‘Van voorgekookte maaltijden naar zelfgemaakte kippenkarkas-bouillon’

Ilse Lasschuijt
door gepubliceerd op 24 augustus 2020Tags: , , , , , ,

Ik leerde mezelf (pas) koken toen ik al een vijftiger was. Tot die tijd at ik vooral maaltijden die door anderen waren klaargemaakt. Of ik volgde de aanwijzingen op de verpakking van eten dat was voorgesneden, voorgewassen, voorgekruid en/of voorgekookt.  Ik noemde dat destijds overigens koken.

Decennialang was de voorspelbare vraag aan het eind van de werkdag: uit of thuis? Uit betekende naar een restaurant, afhalen of laten bezorgen. Thuis betekende dat ik onderweg naar huis een snelle stop maakte bij de buurtsuper en mijn mandje volstouwde met zakjes gezond ogende voorge-allest. Later ontdekte ik de bezorgservice en bestelde ik alles in één keer voor de hele week.

'Van voorgekookte maaltijden naar zelfgemaakte  kippenkarkas-bouillon'
Foto: Ilse Lasschuijt

Voedsel als liefdesuiting

Best tegenstrijdig want ik groeide op in een gezin met een Japanse moeder die voedsel en vooral het voeden van haar naasten ziet als de belangrijkste non-verbale uiting van liefde. Er werd ons de hele dag door heerlijke hapjes voorgeschoteld. Niemand in huis raakte een pan aan, hooguit om in de vaatwasser te zetten of eruit te halen.  Als ze er zelf niet was, lagen er briefjes met instructies om de zelfgemaakte loempiaatjes op te warmen.  Ook nu nog als ik haar bezoek, dan maakt het niet uit als ik zeg dat ik al heb geluncht, er staat steevast een dampende kom ramen voor me klaar.

Ooit, toen ik begin dertig was, vroeg ik in een nostalgische bui mijn moeder naar het recept voor haar sukiyaki in de hoop dit thuis te kunnen reproduceren. Terwijl ze enthousiast begon te vertellen zonk de moed me in de schoenen. Dit ogenschijnlijk simpele eenpansgerecht bleek toch wat haken en ogen te hebben.  Ik had niet gerekend op de grote hoeveelheid ingrediënten en de grondige voorbereiding zodat het aan tafel kon worden bereid.

Daar had ik toch helemaal geen tijd voor, met mijn belangrijke baan?

Als twintiger en dertiger was de ijskast bestemd voor bier en de vriezer voor ijsklontjes en wodka. In een megalomane bui, nodigde ik wel eens vrienden uit en kookte dan iets met overmatige ambitie uit een Frans kookboek. Dat ging altijd gepaard met veel stress. Het liefst kookte ik een gerecht waarbij de fles wijn al tijdens het koken gerechtvaardigd open kon. Denk aan coq au vin of boeuf bourguignon. Het eindresultaat was dikwijls bedroevend maar met genoeg wijn hadden de gasten het niet door of het maakte ze niet uit. En altijd hetzelfde dessert, mijn pièce de résistance: de sgroppino, waarbij ik het niet zo nauw nam met de juiste verhoudingen sorbet versus drank. De onzekere kookpoging verdronk daarmee letterlijk in een vrolijk feestgedruis.

'Van voorgekookte maaltijden naar zelfgemaakte  kippenkarkas-bouillon'
Foto: Ilse Lasschuijt

Fantasieloze eetplanning

Ook als, inmiddels getrouwde, veertiger, kookte ik nauwelijks.  Ik reisde veel voor mijn werk en hielp Bart met het co-ouderschap van zijn kinderen. Dankzij de boodschappenbezorgdienst liep het huishouden in de co-ouder week op rolletjes met een weliswaar verantwoorde maar totaal fantasieloze eetplanning. Wij waren de droomdoelgroep van Albert Heijn: het moest snel, gemakkelijk, gezond en mocht wat kosten. De andere week aten we altijd “uit”.

