Minder dieren, minder bedrijven, minder vlees. De wereld moet veranderen!

Ik reed onlangs naar mijn huis, in een lokale buurt net buiten Arusha in Tanzania toen ik een varken zag. Er liep een heel groot log roze varken. Korte beentjes, zijn hangende buik dichtbij de grond. Aan zijn voorpoot was een touwtje vastgemaakt, dat een man die naast hem liep vast had. Samen waren ze op weg naar de slacht. 

Toen pas realiseerde ik me dat ik al jaren geen echt varken meer had gezien. In Nederland verblijven 16 miljoen varkens in afgesloten stallen. Alleen op weg naar het slachthuis, in een vrachtwagen, kun je heel soms een levend varken zien. Hier in Tanzania zijn de geiten, schapen en koeien nog onderdeel van het dagelijks leven. Langs de kant van de weg grazen kalfjes de berm leeg. Schapen en geiten rommelen tussen de bananenbomen. Kippen scharrelen op de erven. Maar varkens, ook hier in Tanzania, zijn naar een donkere stal verdreven, waar ze worden vetgemest. Ook hun eerste stapjes buiten de stal zijn gelijk hun laatste. Naar de slager. 

Conspiracy theorie of gewoon geen vlees meer eten?

In Tanzania denken ze dat corona is gebracht door de duivel. Bidden helpt. In Amerika zijn er hele volksstammen die geloven dat Bill Gates erachter zit. In Nederland worden telecommasten in brand gestoken omdat deze corona zouden verspreiden. De wetenschap wijst echter naar de markten in Wuhan waar mensen wilde dieren verhandelen voor de consumptie. De pandemie woedt nu door heel de wereld en wilde-dierenmarkten zijn vooralsnog verboden. Maar de wetenschap vertelt ons ook nog iets anders….

Overal waar dieren op een onnatuurlijke manier gehouden worden bestaat de kans op een virusuitbraak. In meer of mindere mate. De Mexicaanse griep begon in een varkensstal, de Q-koorts ontstond in een geitenhouderij. Dus in plaats van de schuld aan die ‘rare’ Chinezen te geven, moeten we ook bij ons zelf te rade gaan. De manier waarop we in het westen dieren houden voor ons vlees is niet langer houdbaar.  

veehouderij Tanzania
Foto: Marjolein de Rooij

Stop de intensieve veehouderij

Jane Goodall zegt op 19 april in het tv programma Buitenhof: ‘We moeten de markten waarin wilde dieren worden verhandeld sluiten. En eigenlijk moeten we dat ook doen bij de intensieve veehouderij. Het gaat niet alleen om wilde dieren, maar ook om de manier waarop we omgaan met varkens, koeien en kippen. Want sommige ziekten zijn ook in die vreselijke bedrijven ontstaan’. Ondertussen zien we vleermuizen die in stukjes worden gehakt en gaat de presentator verder over haar unieke chimpansee project in Tanzania. Hoor je wat ze zegt? We moeten stoppen met de intensieve veehouderij! 

In het AD van 5 april jl. antwoordt viroloog Ron Fouchier op de vraag of de intensieve veehouderij een potentieel gevaar is: ‘Absoluut. Nederland is vol met gastheren die een virus over kunnen dragen.’ Ook zegt hij dat de pandemie geen verrassing was. ‘Met onze manier van leven, bijvoorbeeld hoe we omgaan met dieren, is het onvermijdelijk dat dit soort virussen zich wereldwijd verspreiden.’ 

Minder dieren, minder bedrijven, minder vlees

Amerikanen eten 120 kilo vlees per jaar per persoon, Nederland 89 kilo en de Chinezen 63 kilo. In Tanzania eten ze 7,1 kilo vlees per jaar. En je ziet dat zelfs in Tanzania de varkens al achter slot en grendel opgroeien, als een vleesfabriekje. Als de ontwikkeling en de rijkdom hier in Tanzania toeneemt zal de hoeveelheid dieren die op inhumane wijze gehouden worden ook toenemen. Straks is er geen enkel land op aarde waar varkens nog in de modder wroeten en in hun eigen natuurlijke tempo groot worden. Met alle gevolgen van dien. 

Het is nu de tijd om het tij te keren. We moeten deze pandemie serieus nemen, luisteren naar de experts en vervolgens de oorzaken wegnemen. Ons eetgedrag moet fundamenteel veranderen willen we een volgende crisis voorkomen. Minder dieren, minder bedrijven, minder vlees. Dat wordt het nieuwe normaal.


Hoofdfoto: Pixabay

Over dit Wereldwijf: Marjolein de Rooij - Tanzania

Marjolein de Rooij - Tanzania
Hi! Ik woon met mijn man en drie kinderen in Arusha, Tanzania. Ik run hier een lodge, Arusha Villa en organiseert safari’s via mijn bedrijf Good Safari Daarnaast ben ik betrokken bij allerlei projecten die bijdragen aan een betere wereld. Met mijn eigen bomen project plant ik 10.000 bomen in de omgeving waardoor de zwart-witte franje apen straks via de bomen naar andere bosgebieden kunnen trekken. Ik plaatst prullenbakken langs de grote weg, help dorpen in de omgeving aan water en ben vrijwilliger bij de zwerfhonden opvang. Daarnaast schrijf ik over wat me opvalt in het dagelijks leven in Tanzania.