Carol uit San Francisco: ‘Een potje optimisme graag!’

door gepubliceerd op 18 augustus 2020Tags: , , , ,

We waren eigenlijk al helemaal gesetteld in Nederland. Dat settelen ging niet zo makkelijk als we hadden verwacht. Ik denk nog vaak terug aan die eerste weken waarin ik mezelf in slaap huilde. Doodmoe na een lange dag waarin ik twee verveelde kinderen moest entertainen. In Nederland waren alle scholen namelijk nog in volle gang en de ‘Hollandse zomer’ (regen en storm) werkte ook niet bepaald mee. De heimwee naar New York, waarvan ik in die vijf jaar zo intens was gaan houden, was enorm. Hoe zou mijn leven ooit weer zo kleurrijk en inspirerend worden in Nederland waar de tijd wel stil leek te hebben gestaan? 

Voordat we terugkwamen naar Nederland, hoorde ik ervaringsdeskundigen weleens zeggen dat teruggaan naar het land van herkomst vaak behoorlijk tegenviel. Als expat lijken weken maanden en maanden wel jaren. Alles voelt intenser, je moet immers een volledig nieuw leven opbouwen, nieuwe vrienden maken, met wie je een andere taal dan jouw moedertaal spreekt. Ook daar is er heimwee, maar na drie jaar voelt het er zo thuis, dat de gedachte aan weer teruggaan en weer een thuis achterlaten minder aantrekkelijk klinkt. Het is een verrijking, voor wie daarvoor gemaakt is en over een onuitputtelijke dosis optimisme beschikt.

Vallen en opstaan

Met vallen en opstaan lukte het om ons na twee jaar eindelijk weer thuis te voelen in Nederland. We moesten weer wennen aan de botheid, het gebrek aan diversiteit op televisie (we hebben de kabel maar weer opgezegd), Zwarte Piet, de regen en kinderen van 9 met een eigen iPhone en een Instagram account. Maar hoe heerlijk was het dat we onze lieve familie weer dichterbij ons hadden? We naar de dokter of tandarts konden zonder dat je eerst pagina’s lange formulieren moest invullen voordat iemand je überhaupt wilde zien. Om na het consult nog geconfronteerd te worden met een fikse bijbetaling. Een “Fijne dag” of “Tot over een half jaar” bij het naar buiten lopen, was voldoende. Alles is zo goed geregeld in Nederland. Het leven is hier makkelijk, alles is geregeld. Een pijnlijk contrast met het harde dagelijkse leven dat voor veel Amerikanen werkelijkheid is. 

Opgelaaid vuurtje

En ineens was daar het aanbod om weer naar de VS te gaan. We lachten het allebei weg “No way, dat gaan we eeeecht niet nog een keer doen. Het is goed zo,” zeiden we in volle overtuiging tegen elkaar. De volgende dag scrolde ik, zogenaamd alleen uit nieuwsgierigheid, door de websites van scholen in onze mogelijke, nieuwe bestemming. Mijn man bekende later dat hij zich stilletjes had verdiept in het woningaanbod. Dat vuurtje was kennelijk nooit echt gedoofd…

We dachten aan onze kinderen die het zo goed hadden in Nederland. Maar we dachten ook aan onze dochter, die desondanks vaak nog erg moest wennen aan de mentaliteit van Nederlandse kinderen en regelmatig riep dat ze weg wilde uit dat stomme Nederland. Moesten we dit echt weer gaan doen? We raadpleegden onze 13-jarige zoon. Als hij het idee meteen zou afkeuren, namen we ons voor, was dat het antwoord op onze vraag. Er verscheen een brede grijns op zijn gezicht en in zijn ogen zagen we een kleine twinkeling. We wisten genoeg.

