Het einde van de wereld… Of het begin?

Wereldwijf Mariska maakt met haar man en twee kinderen een zeilreis over de wereldzeeën. Inmiddels zijn ze al bijna drie-en-een-half jaar onderweg en sinds deze zomer in Alaska. Ze heeft er heel bijzondere ontmoetingen op de meest afgelegen plekken.

‘We are the lucky ones’, zeggen we wel eens als we het over onze reis hebben. Hoewel dat eigenlijk geen geluk is, maar gewoon een keuze. En het resultaat van hard werken en veel sparen. Maar dat terzijde. 

Hoe afgelegen is… afgelegen?

We zijn gelukkig omdat Zouterik ons op plekken brengt, die voor anderen een onbereikbare droom blijven. Frans Polynesië is daar het ultieme voorbeeld van. Maar een bestemming in Alaska betitelen als letterlijk onbereikbaar?

Ja. Meyers Chuck. Je komt er alleen met boot of watervliegtuig. En dan nog moet je mazzel hebben dat het weer meezit. Of tegen, in ons geval. Want op weg van Wrangell naar Ketchikan belanden wij in dat gehucht met die bijzondere naam. Om te schuilen voor een storm. 

Tegen zessen varen we de baai binnen, die vergeven is van de rotsen. We zien de contouren en pastelkleuren van een paar huizen op uitstekende rotsen boven het water. Het wordt al donker, maar de schemer onthult nog net genoeg om te bevestigen wat we al dachten: we zijn hier misschien wel alleen op de wereld. We voelen de aanwezigheid van avontuur, wildlife en verhalen uit een lang vervlogen verleden. 

Reizen
Foto’s: Mariska Woertman

Postkantoor op een eiland

Meyers Chuck is ‘off the grid’, zoals dat zo mooi heet. Een gebaand pad is er niet. En mensen die gebaande paden bewandelen zijn er al helemaal niet. Wij lopen de steiger af en zetten onze voeten in de modder van dit in de wintermaanden slechts door vijf mensen bewoonde gehucht. Zelfs voor Alaskaanse begrippen is dat weinig. Er zijn geen wegen, winkels of restaurants. Alleen een postkantoor dat bestierd wordt door Cassy en Steve Peavy.

‘Howdy, what brings you here this time of year?’  Steve is vierentachtig en woont hier al 59 jaar. Hij fluistert me op de steiger toe dat “zijn vrouw wel weg wil, maar dat ze hém hier alleen tussen zes planken vandaan krijgen”. Dat moment lijkt helaas niet ver weg. Steve oogt grauw en moet om de haverklap op adem komen. Hij heeft een hartaandoening en staat op de wachtlijst voor een pacemaker. Eind deze maand moet hij onder het mes. Hij ziet er nu al tegenop om in zijn oude vissersboot Patsy naar Ketchikan te moeten varen, op het vliegtuig te stappen en de vermoeiende reis richting het ziekenhuis in Seattle te ondernemen.

Leven van de vis en het wild in de vriezer

Steve’s echtgenote Cassy is half-Nederlands en dat schept een band. Steve nodigt ons enthousiast uit zijn eiland te bezoeken. Daar staat ook het postkantoor, een klein houten huisje aan het eind van de steiger op een paar enorme rotsen boven het woest kolkende water. Het heeft iets absurdistisch: betrouwbaarheid van postbezorging verwachten in een door weer en wind gevormd landschap waar het woord ‘betrouwbaarheid’ zo voelbaar afwezig is. 

Vroeger kwam het postvliegtuig eens per week. “Covid is het nieuwe excuus om nog maar eens per twee weken te vliegen”, klaagt Steve. En als het weer tegenzit wordt er drie weken geen post bezorgd. De inwoners van Meyers Chuck laten er geen traan om. Als je hier woont, kies je voor een teruggetrokken en zelfvoorzienend leven. Dan heb je geen post nodig om te overleven. Daar zorgen de in de zomer gevangen vis en in het najaar geschoten wild wel voor. Alles inmiddels keurig geportioneerd en gevacumeerd in de de vriezer. Net als de overvloedige groenten uit eigen tuin. 

Cassy krijgen we helaas alleen te zien vanachter het raam van haar huis. ‘She has fear of Covid and cannot meet you’, schokschoudert Steve.

Reizen

Op ontdekkingstocht

We trekken onze regenpakken aan en gaan op dinghy (een rubberboot) expeditie. Op volle zee stormt het. We varen de back chuck binnen en zien een paar huizen her en der verspreid op beide oevers staan. Er is een huis in aanbouw met een felle bouwlamp, maar zonder levende ziel en een paar op het oog verlaten huizen.

Maar dan kringelt er rook uit een schoorsteen. We zien een vrouw achter het raam in een comfortabele leunstoel een boek lezen. Even denk ik dat ze naar ons zwaait. Een man rommelt op de steiger bij een prachtige oude vistrawler. Het maakt ons nieuwsgierig, maar het is koud en de regen en wind verhinderen ons aan te leggen. We maken rechtsomkeert en staken onze poging tot menselijk contact.