Alles veranderde vijf jaar geleden. Ik zegde mijn baan op en volgde Bart als “trailing spouse” naar Zuid Afrika en vervolgens naar Rwanda, waar ik werd geconfronteerd met een oceaan aan vrije tijd. Dat was maar goed ook want boodschappen doen in Rwanda bleek niet eenvoudig en vooral tijdrovend. Niets was voorverpakt of kant-en-klaar. Groente en fruit waren alleen “in het seizoen” beschikbaar. Producten die uit het buitenland moesten komen, waren soms wel en meestal niet verkrijgbaar. Ik had al snel door dat het weinig zin had om ’s ochtends te bedenken wat je wilde eten en dan met je boodschappenlijstje op pad te gaan.  Ik kocht dus wat voor handen was op markten en in winkeltjes en tikte daarna thuis de bijeengescharrelde producten in de Google zoekbalk in de hoop iets beproefd te kunnen klaarmaken.

'Van voorgekookte maaltijden naar zelfgemaakte  kippenkarkas-bouillon'
Foto: Ilse Lasschuijt

Dus zo zien bietjes eruit!

Zo kwam ik er achter hoe bietjes eruitzien voordat ze zijn gekookt, wanneer het mango- of avocadotijd is en dat je spinazie echt heel goed moet wassen voordat je het kunt gebruiken.  Ik had nu wel eindelijk de rust om een soep te maken van een kippenkarkas in plaats van met een blokje. Omdat de lokale yoghurt niet goed beviel, besloot ik die zelf te maken. Na wat geëxperimenteer met verschillende soorten starter, melk en melkpoeder lukte het om wekelijks een liter redelijk eetbare yoghurt met de gewenste dikte te maken.

Ik stak mijn energie in een groentetuin, om zelf de groente te verbouwen die minder goed verkrijgbaar was. Ik liet hiervoor een hoge plantenbak maken, buiten het bereik van de hond en de kippen. Na enkele weken bleek dat bleekselderij echt NIET wil groeien in Rwanda maar dat boerenkool prima smaakt ook als er géén vorst overheen is gegaan.  Planning is ook belangrijk. Voor je het weet zit je wekenlang tot over je oren in de kerstomaatjes en als ze eindelijk op zijn, heb je weer te veel sla. En ik snap nog steeds niet hoe venkel in de Nederlandse winkel meer knol dan steel heeft. Bij mij is dat altijd andersom. 

In Rwanda leerde ik koken met wat je hebt, dat houdbaarheidsdata er zijn om genegeerd te worden en dat je niets maar dan ook niets mag weggooien.

Restanten van mijn baksels werden bewaard in de vriezer voor later of werden aangeboden aan het personeel. En als niemand het wilde, dan was het voor de weinig kieskeurige kippen.

'Van voorgekookte maaltijden naar zelfgemaakte  kippenkarkas-bouillon'
Foto: Ilse Lasschuijt

Geen uitvluchten meer

Mijn eerste kennismaking met Zambia vorig jaar, na onze verhuizing naar dit land, was een Zuid-Afrikaanse supermarkt en ik kon mijn geluk niet op. Een heuse supermarkt, waar bijna alle gangbare producten verkrijgbaar zijn. Ik ontdekte Indiase, Chinese en Libanese winkels (helaas geen Japanse) en zag dat Lusaka wordt omringd door professionele boerenbedrijven waar je rechtstreeks kunt afnemen. Deze overvloed had ik niet zo kunnen waarderen als ik niet in Rwanda had gewoond, en tegelijkertijd waren er geen uitvluchten meer om niet te leren koken.

Ik koos de New York Times Cooking app als mijn persoonlijke kookgids en nam meteen een abonnement. Ik begon eenvoudig, met how to – video’s in de learn to cook sectie en met simpele gerechten. Nu gebruik ik de app dagelijks en ik ben niet de enige fan. In 2019 telde de app maar liefst 250,000 betalende (!) leden en ik kan me voorstellen dat de Coronacrisis de aantrekkingskracht alleen maar heeft vergroot.  De grote schare trouwe abonnees is bovendien actief en vocaal. Men beoordeelt de recepten op basis van de praktijk, geeft suggesties voor verbeteringen of deelt, vaak met humor, de eigen wilde variaties op het recept. Vooral dat laatste is soms hilarisch maar geeft ook het vertrouwen om zo nu en dan af te wijken van het recept.

