Mijn Indische oma

door gepubliceerd op 29 september 2021Tags: , , , ,

Een jaar lang heb ik bij mijn oma mogen wonen. Een jaar dat zeer bepalend is geweest voor de rest van mijn leven. Ik wilde graag in Friesland naar school en oma had een grote zolder leeg staan. Een periode van Goede Tijden Slechte Tijden kijken, dansen, veel lachen, dropjes en kopjes thee was aangebroken.

Oma woonde in een prachtig huisje in Harlingen met een enorme tuin rondom. Met een vaste trap kwam je op de grote zolder en dat zou mijn kamer worden.

Oma’s zolder-geheimen

Dat oma van schoenen, kleding en tassen hield, was wel te zien aan de hoeveelheid die er op zolder stond. Eerst opruimen dus. Dat vond oma een perfect idee en ijverig hielp ze mee. 

Alleen wat mijn papa had bedacht om weg te geven of weg te gooien, dacht oma dat nog wel eens te kunnen gebruiken. Oma vond zo verborgen schatten tussen alle spullen. Ze deed vanzelfsprekend niet zomaar iets weg, want je weet maar nooit wanneer je het nodig zult hebben… De hele zolder werd opnieuw ingericht en mijn eigen plekje was geboren.

Dochter van de directeur

Ik ging in Leeuwarden naar school en moest elke ochtend de trein nemen. Precies om 7.00 uur stond oma onderaan de trap op mij te wachten. 

Heb je goed gegeten? Wat is dat voor jurk, je lijkt zo wel de dochter van de directeur, heb je niet wat anders om aan te doen? Wat heb je veel eyeliner op. Moeten die kisten aan je voeten nou? Je opa was militair, jij toch niet? Heb je je tas gepakt? Niks vergeten? Hoe laat ben je thuis? Zie ik je vanavond dan?” 

Oma besloot altijd steevast af met: “Doe voorzichtig ja, je weet maar nooit.” In mijn haast riep ik dan maar: “Ja, ja ,ja oma,” of: “Nee oma deze jurk is juist gaaf.” Ik pakte vervolgens maar gauw mijn fiets achter het huis en ging naar het station. Als ik voor het huis langs fietste, stond ze daar te zwaaien tot ik uit haar zicht verdween. Elke ochtend opnieuw, een heel jaar lang.  

Familie
Foto’s: Asmara

Tradities

Wanneer ik haar dan ‘s avonds weer zag, aten we gezellig samen. Standaard om 20.00 uur dronken we een kopje thee met een grote plak ontbijtkoek dat dik besmeurd was met echte boter.  Ook de zoete dropjes uit de pot op tafel ontbraken niet en gezellig keken we dan samen naar GTST.

Ik heb die traditie vastgehouden tot op de dag van vandaag, vierentwintig jaar later. Zelfs vanuit Kuala Lumpur, waar ik nu woon, kijk ik nog elke dag GTST. Al was het alleen maar, omdat het mij doet denken aan die fijne momenten samen met mijn oma. Dat half uurtje elke dag is heilig voor mij. 

“Op zaterdagochtend hielden we een pyjama party. Op haar grote bed bekeken we dan foto’s van vroeger en vertelde oma de nodige verhalen erbij. De muziek zette ze keihard en we dansten op Indorock de jive en de cha-cha-cha. Ook zongen we uitbundig mee met smartlappen muziek. Voor de lunch kookte oma dan bamisoep.

Als ik met vrienden uitging, kwam ik vaak pas tegen de ochtend thuis. Daar trof ik haar altijd aan op de bank: helemaal aangekleed, wachtte oma op mij. Ze voelde zich zo verantwoordelijk voor mij dat ze de hele nacht was opgebleven voor het geval er iets zou gebeuren. Ze vroeg dan: Heb je het leuk gehad? Goed zo. Slaap lekker. Straks ben ik naar de kerk dan weet je waar ik ben.”

