Wereld Dierendag Special: Van straatmormel naar waakhond

Haar Guatemalteekse man vindt dat ze hem verpest heeft. Op het gebied van (huis)dieren dan. Toen ze hem leerde kennen, was hij van mening dat er twee diersoorten bestonden: lekkere en niet lekkere. En hij was heel erg blij dat er veel meer lekkere dan niet lekkere dieren rondliepen in zijn directe omgeving. Maar Ingeborg denkt daar heel anders over…

We verschillen inderdaad wel heel erg op dat gebied: ik vind werkelijk álle dieren leuk en lief en zou ze het liefst állemaal bij mij laten wonen. Geluidsoverlast, verloren haren en bekraste meubels neem ik allemaal graag op de koop toe. In Guatemala heb ik inmiddels ook weer behoorlijk wat huis- en tuindieren om me heen verzameld. En mijn man is gelukkig inmiddels ook een dierenvriend geworden!

In Livingston is het helaas wel té gemakkelijk om huis- en tuindieren te verzamelen. Mensen gooien ze met veel plezier in een grote boog over je tuinhek om er zelf van af te zijn.

Huisdieren of straatdieren?

Iedereen heeft een waakhond: lieve honden deugen niet, lekker vals moeten ze zijn! Een hond bewaakt het huis en de tuin en moet mogelijke indringers liefst een flink stuk uit hun kuiten bijten. Dat bewaken doen de honden heus wel, als ze er dan ook maar een gevulde voerbak voor in de plaats krijgen. Logisch, die beesten zijn niet gek! Maar helaas gebeurt dat dan vaak weer niet. Die honden moeten op straat uit het afval hun kostje bij elkaar scharrelen, met ziektes en ongewenste puppy’s tot gevolg. Daardoor ze zijn helemaal niet meer welkom thuis en worden ze dus gedumpt en aan hun lot overgelaten.

Ook katten dwalen er genoeg door het dorp en ook die zorgen grotendeels voor hun eigen maal. Ik heb eigenlijk het idee dat ze dat beter afgaat dan de schurftige honden. Er zijn meer dan genoeg muisjes, kleine hagedisjes en vogeltjes te vinden om fijn te verslinden. Maar katten krijgen kittens… Heel veel kittens. En die willen de mensen dan ook weer niet. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik op straat wandel en uit het niets een klein katje in mijn handen gedrukt krijg: “Cadeautje, neem maar mee!”

Ook tropische schildpadden, exotische papegaaien, pluizige konijnen en soms zelfs beschermde apen worden als huisdier gehouden. Nee, dat mag officieel niet, nee. Maar een huisdier houden, dat wil hier zoveel zeggen als: je stopt ze in een te kleine kooi of teiltje, zet ze in een hoek van de kamer, gooit er dagelijks het minimale aan eten bij van wat je toevallig over hebt (welke schildpad eet er nou tortillas?) en verder kijk je er eigenlijk niet naar om. Dus welke dierenbescherming organisatie merkt dat nou?

Als ik weer zo’n smerig teiltje in een hoek van een donkere badkamer zie staan of een depressief diertje in een te kleine kooi lusteloos zie rondhangen (waarin hij amper kan omdraaien en waar hij nooit uit mag), dan breekt mijn hart. Ik zou die mensen het liefst een rotschop verkopen, een preek houden over alle eco-bio-dierbescherming-sociaal-gedrag-argumenten die ik kan bedenken en het betreffende hoopje ellende onder mijn arm mee naar huis slepen. Mijn eigen dierentuin blijft zich dus maar uitbreiden…

Oh, die is ook zielig!

Al jaren liep er hier door de wijk een lief hondje dat maar een beetje van huis naar huis zwierf. Op zich zag ze er eigenlijk vrij redelijk uit en kon ze haar kostje blijkbaar wel verzamelen. Totdat ik haar een half jaar geleden zag lopen: uitgemergeld, vies en duidelijk ziek. Mijn hart brak en spontaan besloot ik haar, tegen haar wil in, met het hengsel van mijn tas rond haar nek, mee naar huis te sleuren.

“Wat heb je nou weer bij je!?”, verzuchtte mijn man. “Wat een lelijke hond. En ze ruikt naar rottend lijk.” Toegegeven, door de ontstekingen en tumoren die ze had, rook ze inderdaad niet erg aangenaam.

Ik heb rubber handschoenen aangetrokken en haar helemaal goed geschrobd. Daarna gelijk ontwormd, antibiotica en een teken- en vlooienbehandeling gegeven. Wat ze allemaal vreselijk eng vond, maar toch vrij braaf over zich heen liet komen. Daarna heeft ze twee weken geslapen. Ze werd alleen wakker om te eten en ging toen weer snel terug naar het zachte, droge bedje dat ik voor haar gemaakt had.

Inmiddels zijn we ruim een half jaar verder. Na talloze medicijnen, een variatie aan medische  behandelingen, een gezond dieet en veel aandacht en aaien hebben we nu een heel mooi, lief, enthousiast, vrolijk en wel doorvoed hondje. Mensen uit de buurt geloven vaak niet dat het dezelfde hond is. En mijn punt is bewezen: een hond bewaakt de boel heus wel in ruil voor een goedgevulde voerbak. Dit voormalige straatmormel blijkt een uitermate goed waakhondje te zijn!

Buen dia, ik ben Ingeborg. In 2004 kwam ik voor het eerst in Guatemala en ik wilde eigenlijk niet meer weg! Mijn Guatemalteekse man en ik hebben tussendoor nog een aantal jaren in België gewoond, maar we hebben uiteindelijk besloten dat we toch het liefst in ons ietwat geïsoleerde dorp Livingston wonen. Ik probeer zo duurzaam mogelijk te leven in een cultuur waar dat helemaal (nog) niet belangrijk gevonden wordt… hopelijk doet een groen voorbeeld volgen!