Frederique strijdt in Peru tegen armoede en honger: “Ineens stond ik nu zelf onderaan de statusladder…”

Frederique Kallen

Frederique Kallen - Peru

14 juni 2020

Sinds 2005 woon ik in Ayacucho, een mooie plattelandsstad in de uitlopers van het Andesgebergte in Peru. In deze stad riep 50 jaar geleden de terreurbeweging Sendero Luminoso (Lichtend Pad) de gewapende revolutie uit, die Peru moest omvormen tot een maoïstische heilstaat. Tussen 1980 en 1992 vielen in de ‘vuile oorlog’ tussen het leger en het lichtend pad zo’n 48000 doden. Ayacucho werd veruit het zwaarst getroffen. De gevolgen van de Peruaanse burgeroorlog zijn in de stad nog steeds duidelijk waar te nemen…

Ayacucho ligt op 2800 meter hoogte.  Ik vind het een fijne stad om te leven: rustig, authentiek en veilig.

Mijn leven in Peru draait om mama Alice

Ik ben oprichter van NGO Mama Alice en samen met mijn collega’s werken we sinds vier jaar in de wijk Yanama, de armste wijk van Ayacucho. We bieden 500 kinderen huiswerkbegeleiding, bijlessen en geven begeleiding en therapie aan kinderen die het thuis moeilijk hebben. We zien in de gezinnen veel huiselijk en seksueel geweld, soms ook verwaarlozing  of verslavingen en al onze families leven in extreme armoede. 

De afgelopen jaren hebben we een goede vertrouwensband opgebouwd met de kinderen, hun families, de openbare scholen en andere instanties die actief zijn in Yanama. Ik kwam begin maart terug in Peru van een onverwachte reis naar Nederland omdat mijn vader ziek was. Corona was al ‘gearriveerd’ in Lima. Er waren een 50 mensen besmet en iedereen sprak erover, maar op straat ging het gewone leven door.

Frederique strijdt in Peru tegen armoede en honger: "Ineens stond ik nu zelf onderaan de statusladder..."
De rijen voor de bank in Ayacucho, soms blokken lang en 3 uren wachttijd.

Bang voor die gevaarlijke ‘buitenlander’

Wanneer ik in Lima ben, moet ik altijd veel inkopen doen voor Mama Alice, zoals stoffen of bijzondere ingrediënten. Ayacucho is klein en er is weinig keuze. Op de grote markt in Lima liepen mensen dicht op elkaar en ik dacht er eigenlijk niet eens over na, ik liep al die kleine propvolle stoffenwinkeltjes in. Alleen in de kleurrijke Chinese wijk werd ik wat angstiger en probeerde de mensen te ontwijken wat natuurlijk onmogelijk was.

Twee dagen later, op het vliegveld in Lima in de wachtruimte voor de vlucht naar Ayacucho, keek ik op een gegeven ogenblik op van mijn whatsapp gesprek en zag enkele mensen op een vreemde manier naar me staren. Toen pas merkte ik dat ik helemaal alleen in een lange rij stoelen zat, de drie andere rijen waren bijna compleet bezet. Ik voelde dat ik meteen vuurrode wangen kreeg.

Toen de stewardess nog voor de vlucht kwam vragen of we allemaal in Ayacucho wonen, was mijn “Ja” luider dan die van alle anderen. Ik ben geen buitenlander, na 15 jaar mag ik me toch Ayacuchaanse noemen?

Maar het hielp niet, ik bleef alleen in die rij zitten. Ik was de gevaarlijke buitenlander die het virus meebrengt. Ik dacht aan gisteren, hoe ik, ik geef het toe, vooral de chinezen probeerde te ontwijken. Ongetwijfeld voel(d)en ze zich net zo ongemakkelijk als ik nu. In het vliegtuig vroeg de mevrouw naast mij of ze een andere plek mocht krijgen. In Peru is er vaak positieve discriminatie naar witte mensen: wij zouden betrouwbaarder, mooier en slimmer zijn dan zij. Het doet me pijn dat de donkere Peruanen met dit beeld zichzelf omlaag halen.

Nu stond ik zelf onderaan de status -ladder: ik was fout, mensen wilden niet in mijn buurt komen. Een afschuwelijke gewaarwording.  

Terug in Ayacucho ging ik snel aan de slag in ons opleidingsrestaurant. Ik had de leerlingen van de net nieuw gestarte vakopleiding nog niet ontmoet, ik wilde zien of de bloemen er mooi bijstonden en de frisse lucht inademen op deze prachtige plek. De gasten vinden het heel prettig als ik hen hartelijk verwelkom en hen persoonlijk naar het tafeltje breng. Maar een van de eerste gasten wilde mij geen hand geven. Een ander groepje mensen wilde meteen uit het restaurant vertrekken toen ze onze Nederlandse vrijwilligers zagen. De situatie werd twee dagen later zelfs een beetje beangstigend toen mijn collega’s zeiden dat wij buitenlanders beter zo veel mogelijk binnen moeten blijven omdat er zo veel onrust is. 

