Samenleven in een wereld met complotdenkers, een opgave of een zegen?

Esther Quatfass

Een paar dagen geleden liep over de muur vlak naast mijn hoofd een spin. Ik zat achter mijn laptop en zag haar vanuit mijn ooghoek. Er ging door me heen dat ik haar dood moest maken. Of op zijn minst daar weg moest halen. Of dat ik anders zelf weg moest vluchten. Maar ik bleef naar mijn laptop kijken en liet haar doorlopen. Ze kroop in een kier bij het raamkozijn. Daarna heb ik haar niet meer gezien.

Co-existing, oftewel naast elkaar bestaan. Onlangs zag ik dit gegeven op een sublieme manier uitgewerkt worden in de documentaire The Biggest Little Farm. Een boerderij werd opgezet op een stuk grond, dat door monocultuur was uitgedroogd en verarmd. De plek werd getransformeerd in een bron van veelzijdig leven. Insecten, vogels, knaagdieren, roofdieren, planten, bomen, boerderijdieren; alles leefde er samen, min of meer in balans.

Samen leven met schandalen en corruptie

Het gegeven van ‘naast elkaar bestaan’ plaatsen in de context van de mensenmaatschappij, gaat niet zonder problemen. Mensen met verschillende ideeën, wensen, verhalen, achtergronden en meningen hebben vaak moeite met elkaar. Het lijkt voor ons een onmogelijke opgave om elkaar, juist omwille van onze verschillen, te waarderen. Het lijkt voor ons onmogelijk om onze verschillen te zien als een positieve kracht achter het vergroten van ons bewustzijn.

Er is ellende in de wereld. Er zijn schandalen, er is misbruik, corruptie, manipulatie… het is overal, op alle terreinen van de samenleving. Alles wat in de afgelopen eeuwen is opgebouwd, heeft ons fantastisch mooie dingen gebracht en geweldige inzichten. Maar een deel ervan is mijns inziens ronduit verwerpelijk. Iets wat meer en meer zichtbaar wordt en mensen achterdochtig maakt.

Complotdenkers in het verleden

Al in de jaren ‘50 werden sigaretten gezien als de oorzaak voor een wereldwijde epidemie van longkanker. Inmiddels weten we allemaal dat de tabaksindustrie het bewijs hiervoor decennia lang heeft tegengesproken om de verkoop van sigaretten veilig te stellen, als in een vernuftig gecomponeerd complot. 

Niet alleen bedrijven, die winst maken ten koste van het welzijn van mensen, zijn niet te vertrouwen gebleken. Ook overheden en andere autoriteiten hebben zich schuldig gemaakt aan gruwelijke dingen. 

In 1965 werden Noord Vietnamese torpedoboten beschoten door de marine van de Verenigde Staten. Alleen bestonden die boten niet. Ook was er niet geschoten. De zogenaamde beschieting was een verzinsel dat via de media naar buiten werd gebracht om een verdere escalatie van het conflict in Vietnam te rechtvaardigen. Zogenaamde complotdenkers uitten hun vermoedens over de leugen en het motief, en bleken ten slotte gelijk te hebben.

“Fruitmachine” verwijst naar een apparaat, ontwikkeld in Canada, dat homoseksuelen zou opsporen. Proefpersonen moesten naar pornografie kijken, terwijl het apparaat een erotische respons registreerde, door de diameter van de pupillen, de transpiratie en de hartslag te meten. Een deel van de werknemers, dat als homoseksueel uit de test kwam, werd bij overheidsdiensten, de Royal Canadian Mounted Police, en het leger ontslagen.

CIA en FBI

In 1971 braken complottheoristen in bij een kantoor van de FBI en onthulden documentatie over het infiltreren, surveilleren en discrediteren van Amerikaanse politieke groepen, die werden gezien als een bedreiging voor het heersende gezag. In het geheime programma COINTELPRO terroriseerde de FBI politieke groepen, tot op het punt dat leden compleet paranoïde werden. FBI agenten infiltreerden in de groepen, verspreidden roddels dat de werkelijke leden de echte infiltranten waren, publiceerden opruiende literatuur, in naam van de organisaties die ze in diskrediet wilden brengen, en dreven wiggen tussen de groepen, zodat deze niet zouden gaan samenwerken.