Mijn tip: maak nooit een gerecht van deze app zonder eerst de belangrijkste tien kooknotities te hebben gelezen.

Van de week zag ik op internet een vrolijk interview met Kamala Harris. Een van de vragen aan haar was wat haar favoriete app was. En wat denk je? De NYT Cooking app! “That’s my girl,” dacht ik en ik glom van trots alleen al door de associatie.

'Van voorgekookte maaltijden naar zelfgemaakte kippenkarkas-bouillon'
Foto: Ilse Lasschuijt

Ik mors en klieder wat af

Ik heb nu een bescheiden groentetuin en een uitgebreide kruidentuin, waaruit ik elke dag vers kan knippen. De bleekselderij wil ook in Zambia niet groeien en de venkel geeft nog steeds meer stengel dan knol, maar het lokale aanbod van groente is groot en gevarieerd. Ik maak nu zelf al mijn sauzen en soepen, leg overtollige komkommers of kool in het zuur en probeer elke dag iets nieuws. Aan het begin van de Coronacrisis ben ik even in de bananenbroodhype meegegaan maar ik hou gewoon niet zo van zoete baksels.

Ik ben zeker geen zelfverzekerde thuiskok. En buitengewoon onhandig in de keuken. Ik pak vaak een kom die net te klein is, zodat ik de inhoud weer moet overhevelen, of ik heb net met mijn kinderlijke snijtechniek een ui gesnipperd en lees dan pas dat er staat “ringen” of “kwarten”.  Ik mors en klieder en vergis me soms bij het omrekenen van Fahrenheit naar Celsius.  Bijgerechten zijn niet altijd tegelijkertijd klaar en er verbrandt nog wel eens iets.  Maar ik heb er plezier in en hoef niemand iets te bewijzen. Bart klaagt nooit en zegt altijd dat het erg lekker is wat ik allemaal met meer enthousiasme dan vaardigheid in de keuken heb gebrouwd.

'Van voorgekookte maaltijden naar zelfgemaakte  kippenkarkas-bouillon'
Foto: Ilse Lasschuijt

Een vorm van mindfulness

Soms denk ik terug aan de gemakzuchtige maaltijden in onze co-oudertijd en voel ik me een beetje beschaamd. Ik vraag me nu ook af waarom koken niet wordt gezien als iets belangrijks om te leren in je jeugd, zoals zwemmen of autorijden. Het duurde lang voordat ik begreep dat koken niet alleen een essentiële levensvaardigheid is, maar ook een vorm van mindfulness waarin je respect krijgt voor de ingrediënten, de afhankelijkheid van seizoenen, de inspanning van boeren, de ondoorgrondelijke natuur en de chemie van het koken zelf. 

Voordat de kinderen gingen studeren maakten Bart en ik een bucketlist. Een lijst van zaken die we nog wilden meegeven in de opvoeding voordat ze zouden uitvliegen. Daarop stonden ervaringen zoals “naar de opera”, “naar een oorlogsmonument” of “eten in een sterrentent”.  Achteraf wou ik dat we een kookles hadden toegevoegd. Voor de perfecte omelet of de sukiyaki van hun Japanse stiefoma. Daar hadden ze nu leuk mee kunnen scoren in hun studentenhuis.  Maar voor een kookles is het, zoals ik inmiddels weet, gelukkig nooit te laat.

Over dit Wereldwijf: Ilse Lasschuijt - Zambia

Ilse Lasschuijt - Zambia
Bwanji! Ik woon met mijn man Bart en onze twee honden, Nelson en Lusa, in Zambia. Na ruim twintig jaar werken in Nederland besloten we een aantal jaar geleden dat het tijd werd voor iets nieuws. Via Zuid-Afrika en Rwanda zijn we nu in Zambia beland. Ik werk als schrijver en editor voor lokale media en organisaties en laat jullie graag de ins en outs van Zambia en de omringende landen zien.