dan zit je als geëmancipeerde Hollandse toch wel even vreemd te kijken.

Hoe was de eerste tijd daar?
Mijn man moest als PE (petroleum engineer) anderhalf jaar op de boring werken, met een schema van elf nachten weg en twee nachten thuis. Als ingenieur had hij 24 uur dienst. Dit in tegenstelling tot de drillers, die in shifts van 8 uur werkten. Soms ging ik hem ophalen en als de Skyvan geland was, een soort volkswagenbusje met vleugels eraan, stormden er een stel keurig gewassen drillers naar buiten en één stoffig oververmoeid cement blok: de PE.
Na een uitgebreid bad en een lekkere maaltijd, viel hij meestal ook als een blok in slaap. Dus snel zwanger worden was nog niet zo eenvoudig!
Gelukkig was het bedrijf hier behulpzaam: als het na een half jaar nog niet gelukt was, werd de man in kwestie tijdelijk overgeplaatst naar het kamp met een kantoorbaan. Gelukkig hoefde dat bij ons niet. Ik weet nog precies de dag en het uur waarop ons eerste kind verwekt is.
Dus daar zat je dan, zwanger met een man die veel weg was…
Ja, en daarna was alles ook nog niet zo eenvoudig, want je kon in Oman als expat niet bevallen. In het ziekenhuis liepen geiten rond en hele families bivakkeerden tussen de bedden. Dus ging je als je zeven maanden zwanger was naar Nederland – daarna mocht je niet meer vliegen. En dan maar hopen dat de aanstaande vader op tijd was voor de bevalling. Die kreeg geen speciaal verlof, dus de mannen bleven zo lang mogelijk doorwerken. Het liefste reisde je dan met z’n tweeën met de baby terug. Wat er eigenlijk op neer kwam dat je met een twee weken oude baby weer in het vliegtuig stapte. In een reiswiegje dat bij het overstappen in Bahrein gewoon in de achterbak van de taxi werd gedumpt. Zoiets hadden ze daar nog nooit gezien.

Hoe werd je opgevangen, als vrouw die vaak alleen was?
De vrouwen in het kamp vingen elkaar op. Vooral met de andere vier PE vrouwen had ik (en heb ik nog steeds) een erg goede band. En ook met de drillers-vrouwen, want die zaten in hetzelfde schuitje. Veel tijd om eenzaam te zijn had je niet. Er waren altijd wel borrels en partijen, koffieochtenden en diners waarbij je geacht werd aanwezig te zijn. Verder kon je sporten en aan allerlei creatieve dingen mee doen. Alleen de cursus Arabisch volgen, die PDO aanbood aan werknemers, dat ging nou net iets te ver. Die was niet voor ons vrouwen.
Hoe hield je contact met het thuisfront?
Contact met vrienden en familie in Nederland was niet zo simpel als tegenwoordig. Telefoneren ging moeizaam, de verbinding van het kamp naar het postkantoor in Muscat was heel slecht. Het was praktischer om naar Muscat te rijden en dan in het postkantoor naar Nederland te bellen.
Telefoneren met je man op de rig was ook heel grappig. Je belde via de PDO-radio en alle mannen op de vijf boringen luisterden vrolijk mee, hoe de meestal pasgetrouwde stellen converseerden. Met na iedere zin “over”.
‘Ik hou van jou, over.’ ‘Wat zeg je?’ ‘Ik HOU van JOU. Over.’
Voor de briefpost hingen mensen die op verlof gingen een plastic zak aan de deur, waarin je dan je post gooide, liefst al met de postzegels erop. Ze werden dan ergens in Nederland voor je op de bus gedaan.
Had je ook contact met mensen buiten het kamp, met de Omani?
Met de lokale bevolking hadden we weinig contact, alleen met Omaanse PDO medewerkers, want die spraken Engels. Wanneer we in het weekend op safari gingen, kwamen we wel mensen tegen die vaak nog nooit blanken hadden gezien en waar je met handen en voeten mee praatte. Ze waren altijd enorm gastvrij, je kreeg eten en drinken aangeboden. Het was dan ook stuitend om te zien, dat toen het kamp na enkele jaren “open” ging, er geen pasjes meer nodig waren om binnen te komen en de Omani in het weekend in grote getale het kamp kwamen bezichtigen, alle expats verontwaardigd waren vanwege dat toerisme. Niemand kwam op de gedachte om die mensen uit te nodigen voor een kop koffie. Ik ook niet trouwens, moet ik eerlijk bekennen.