Toch een teken van leven

‘Anybody home?’  De volgende ochtend is de Zouterik-school net gestart als er op de romp wordt geklopt. Ik moet m’n hoofd ver boven de kajuitingang uitsteken voor ik in een goedlachs gezicht met pretogen kijk. Ze heet Lee en blijkt de vrouw van de comfortabele stoel te zijn. We nodigen haar uit voor koffie en al snel vertelt ze honderduit. Ze is zevenenzeventig lentes jong, is minstens een kop kleiner dan ik en ook nog eens de helft van mijn postuur. Een enorm contrast, zo’n klein, iel vrouwtje in deze bulderende, overweldigende natuur.

Na vijf minuten praten heeft ze m’n hart gestolen. Ze blijkt een gepensioneerde juf en Berber, onze jongste, verdrinkt in haar interesse en enthousiasme. Pas rond lunchtijd stapt ze weer stoer in haar kayak. Maar niet voor ze ons op het hart heeft gedrukt vanmiddag bij haar en echtgenoot Bob op bezoek te komen. 

Een heel leven in de wildernis

‘s Middags is het opnieuw hondenweer. Gelukkig hebben we ons oliegoed aan en als vier verzopen katten stappen we op de steiger waar Bob de vis aan het schoonmaken is. Bob is 72 en woont hier al ruim veertig jaar. Eerst met zijn toenmalige vrouw en twee dochters, nu met Lee. 

Bob heeft zijn hele leven gevist. Zijn houten trawler Sunrise van maar liefst negentig jaar oud ligt aan de steiger voor het huis. Zijn oceaan-blauwe ogen en zachte stem nodigen ons uit in zijn domein. Als we onderdeks afdalen, stappen we terug in de tijd. Een dieselkachel verwarmt de kleine ruimte, die uit weinig meer bestaat dan een bedstee met oliedekens en tientallen her en der verspreide reserve-onderdelen en visattributen. Charmante paneeldeurtjes ademen de sfeer van bijna een eeuw geleden. Bob wil graag met pensioen, maar heeft nog geen koper kunnen vinden voor Sunrise

Terug naar Meyers Chuck

We maken samen een wandeling langs eeuwenoude ceder bomen die zo omvangrijk zijn dat we ze met z’n zessen nog niet kunnen omarmen. Terug in de warmte van hun huis vertelt Lee over haar komst naar Meyers Chuck samen met echtgenoot Mack, inmiddels dertig jaar geleden. Het dorp had destijds ruim 50 inwoners, waaronder veel kinderen, en bruiste van leven. Lee en Mack runden de school tot Mack na drie jaar, hij was net vijftig, dingen begon te vergeten. Het bleek een progressieve hersentumor die hem al snel het leven kostte. Lee bleef gebroken achter en verliet Meyers Chuck om zichzelf te hervinden.

Jaren later ging de telefoon. Het was Bob aan de lijn. Lee had zijn dochters nog in de klas gehad, maar eigenlijk nooit een woord met hem gewisseld. Alleen met zijn toenmalige vrouw, die het gehucht inmiddels was ontvlucht. Een levendige uitwisseling van telefoongesprekken volgde. Tot Lee de maandelijkse telefoonrekeningen van 300 dollar niet meer kon betalen. Bob stuurde aan op een ontmoeting en de rest is geschiedenis. Lee keerde terug naar Meyers Chuck, inmiddels vijftien jaar geleden. 

Reizen

De buitenwereld naar binnen

Lee draagt haar hart bovenhuids. Haar charme, energie en intellect hangen als een verslavend parfum om haar heen. Zo klein als ze oogt, zo groot zijn haar warmte en gastvrijheid. Ze windt Linde en Berber om haar vinger met een verkleedpartij. De hele eerste verdieping van het huis heeft ze omgetoverd tot een atelier met kledingrekken, knutselattributen en schilderijen.

Overal om me heen hangen foto’s, krantenknipsels, uitgescheurde quotes, ansichtkaarten, posters en brieven. Ik word duizelig van de vele indrukken en struikel over ontelbare boeken en persoonlijke herinneringen. In de kleine wereld van Meyers Chuck heeft Lee zich omringd met attributen uit de grote buitenwereld. Het is haar special place. 

‘s Avonds aan de eettafel hangen we aan hun lippen als Bob en Lee hun verhalen vertellen. Met uitzicht op de herfstkleuren van Alaska eten we zalm en drinken we door Lee gemaakte rabarberwijn en kombucha. Hun leven trekt in al haar smaken en kleuren aan ons voorbij. Groots in avonturen en emoties van het verleden, klein in al haar huidige eenvoud, focus en warmte. 

Wat word ik ontzettend gelukkig van deze bijzondere vrouw, van deze lieve mensen. Floortje Dessing heeft het bij mooie afgelegen plekken over “het einde van de wereld”. Ik noem deze plek juist liever het begin. Puur, rauwe natuur, ongebaande paden, echte mensen, eenvoud. 

Voor mij mag de hele wereld zo zijn.

Over dit Wereldwijf: Mariska Woertman - Wereld

Hi! Ik ben Mariska Woertman en ik zeil sinds 2018 met mijn gezin voor onbepaalde tijd de wereld rond. Ik heb mijn huis verkocht, mijn opdrachtgevers achtergelaten en mijn familie en vrienden vaarwel gezegd om onze kinderen de wereld te laten zien. En om zelf weer met kinderogen te kunnen kijken. Ik verwonder me onderweg over van alles en daar laat ik andere Wereldwijven graag van meegenieten! Je kunt me ook via Instagram volgen.