Het betrof linksgeoriënteerde groepen, de Civil Rights beweging, communistische groepen en ook Dr. Martin Luther King. FBI agenten plaatsten afluisterapparatuur in zijn hotelkamers, volgden hem, probeerden zijn huwelijk te ruïneren en chanteerden hem.

Ergens in de jaren ‘70 kwam The Church Committee met een rapport naar buiten over de CIA, die vanaf de jaren ‘50 een netwerk van honderden journalisten wereldwijd had aangelegd om de publieke opinie te beïnvloeden door middel van propaganda.

En nóg schokkender, voerde de CIA, in samenwerking met meer dan tachtig ziekenhuizen, gevangenissen en universiteiten, experimenten uit met drugs, hypnose en verbaal en fysiek geweld, waarbij ten minste twee mensen het met de dood moesten bekopen.

Complotten smeden als menselijk gedrag

Dit zijn voorbeelden van zaken die in het begin vermoed werden door mensen die complotdenkers werden genoemd, maar ten slotte bewezen waar zijn. Waarmee de geschiedenis uitwijst dat een complottheorie van gisteren het onweerlegbare feit van vandaag kan worden. 

De term draagt, sinds deze door Karl R. Popper in de jaren ‘50 werd gebruikt, een negatieve lading en wordt vaak ingezet om mensen de mond te snoeren. Door een gedachte over de werkelijkheid af te doen als ‘complottheorie’, wordt er gesuggereerd dat de gedachte niet waar kan zijn. Of meer zelfs, het suggereert dat mensen die de gedachte bezigen, of willen onderzoeken, irrationeel zijn.

Dat is vreemd. Want complotten smeden is menselijk gedrag dat in alle culturen en door alle tijden heen, als ook in alle lagen van de bevolking voorkomt. Ieder van ons vertoont dit gedrag op zijn tijd wel eens in het klein, of groot. 

De voorbeelden laten zien dat de structuren, die ons vertellen wat we moeten geloven en wat niet, niet altijd betrouwbaar zijn.

We kunnen niet blind op ze varen. Daarover nadenken en uitzoeken wat wel betrouwbare informatie is en wat niet, kan beangstigend zijn. Je kunt fouten maken in je denkprocessen. En als je je twijfels en gedachten uit, loop je het risico op afwijzing door mensen die het vertrouwen in een autoriteit, of bestaande machtsstructuur niet hebben verloren, of die op een andere manier naar de dingen kijken dan jij. Ook ligt er een overdreven achterdocht op de loer. 

Van angst en wantrouwen naar vertrouwen

Hoe kan het vertrouwen worden teruggewonnen? Om te beginnen is daar volgens mij volledige openheid van zaken voor nodig. Als mensen alleen de baten van iets krijgen voorgeschoteld en niet ook de risico’s en de nog onbeantwoorde vraagstukken, worden angst en wantrouwen in feite in de hand gewerkt, zodra uitkomt dat er niet alleen maar baten zijn. 

Verder is er een open dialoog nodig, waarin iedereen zich veilig voelt om gedachten vrijelijk te laten gaan. Zodra we mensen op basis van twijfels of ideeën gaan uitsluiten, plaatsen we onszelf en anderen in kampen, die zich op agressieve wijze tegen elkaar kunnen gaan keren.

Het is half mei. ‘s Nachts vriest het nog in Lapland, maar de lente is in aantocht. Nog even en de insecten ontwaken. Ook de spinnen.
Ik denk niet dat ik mijn aangeleerde angst ooit helemaal zal kwijtraken, maar ik ben er best trots op dat het alweer vele jaren geleden is, sinds ik een spin heb doodgemaakt.

Het overwinnen van een angst is een van de meest bevrijdende dingen die er zijn. 

Over dit Wereldwijf: Esther Quatfass - Zweden

Esther Quatfass - Zweden
Hej. Ik ben Esther en ik woon sinds 2014 met mijn partner in Västerbotten, Zweden. Daarvoor woonden we 7 jaar in Estland en oorspronkelijk kom ik uit Amsterdam. Ik houd ervan om afgelegen in de natuur te wonen, waar ik heerlijk kan schrijven aan mijn boeken en waar mijn partner zich met zijn sledehonden bezighoudt. Voor de Wereldwijven schrijf ik graag over de wisselwerking tussen de natuur, mijn belevenissen en mij als persoon.