Stille stad

We zijn ruim een jaar verder. San Francisco is sinds een aantal weken onze nieuwe woonplaats. Het is hier stil. Iedereen zit angstvallig binnen of, voor wie zich dat kan permitteren, ergens in een buitenhuis ver buiten de stad weg van de Corona opleving. Tot een week voor ons vertrek bleef de stad, met strenge maatregelen en dankzij de moedwillige inwoners, het virus grotendeels de baas. De curve bleef plat. Alles leek erop dat we zouden arriveren in een stad waar het normale leven weer langzaam terug naar ‘normaal’ zou gaan.

Maar ineens was Californië één van de knalrode staten op de Coronakaart. Restaurants, sportscholen, kapsalons, zelfs speeltuinen, alles moest weer op slot. En zo troffen wij deze stad aan. Rolluiken hangen zwijgend naar beneden. Voetgangers, fietsers, hardlopers en een enkele dakloze dragen braaf hun kleurrijke mondkapjes. Een paar meeuwen rond de Fisherman’s Wharf lijken zich verdwaasd af te vragen waar al hun gratis eten ineens is gebleven, want ook de toeristen blijven merendeels weg. 

We zouden er toch beter uitkomen?

Ondertussen houd ik het Coronanieuws hier, maar ook in Nederland nauwlettend in de gaten. Ik denk terug aan al die mooie voornemens die we een paar maanden geleden hadden. We zouden hier allemaal beter uitkomen, dankbaarder zijn, saamhoriger, blablablah. Er is werkelijk niets meer van over. We zijn in Nederland net zo erg aan het worden als die Amerikanen die in mei woedend en gewapend hun pre-Corona vrijheden terugeisten. Ik zie jongeren die alle coronamaatregelen aan hun laars lappen, want “ze worden toch niet ziek”. Volgepakte vliegtuigen vertrekken weer richting zon alsof er niks aan de hand is.

Een jongeman op een drukbezocht terras, die bralt dat hij echt zo moe wordt van al dat Coronagedoe. Dat hij echt geen zin heeft om weer terug te gaan (?) naar die anderhalve meter maatregel. Ineens bekruipt mij de gedachte dat dit soort mensen dat verplichte vaccin gewoon verdienen. Het liefst met een 5G chip erin, zodat Bill Gates hun oninteressante, egoïstische leventje voor altijd in de gaten kan houden! Dankzij dit gedrag, deze onverschilligheid, kunnen wij voorlopig bijna geen kant op. Het maakt me woest.

Een potje optimisme graag

In New York leefden we drie maanden in hotels voordat we eindelijk een huis hadden. Hoe vaak heb ik me daar afgevraagd waar we in hemelsnaam aan begonnen waren. Het is uiteindelijk meer dan goedgekomen. Dat de tweede keer emigreren makkelijker zou zijn, is ten dele waar. Dit keer is het Corona die ons geduld ernstig op de proef stelt. Dat potje optimisme is nu misschien wat harder nodig dan toen. Maar dan denk ik aan al die mensen die hun baan kwijt zijn, die zich afvragen hoe ze de huur gaan betalen, of hoe zijn hun kinderen te eten kunnen geven. Of aan iedereen die een dierbare aan corona heeft verloren. Wij zitten hier, samen, in een appartement met WiFi in één van de leukste steden ter wereld. We zijn bevoorrecht, dat vind ik nog steeds. Het komt goed.

Over dit Wereldwijf: Carol Rock - VS

Carol Rock - VS
Hi! Mijn naam is Carol Rock, ik ben 47 jaar en met mijn gezin (man, twee kinderen) sinds zomer 2020 in San Francisco. Het is de tweede keer dat wij de sprong over de oceaan naar de VS maakten. Hiervoor woonden we vijf jaar in New York. Ik werk als freelance journalist, zowel voor als achter de schermen (o.a. Koffietijd, 5-Uur Live, Met het Oog op Morgen) voor radio en televisie. Ook schreef ik twee jaar lang een wekelijkse column voor LINDA.nl en af en toe lees je ook hier bij De Wereldwijven mijn verhalen.