Hoe hielden de vrouwen zichzelf bezig, hoe zag je dag eruit?
Bijna iedereen had een dienstmeisje, vaak uit India, dus het huishouden kostte weinig tijd. We organiseerden speelgroepjes voor de peuters, en los van het naar de Shell basisschool brengen en halen was er veel tijd was om leuke dingen te doen. Omdat wij naast het sporten, op het strand liggen en creatief bezig zijn ook nog wat zinvoller dingen wilden doen, hebben we met zes vrouwen een discussiegroep opgericht. Heel streng. Aan de eettafel zitten en niet praten over andere dingen dan het onderwerp.
We begonnen, meen ik, met Herfsttij der Middeleeuwen van J. Huizinga. Vervolgens werden allerlei onderwerpen aangepakt, zoals de ‘Arabische wereld in alle aspecten’ en ‘The Prophet’ van Kahlil Gibran. Iedereen kon vanuit haar eigen achtergrond iets bijdragen aan de discussie. Tijdens je verlof werd je geacht interessante lectuur in zesvoud mee terug te nemen. Dit ‘Omanclubje’ bestaat nog steeds en hoewel er helaas twee van ons zijn overleden, komen we meestal twee maal per jaar bij elkaar, waarbij we naast het uitwisselen van familie-wederwaardigheden ook altijd een boek of een artikel bespreken. Verder hebben we voor de lagere school naast de bibliotheek een documentatiecentrum opgericht. Zo hielden we ons zelf van de straat.
Tot slot moet ik vermelden, dat het voor vrouwen, die iets meer wilden dan alleen maar praten over man en kinderen, het dienstmeisje en het verlof, er soms wel mogelijkheden waren. Een heel enkele keer in de vorm van een baan, mits je niet de baan van een lokale vrouw inpikte. Of je moest zelf iets verzinnen, een wetenschappelijk onderzoek, of zwemles geven aan de Shellkinderen.
Het is wel zo, dat de mogelijkheden iets ruimer waren toen wij voor de tweede keer in Oman woonden, zo’n tien jaar later.
Zou je leven anders zijn verlopen als je in Nederland was gebleven?
Vast wel. Dan had ik mijn studie waarschijnlijk afgemaakt en wie weet had ik nog een kleine carrière kunnen opbouwen. Maar ik ben nu wel blij, dat ik zoveel tijd met mijn drie kinderen heb kunnen doorbrengen. En hoewel ik zelf culturele dingen zoals musea, concerten en schouwburgvoorstellingen erg miste, was het voor kleine kinderen een ideaal en onbekommerd leven.
Nu je inmiddels alweer een tijd in Nederland woont en de kinderen uit huis zijn, hoe kijk je terug op je periode in het buitenland?
Terugkijkend kan ik zeggen, dat onze expattijd mijn leven heeft verrijkt. Je leeft een paar jaar in een heel andere cultuur. En hoewel wij natuurlijk nog erg Europees leefden in ons Shell-kamp, verandert je kijk op bepaalde zaken wel. In de zeventiger jaren was er oorlog in de Libanon. Hoewel ver van ons bed, voelden we ons er toch meer mee verbonden.
Niet alleen omdat bijna al ons eten uit Beiroet ingevoerd werd en er dus alleen nog maar sla en uien in de winkel lagen! Maar vooral ook omdat je, wonend in het Midden-Oosten een genuanceerdere kijk op de zaak krijgt. Het viel toen op dat Nederlanders een uiterst door Israël gekleurde bril op hebben. Terwijl wij meer begrip hadden voor de Arabische kant van de zaak. Die situatie was ook bedreigend, want we moesten een vluchtkoffertje klaar hebben staan en voor de kust lag een grote Shelltanker gereed om ons zo nodig te evacueren.








