Queen of the road in Muscat

Jorien van Andel

Eén van de eerste dingen die ik onder de knie wilde krijgen hier in Muscat, was het zelf durven rijden in mijn auto. Al in Nederland ervaarde ik de luxe van het hebben van een auto als een enorme vrijheid, maar hier is het bijna noodzakelijk om iets van een leven buitenshuis te hebben. Zeker in de zomer kom je nauwelijks een wandelende ziel op straat tegen. Iedereen verschanst zich in de airco van zijn SUV. 

Want men rijdt hier niet in een simpel personenautootje, maar we bewegen ons massaal voort door de stad in enorme wagens, hoog op de wielen en met een dikke extra autoband achterop.

Mijn pantser op wielen

Hoewel ik mijn eerste ritje tamelijk angstaanjagend vond (want zo’n groot bakbeest botst ook eerder tegen een paaltje dat je van grote hoogte niet goed ziet), vind ik het nu heerlijk in mijn giga-bak. Het is een soort tweede huis, een pantser waarmee ik de buitenwereld even buiten kan sluiten en waarin ik mij onkwetsbaar op de weg voel.

Dat laatste zorgt er ook voor dat ik mijn rijstijl, die in Nederland ook als ‘een tikkie ad hoc’ omschreven kon worden, helemaal heb aangepast aan de lokale weg-etiquette. Net iets te laat voorgesorteerd voor de afrit? Geen probleem, je knalt gewoon je auto dwars door de wegmarkering om alsnog op het nippertje op de juiste rijbaan te komen. Duurt het iets te lang voordat je uit je parkeerplek kunt komen? No worries: je gáát gewoon want met zo’n grote bumper duw je als het ware de andere auto’s aan de kant. 

En weet je überhaupt even niet waar je bent of waar je heen moet? Dan minder je gewoon snelheid tot stapvoets, zelfs op de snelweg, om rustig te bedenken hoe en wat verder. Omdat je zo hoog boven de weg zweeft, krijg ik ook een beetje grootheidswaanzin. Mij maken ze niets in mijn grote bak.

Snel, sportief en schoon

Ik las eens dat vrouwen in transitie (die een geslachtsveranderende hormoonbehandeling ondergaan) plotseling een enorme interesse voor auto’s kunnen ontwikkelen. Vrouwen, die eerder geen bal gaven om voertuigen krijgen dan opeens een kick bij het zien van snelle rode sportauto’s. Zover is het bij mij nog niet, maar het rijden in een kolos van een wagen doet kennelijk toch iets met me.

De auto is ook nogal een statussymbool hier. Op iedere straathoek en in elke mall staan mensen klaar om tegen een kleine vergoeding je auto in het sop te zetten. Veruit de meeste auto’s zijn wit, wat in het felle zonlicht een glanzende parade op de weg oplevert. Als je per ongeluk te lang hebt gewacht met je carwash, dan loop je het risico aangehouden te worden door de politie en een boete te krijgen.

Strakke (in)parkeerregels

Al met al kan ik zeggen dat ik mij inmiddels helemaal op mijn gemak voel op de Omaanse autoweg. Mijn enige handicap is het inparkeren, wat hier standaard op piepkleine parkeerplaatsjes en achteruit schijnt te moeten gebeuren. Toen ik eens, op een volle parkeerplaats met veel publiek, koos voor de makkelijkere optie van vooruit inparkeren, werd ik door de security guard terecht gewezen: “nee mevrouw, die auto moet er achteruit in”.

Met honderd paar ogen op mij gericht, deed ik drie vruchteloze pogingen. ik kreeg mijn enorme wagen niet waar hij moest staan. Met het schaamrood op de kaken en klotsende oksels (ondanks de airco) deed mijn auto gelukkig wat het ook heel goed kan: met een noodvaart wegscheuren! Weg van mijn schaamte en terug naar het queen of the road-gevoel.

Over dit Wereldwijf: Jorien van Andel - Oman

Salaam! Ik ben Jorien en woon sinds 2021 met man en drie kinderen in Muscat, Oman. Ik ben van huis uit psycholoog en altijd nieuwsgierig naar de wereld en mensen om mij heen. Ik kijk er naar uit de komende jaren te leren en schrijven over hoe het (gezins)leven in Oman overeenkomt en verschilt van dat in Nederland.