Waarom ik geen kinderen wil. Of toch wel?

Esther Quatfass

Esther Quatfass - Zweden

11 juli 2020

Om een of andere reden besloot ik op jonge leeftijd al dat ik geen kinderen wilde. Ergens in mijn tienerjaren moet dat zijn geweest. Ik weet nog steeds niet precies waardoor ik dat toen zo sterk met mijzelf overeenkwam, maar overtuigd dat ik nooit moeder zou worden, begon ik op mijn zeventiende met de anticonceptiepil.

Wacht maar tot je wat ouder bent, zeiden de mensen om mij heen. Maar ik veranderde niet van gedachte en toen ik mijn huidige partner leerde kennen – ik was toen tweeëndertig – was het zelfs één van de eerste onderwerpen die ik ter sprake bracht. Want als hij wél kinderen wilde, dan was het voor mij geen optie om aan onze relatie te beginnen.

Anti-conceptie

De anticonceptiepil slikte ik vaak langere tijd door om niet ongesteld te worden. Al dat gedoe vond ik maar niets. Maar ik kreeg meer en meer hoofdpijn, dus wisselde ik van merk, waarna de hoofdpijn verdween. Er kwam een wat vreemd gevoel voor in de plaats, dat ik zo goed en zo kwaad als het ging, probeerde te negeren. Een soort verdoving, of afvlakking van mijn emoties en rond mijn dertigste besloot ik dat ik niet meer elke dag zo veel hormonen wilde slikken.

Ik koos voor een spiraal en in de tien jaar die volgde, werd ik nog nauwelijks ongesteld. Ondertussen voelde ik wel min of meer de hele tijd de licht ongemakkelijke aanwezigheid van het lichaamsvreemde object in mijn baarmoeder. Bovendien deed het plaatsen van de spiraal zoveel pijn, dat ik na twee keer niet nog een derde wilde.

Zodoende stond ik op mijn tweeënveertigste voor de keuze om weer aan de pil te gaan, of me te laten steriliseren, iets wat ik al langere tijd overwoog, want ik ben altijd doodserieus geweest in het voorkomen van een zwangerschap. De spiraal liet ik daarom zelfs een half jaar vóór de uiterste datum vervangen, gewoon om nog zekerder dan zeker te zijn, en toen ik op een dag de pil was vergeten, nam ik uit extra voorzorg de ziekmakende morning-afterpil.

Toch koos ik na vijfentwintig jaar aan mijn lichaam te hebben gerommeld, voor iets anders. Ik was het zat om me doorlopend te moeten bezighouden met het onderwerp. Om mezelf pijn te doen, een vervelend gevoel te geven en de natuurlijke balans van mijn lichaam te verstoren. Ik koos ervoor om helemaal niets meer te doen en me er ook geen zorgen meer om te maken. Volgens de cijfers was mijn vruchtbaarheid tenslotte al gedaald tot zo’n drie procent.

Geen kinderwens

De vraag waarom ik geen kind wilde, heb ik op verschillende manieren voor mezelf beantwoord. In een bepaalde periode vond ik dat het vooral aan de maatschappij lag, die me voor een deel niet aanstaat en daar wilde ik geen kind in grootbrengen. Ook wilde ik niet bijdragen aan de overbevolking.

Later wilde ik vooral vrij zijn om te kunnen schrijven, emigreren en avonturen te beleven. Ik vond dat er niet genoeg ruimte overbleef voor een kind, want áls dat er kwam, dan zou ik het ál mijn aandacht willen geven.

Ik heb ook lange tijd gedacht dat ik geen goede moeder zou kunnen zijn, omdat ik geen standaard leven leidde en altijd zoekende was.

Misschien was het oprecht, of het kan ook zijn dat ik mijzelf in mijn overtuiging wilde sterken, maar ik voelde mij bijna nooit aangetrokken tot kinderen van anderen.

