De aftermath van Ida: over afvoerputjes en espresso in NYC

Mirjam woont in Washington DC maar toog voor het Rode kruis naar New York City om de mouwen op te stropen. Ze zag daar met eigen ogen de aftermath van orkaan Ida, die op 29 augustus dit jaar in Louisiana aan land ging en verwoestend haar weg vervolgde naar Noordoostelijk Verenigde Staten. In New York veranderden metrostations in kolkende rivieren en vele kelders, die bewoners in allerijl ontvluchtten, stroomden vol.

De vrouw roept: ‘Hallelujah’ terwijl ze haar handen naar de hemel heft. Haar ogen staan vol tranen. De mijne schieten ook vol. “God saved me! Like he saved Moses at the Red Sea 400 years ago. Don’t believe the people who tell you he doesn’t help us. Everything is gonna be fine.” De Bijbelse datering leek me niet helemaal juist, maar voor Amerika is elke geschiedenis vóór 1776 tenslotte heel oud.

Natuurgeweld
Foto’s: Mirjam Sterk

Vertrouwen en geloof in the Big Apple

Het raakte me dat iemand die zo getroffen is door de storm Ida zo positief kon blijven. Haar hele appartement in de kelder stroomde in no time vol met water. Ze kon zich ter nauwer nood in veiligheid brengen door de trap op te lopen en de deur open te maken naar het huis van haar landlady. En toch. ‘She told me it was locked, but God opened it. Hallelujah!’ Wat een jaloersmakend vertrouwen.

Veertien dagen lang werkte ik als vrijwilliger voor het Amerikaanse Rode Kruis in de regio van New York City. Aanvankelijk had ik gehoopt naar Louisiana te gaan om te helpen bij de schade van de orkaan Ida daar. Maar aangezien Washington DC dichtbij New York ligt en de nood als gevolg van de orkaan daar ook heel hoog was, vertrok ik op een dinsdagmorgen met de trein naar Manhattan. Geen straf…

Dikke huid in een harde werkelijkheid

Aanvankelijk zou ik er case work doen: het registreren van de gegevens van de getroffen families en een inschatting maken van de hulp die nodig is, vooral ook financieel. Ik had de benodigde cursus net in de dagen ervoor gedaan, dus echt ervaren was ik nog niet. Op verschillende plaatsen in de regio werkte het Amerikaanse Rode Kruis samen met verschillende organisaties in het geven van hulp aan de slachtoffers.

En zo zat ik de eerste dagen in Mamaroneck. Een vredig plaatsje aan de baai, met een rotsige kust en zeilboten op maar een half uur rijden ten noorden van Manhattan. Hier waren met name Latijns Amerikaanse gezinnen en bedrijfjes getroffen door het snel stijgende water dat hun woningen in de kelders binnendrong.

Ik sprak mannen, die nauwelijks het Engels machtig waren. Zij hadden schimmige afspraken over onderhuur in kelders zonder ramen. Soms konden ze niet eens bewijzen wie ze waren, wat nodig is om financiële ondersteuning te kunnen ontvangen. Hun gezinnen waren tijdelijk ondergebracht door het Rode Kruis in opvanglokaties, maar ze waren wanhopig op zoek naar een duurzame oplossing voor hun families. Soms moest ik toch gewoon ‘nee’ verkopen.

Dat vond ik het meest lastige aan deze taak. Juist als je ziet dat de nood het hoogst is, niets te kunnen doen. Je moet wel een dikke huid kweken hier.

Natuurgeweld
Snelle culinaire lunch op City Island

Levensgevaarlijk The Bronx

De stroom aan bezoekers van het Disaster Relief Center werd langzaamaan minder waardoor ik overgeplaatst werd naar de Bronx om daar schade op te nemen als gevolg van de overstromingen door de enorme regenval. De Bronx, dat was voor mij de buurt waar ik altijd van had gehoord dat je daar ècht niet moest komen als toerist.

Levensgevaarlijk zou het daar zijn en nu werd ik met een auto en een collega die wijk in gestuurd. De Bronx bleek vele gezichten te hebben. Ik at gestoomde calamari op City Island met uitzicht op de baai en dronk een espresso doppio in Little Italy. Maar, ik verdwaalde ook tussen slecht onderhouden appartementencomplexen en in nauwe straatjes vol vuilnis.