Frederique strijdt in Peru tegen armoede en honger: "Ineens stond ik nu zelf onderaan de statusladder..."
Foto’s: Frederique Kallen

Zorgen om geweld achter de voordeur

Op 15 maart riep de president Martín Vizcarra de noodsituatie uit in het land en er kwam een volledige lockdown. We mogen sinds die dag (en tot 30 juni) alleen in de dichtstbijzijnde winkel inkopen doen en naar de bank. De eerste weken leek het een oorlogssituatie met overal leger en politie op de straten. Yanama werd afgezet met grote stenen en balken. De wijkbewoners organiseerden beveiligingsteams die alle toegangswegen naar Yanama beveiligen. Er mocht niemand meer in of uit de wijk.

De meeste gezinnen waar wij mee werken hebben geen mobiele telefoon en waren vanaf dat moment onbereikbaar voor ons. Zoals het gezin met 8-jarig zoontje Daniel dat het afgelopen jaar begeleid is door onze psychologe. De thuissituatie was erg onveilig voor Daniel, hij werd geslagen door de vader. Gelukkig stonden de ouders open voor hulp en we zagen Daniel rustiger en opener worden. Hoe zou het nu met hen gaan? De vader kan niet werken, zijn zorgen en frustratie zullen groot zijn. Hoe gaat hij daarmee om? We maken ons ernstige zorgen over Daniel en over alle andere 500 kinderen waar we mee werken. 

Al weken op een dieet van aardappelen

Met enkele gezinnen onderhouden we contact via telefoontjes. Ze hebben van die oude, Nokia telefoontjes waarmee je alleen kunt bellen of sms’en. Wij bellen want zij hebben nooit beltegoed. De eerste maand uiten de mensen hun zorgen, maar als we geluisterd hadden en meedachten, hingen de ouders en kinderen meestal weer rustig op. De tweede maand werd de situatie schrijnend. Mensen leefden al weken op aardappelen en wat groente. De moeders namen de telefoon op en we hoorden de bezorgdheid, het verdriet en de slapeloze nachten in hun stemmen. Radeloze huilbuien soms.

Nóg langer leven op alleen maar aardappelen zou erg slecht zijn voor de gezondheid en hun weerstand. De zorgen over eten en het betalen van de huur, bleken ook een zware wissel te trekken op de rust in huis. In sommige gezinnen ging het boven verwachting goed, maar in andere gezinnen werd er steeds meer gediscussieerd, geschreeuwd en geslagen. We besloten voedselpakketten voor onze gezinnen te maken. Ik ging hard aan de slag om donaties te werven zodat we zo veel mogelijk gezinnen konden helpen. Mijn collega’s inventariseerden welke gezinnen geen inkomsten meer hebben (90% van onze gezinnen) en welke gezinnen een bonus of een voedselpakket van de overheid kregen (10%).

Frederique strijdt in Peru tegen armoede en honger: "Ineens stond ik nu zelf onderaan de statusladder..."
Mensen ontvangen de levensmiddelenpakketten van onze NGO omdat ze geen steun ontvangen van de overheid en al maanden geen inkomsten hebben. 

Voedselpakketten onder politiebegeleiding

Voor alle andere gezinnen maakten we voedselpakketten die we onder politiebegeleiding uit mochten delen. We zagen opluchting op de gezichten van de families als ze de pakketten ontvingen. Maar we zagen ook de vermoeide en bezorgde uitdrukking als ze vertelden over de afgelopen periode. We maken ons allemaal grote zorgen nu de president de lockdown met een dikke maand verlengd heeft. 

Naast de voedselpakketten gaan we nu mobiele telefoons en abonnementen lenen aan de gezinnen. We kunnen op die manier beter met hen in contact blijven en onze maatschappelijk werkers en psychologen zullen er alles aan doen om escalaties te voorkomen. Ook kunnen we de TV uitzendingen van de Peruaanse overheid met schoollessen doorsturen, kunnen de leraren van de openbare scholen het huiswerk op Whatsapp zetten en kunnen onze leraren de leerlingen helpen met het huiswerk. 

Frederique strijdt in Peru tegen armoede en honger: "Ineens stond ik nu zelf onderaan de statusladder..."
De witte vlag uithangen betekent dat je geen eten meer hebt. In de wijk waar wij werken hangen in elke straat meerdere vlaggen. 

Ut kump good…

Soms doet mijn hart pijn of beneemt het me de adem als ik denk aan onze families in Yanama, maar snel weet ik dan weer: ik heb geweldige collega’s, donateurs, vrienden en familie. Zoals we in Limburg zeggen: Ut kump good.  Ik weet, zelfs nu wanneer de Ayacuchaanse bevolking 30 jaar na de oorlog opnieuw ernstig lijdt, het komt altijd weer goed!  

WIL JIJ DONEREN AAN MAMA ALICE EN ZO JE STEENTJE BIJDRAGEN AAN HET BESTRIJDEN VAN ARMOEDE, GEWELD EN HONGER IN DE WERELD? KIJK DAN HIER!

Over dit Wereldwijf: Frederique Kallen - Peru

Frederique Kallen - Peru
¡Hola! Ik ben Frederique Kallen oprichtster van NGO Mama Alice en woon sinds 2005 in Ayacucho, Peru. Ik koos ervoor om zelf geen kinderen te krijgen en mijn liefde te geven aan kinderen die op straat leven. Als eerste Nederlander won ik de meest prestigieuze prijs voor goede doelen: World of Children Education Award. In mijn verhalen over Ayacucho toon ik het verdriet, maar zeker ook de veerkracht en levenslust van mijn Peruaanse kinderen.