Ik heb me zelfs afgevraagd of het misschien aan mijn lichaam lag, dat ik een of ander belangrijk onderdeeltje van het zogenaamde moederinstinct miste en daardoor de wens om een kind te krijgen niet kon ontwikkelen.

Of toch wel?

Nu ik mijn lichaam eindelijk haar natuurlijke ritme heb teruggegeven, is er nóg een mogelijkheid bijgekomen. Want sindsdien voel ik mij beduidend anders. Ik heb meer pieken en dalen in mijn energie en emotionele leven. Ik heb ook meer zin om te vrijen en voel me op een bepaalde manier een completer mens.

Ik vraag mij af wat voor keuze ik gemaakt zou hebben als ik op jongere leeftijd met anticonceptie zou zijn gestopt? Heb ik mijzelf door de inmenging van onnatuurlijke middelen soms iets belangrijks ontzegd? Iets wat mensen vaak beschrijven als het mooiste dat er is?

Inmiddels ben ik vijfenveertig. Het kan nog. Er zijn vrouwen die op mijn leeftijd een kind krijgen. Kinderen van oudere ouders schijnen op het gebied van sociale en emotionele ontwikkeling een voorsprong te hebben op kinderen van jonge ouders. Dat kan ik mij voorstellen. Ik ben meer in balans dan ooit, voel mij sterker, en ken mijzelf beter dan ooit. Er zijn veel dingen in mijzelf op orde en tot rust gekomen. Ook woon ik heerlijk in een natuurlijke omgeving en een prettig land, met een onderwijsstelsel dat beter aansluit bij mijn ideeën. Ik heb een fijne partner en een stabiele relatie, waardoor een deel van de antwoorden die ik altijd heb gegeven op de vraag waarom ik geen kinderen wilde, zijn komen te vervallen. Daarbij lijkt mijn lichaam in zekere zin te zijn ontwaakt en functioneert nu meer volgens de wetten van de natuur.

Maar na je veertigste zijn er meestal allerlei ingrepen nodig om het alsnog voor elkaar te krijgen. De kans op gezondheidsproblemen is bovendien voor zowel moeder als kind een stuk groter. En als ik denk aan alles wat je met een kind moet ondernemen en wat ik er allemaal voor zou moeten laten, kom ik toch weer tot de conclusie dat ik erg gehecht ben aan mijn ongebonden bestaan.

Afscheid van mijn vruchtbaarheid

Ik heb geen spijt van mijn keuze. In de tijd en met de energie die een kind mij zou hebben ontnomen, heb ik dingen kunnen doen die anders moeilijker, of zelfs onmogelijk waren geweest. Dingen die ik niet zou hebben willen missen. Toch heb ik het idee dat ik in een soort fase van rouw zit. Misschien zou ik die fase ook zijn doorgegaan als ik wél een kind had gekregen. Misschien reflecteren de gevoelens die ik nu heb eerder een soort afscheid van de vruchtbare jeugd en een overgang naar ‘de rijpere vrouw’, dan dat ze gaan over het vraagstuk van wel of geen kinderen krijgen.

Hoe dan ook ben ik blij dat ik mijn lichaam eindelijk de vrijheid kan geven, die ik op andere vlakken zo hard heb nagejaagd.

WIL JE REAGEREN OP DIT ARTIKEL? STUUR DAN EEN MAILTJE NAAR REDACTIE@DEWERELDWIJVEN.COM

Over dit Wereldwijf: Esther Quatfass - Zweden

Esther Quatfass - Zweden
Hej. Ik ben Esther en ik woon sinds 2014 met mijn partner in Västerbotten, Zweden. Daarvoor woonden we 7 jaar in Estland en oorspronkelijk kom ik uit Amsterdam. Ik houd ervan om afgelegen in de natuur te wonen, waar ik heerlijk kan schrijven aan mijn boeken en waar mijn partner zich met zijn sledehonden bezighoudt. Voor de Wereldwijven schrijf ik graag over de wisselwerking tussen de natuur, mijn belevenissen en mij als persoon.