Het is een diversiteit aan huizen en mensen. Eén ding geldt voor de hele Bronx: de borough is zwart. De ‘witte’ mensen die ik zag in de vier dagen dat ik er doorheen reed, waren letterlijk op twee handen te tellen. Ik heb me nooit onveilig gevoeld.

Afvoerputje van de samenleving

Ja, er waren plekken met zichtbare armoede, met vuil op straat, lekkende brandweerkranen, graffiti en blowende jongeren. Waar in kelders zonder ramen een jonge moeder met twee kinderen woonde, een ouder stel op 35m2 leefde en een schandalige huur van 2000 dollar voor moest betalen. Waar de stront, die vanuit de riolering door de druk van het water omhoog was gespoten, tegen de deuren zat geplakt. En waar ook mensen in een auto woonden omdat ze niet meer terug konden naar huis.

De gemene deler tussen al deze mensen was dat ze allen in een kelder woonden. Het afvoerputje van de samenleving.

Maar er waren ook wijken die er beter uitzagen. Met auto’s voor het huis, een balkon om op te zitten èn sociale controle. Waar de arbeidsklasse woonde, zoals een bewoner mij vertelde. Rampen hebben ook daar consequenties, maar de financiële weerbaarheid is groter.

Het viel me op – als coffee addict – dat nergens een Starbucks te bekennen was. De koffieketen kom je in Manhattan op elke straathoek tegen. Maar hier? Nee. In plaats daarvan ontelbare deli’s, ofwel kleine buurtsupermarkten, die tegen lage prijzen voorzien in de dagelijkse boodschappen. Elk uithangbord is uniek. Hier is geen geld te verdienen voor de grote bedrijven.

Natuurgeweld

Louche praktijken

Bij mijn vorige uitzending had ik al gehoord over de schimmige praktijken van de verzekeraars in Amerika. Ook nu weer bleek hoe zij onder hun verantwoordelijkheid uit probeerden te komen. Een overstroming die van buiten naar binnen komt? Daar blijk je dus niet tegen verzekerd te zijn, vertelde een onthutste oudere vrouw die al vijfenveertig jaar haar premie had betaald.

Een andere black-american vrouw vertelde dat de verzekeringsmaatschappij ineens de verzekering tegen overstromingen eruit had gehaald een aantal jaar geleden. Overigens, zonder verlaging van de premie. Blijkbaar had het bedrijf vernomen dat er problemen waren in de wijk met de afwatering, iets waarvoor de bewoners al vaak tevergeefs op velerlei deuren hadden geklopt. “En nu wil de FEMA, de Amerikaanse overheidsorganisatie voor noodhulp, dat we een lening afsluiten? Ik heb daar gewoon het geld niet meer voor. “

Huiseigenaren die kelders in verhuur deden, zagen soms ook hun kans schoon. Ik sprak meerdere mensen die na terugkomst bij hun appartement ontdekten dat er nieuwe sloten op de deur zaten. Welkom in de city-jungle.

Dit werk is zo uniek

Hoe anders was de wijk Queens waar ik de laatste dag doorheen reed. Aangeharkte tuinen, mooie parken. Veel Chinese families, waar ik met handen en voeten – want ik spreek geen Mandarijns – duidelijk maakte wat ik kwam doen. Hier speelden kinderen op straat onder de schaduwrijke bomen. Vermoedelijk heeft Queens ook andere kanten, maar het contrast met de Bronx was voor mij groot.

Opnieuw merkte ik wat een fantastisch werk het Rode Kruis doet. Dicht bij de nood van mensen, zonder aanziens des persoons en op het moment dat mensen het meest kwetsbaar zijn. Wat is het ongelooflijk bevredigend om daaraan bij te mogen dragen. En stiekem ook, wat een unieke kans om het echte Amerika te leren kennen. Het Andere Amerika in optima forma.

Dit artikel verscheen eerder op Mirjam’s eigen blog, Dutchieindc waar je nog veel meer bijzondere verhalen kan lezen over haar leven in de Verenigde Staten.

Over dit Wereldwijf: Mirjam Sterk - VS

Hiello, mijn naam is Mirjam Sterk. Sinds Kerst 2017 woon ik met man en drie kinderen vlak bij Washington DC. Na een leven in de politiek ben ik nu expat. Over mijn belevenissen in het land van Trump houd ik een blog bij en schrijf ik artikelen.