Kippenkracht

Mijn oma was een heel klein mooi dametje met een bleke porselein achtige huid. Ze was altijd bijzonder goed verzorgd. Haar haren waren netjes opgestoken en de wenkbrauwen keurig getekend. Verder eyeliner, lippenstift en natuurlijk bedak (gezichtspoeder) op haar gezicht tegen het glimmen van de neus. Volgens haar leek mijn Indische brede, gebruinde neus in de zomer op een grote glimworm en dan mocht ik er wel wat van haar bedak op deppen. 

Oma was klein en leek misschien fragiel zo op het eerste gezicht. Wat je dan niet verwacht is dat zij, zoals het de meeste Indische oma’s betaamt, de kracht had van tien Hollandse bootwerkers bij elkaar. Zowel geestelijk als lichamelijk.  Ik moest een keer een stekker van een lamp uit het stopcontact halen voor haar, dus ze zei:

“Kruip jij eens achter die bank. Jij bent nog jong, dus je kan wel achter die bank komen. Haal die stekker er maar uit. Ik wil namelijk die lamp verplaatsen.”

Ok, dat kon ik wel dacht ik. Het begon al met die bank. Een prachtige vintage bank met echte mooie houten krulpoten. Loodzwaar. Die kreeg ik net drie centimeter van zijn plek. Nou ja, ik kroop wel wat achter die bank dan. Met mijn dunne polsen kwam ik er net achter. Alleen ik kreeg die stekker er niet uit. Hoe ik ook bewoog en trok dat ding zat muurvast.

Oma kwam in actie. “Hop, aan de kant jij!” En met één hand schoof ze de bank middenin de woonkamer. Soepel trok ze de stekker uit het stopcontact. “Zo doe je dat. Jij ook met je kippenkracht!” 

Pukul terus!

Het is negentien jaar geleden dat oma is overleden. De dag voor haar overlijden hield ze mij stevig bij mijn schouders vast en keek me lang aan. Die keer zei ze niet dat ze me zou bellen wat ze normaal wel deed. De volgende ochtend is ze nadat ze zich mooi had aangekleed en opgemaakt, overleden. 

Een paar dagen voor haar overlijden, had ze me nog laten beloven dat ik mijn studie afrond wat er ook zal gebeuren. En zei ze dat ik altijd mijn ouders lief moet hebben en moet respecteren. Want in het leven hebben we veel te danken aan onze ouders. Ik vond het een raar gesprek. Het was net of ze al wist dat ze zou gaan.

“Toen we haar huis gingen opruimen, vond ik in haar nachtkastje de brieven, die ik haar vanaf mijn kindertijd had geschreven. Ze had alles al die jaren bewaard.”

Ik heb niet alleen van haar de liefde meegekregen voor bloemetjesjurken, jaren ‘50 muziek, GTST, tassen en schoenen, maar vooral voor de kleine dingen in het leven. Dat je je mag verwonderen over de sterren die ‘s nachts stralen, de zon die opkomt en de bloemen die bloeien in het hoge gras. Ik heb van haar geleerd dat je altijd zelf verantwoordelijk bent voor je eigen leven en voor de keuzes die je maakt. En als die keuzes verkeerd uitpakken dan gaat het erom wat je eraan doet. Je best doen. Blijven lachen. Nooit opgeven. 

Pukul terus! (*) En als je het gevoel hebt niet meer te kunnen, dan ga je dansend verder.

(*) Pukul Terus: letterlijk blijven slaan, wordt gebruikt als uitdrukking: niet opgeven, doorgaan.

Over dit Wereldwijf: Asmara - Maleisië

Apa kabar? Ik ben Asmara Kraft van Ermel een Indisch meisje uit Gouda. Na mijn studie Bestuurskunde ben ik via Midlum, Gouda, Jakarta en Assen in Kuala Lumpur (KL) beland. Sinds 2013 geef ik daar NT2 les aan de lokale bevolking. Daarnaast schrijf ik voor de Nederlandse vereniging Maleisië. Ik houd van de diversiteit die de smeltkroes van culturen in KL mij laat zien en ervaren.