Geen bergtop te hoog voor ons wereldwijf Dewi
Dit keer mocht het dan eindelijk gebeuren! Op 4 oktober 2025 vertrok Dewi naar Nepal voor de veelbelovende klim naar de top van de Mera Peak op 6476 meter hoogte. Haar tweede poging, want in maart 2020 startte ze met volle moed aan deze uitdaging als inzamelingsactie voor stichting Creatief Hart. Maar die top bleef toen buiten bereik, omdat zij haar avontuur na zeven dagen alweer moest beëindigen vanwege het Coronavirus dat zich over de wereld verspreidde.
Maar vijf-en-een-half jaar later komt die droom alsnog uit, en stond zij toch op die bergtop! Dewi schreef voor de Wereldwijven over haar geweldige prestatie.
Een droom komt uit
Even terug naar maart 2020. De beslissing was lastig toen alles erop wees dat de Nepalese overheid restricties zou gaan opleggen. De expeditie voortzetten kon inhouden dat ik niet meer naar Nederland kon terugkomen. Niemand wist immers hoe de pandemie zou verlopen. Mede op aandringen van vrienden en familie, koos ik voor het beëindigen van mijn expeditie. Een enorme teleurstelling. Want het was een droom waar ik zo lang zowel fysiek als mentaal naartoe had geleefd.
Maar nu heb ik het toch kunnen doen en kwam een droom uit! De hele klim was een enorme uitdaging, maar daar was ik natuurlijk op voorbereid door in ieder geval flink op conditie te trainen. Op hoogte trainen is helaas wat lastig hier in Nederland maar ik wist wel wat ik zo’n beetje kon verwachten! In 2016 heb ik de uitgebreide en meer afgelegen variant van de Mount Everest Basecamp trek via drie bergpassen van ruim boven de 5000 meter hoogte gedaan en in 2018 heb ik de Kilimanjaro van 5895 meter hoogte getrotseerd. Maar naar 6476 meter hoogte gaan, dat is letterlijk nóg een flinke stap verder.
Voluit in de energiebesparing
De zuurstofdruk daalt ongeveer lineair met de hoogte en bedraagt op 5500 meter 50% van de zeespiegelwaarde, en op 8900 m (de hoogte van de top van de Everest) slechts 30% van de zeespiegelwaarde. Daar zat ik dus ergens tussenin. Ik vergelijk het met hardlopen terwijl je door een rietje in- en uitademt. Je komt soms letterlijk in ademnood te zitten.
Het wandelen gaat dus zeker niet zoals thuis in Nederland, maar op zeer langzaam tempo. Om zo goed mogelijk te acclimatiseren en hoogteziekte te voorkomen, is langzaam stijgen dé sleutel. Eenmaal op zo´n 4000 meter hoogte, heb je met een langzaam tempo al het gevoel dat je aan het hardlopen bent. Je raakt uitgeput als je een paar stappen sneller doet en een afwijkende beweging kost al meteen extra energie. Ik was dus constant gefocust op het behouden van het gestage tempo om zoveel mogelijk energie te besparen.
Met geen pen te beschrijven
Dat maakte ook dat ik totaal niet bezig was met mijn leven vóór en ná de klim maar alleen met de dag zelf. Ik leefde volledig in het hier en nu. Iedere ochtend 6:30 opstaan met koffie of thee waarmee we werden wakker gemaakt door de sherpa. Daarna herschikten we onze duffel- en rugtas. Dat was echt een fijn meditatief moment van de ochtend. Aankleden hoefde niet, want we sliepen altijd al met onze wandelkleding aan. Even ontbijten, en daarna gingen we er weer vandoor met de benenwagen en waren we op die dagen tussen de vier en acht uur aan de wandel.
Afzien was het op bepaalde momenten zeker, en zo nu en dan vroeg ik mezelf echt af waarom ik aan ‘dit hele gedoe’ was begonnen. Waarom houd ik niet gewoon van een strandvakantie of iets?! Waarom moet ik perse zo hoog!? En waarom kies ik ervoor om een paar weken lang boven een gat te moeten hangen om mijn behoefte te kunnen doen in soms zelfs -25 graden, en om amper tot niet te kunnen douchen!? Maar dan volgt toch al snel de acceptatie van het moment, want het is met geen pen te beschrijven wat je er voor terugkrijgt.
De verbindingskracht van de bergen
In onze internationale expeditie groep waren we met zeven wandelaars. De jongste was zestien (hij deed dit samen met zijn moeder) en de oudste 62 jaar. Allemaal gevorderde bergwandelaars. Een hele bijzondere ervaring om in die drie weken zo’n verbinding met mensen te hebben die je niet kent en letterlijk lief en leed te delen. Nog niet eerder heb ik deze chemie binnen een groep meegemaakt. We zorgden echt voor elkaar alsof we elkaar al jaren kenden.
Wat was het vreselijk toen de moeder van de zestienjarige jongen vanuit het basiskamp (5400 meter hoogte) snel weer naar lager gebied moest en de beklimming moest afbreken, omdat zij toch last kreeg van hoogteziekte. Iedereen leefde met haar mee. Haar zoon namen wij onder onze hoede. Wat was hij dapper en sterk!
En toen was het eindelijk “Summit day”
Ja, daar leef ik dan zo naartoe, ook al was ik iedere dag alleen maar in het moment zelf aan het voortbewegen. Ergens op de elfde dag had ik het best even moeilijk. Ik liep met 10kg op mijn rug en de lucht werd steeds ijler. Tijdens het wandelen, bleef ik het maar koud houden. Op zo’n 5000 meter hoogte moest ik uiteindelijk toch aan de medicijnen (Diamox), omdat ik last kreeg van duizeligheid. Gelukkig geen erge symptomen.
De meeste groepsleden gingen overigens ook aan de medicatie om acclimatisatie sneller te bevorderen. Die medicatie werkt vrij snel, maar na zoveel kilometers en hoogtemeters in de benen (en zonder eigenlijk een rustdag te hebben gehad), vroeg ik me wel af hoe ik die laatste spurt omhoog nog zou kunnen maken. En daarna moesten we ook weer flink wat meters dalen (van 6476 meter naar 5000 meter hoogte) wat echt niet per se makkelijker is dan omhoog gaan.
Hallucineren met een kukelde haan
We zouden dik twaalf uur bezig zijn en ik zag er dan ook best wel tegenop. De nacht in het laatste tentenkamp op 5780 meter hoogte, voelde ik me oververmoeid. Maar toch stond ik daar om 2:30 in de nacht met zware sneeuwschoenen en crampons aan mijn voeten, om te starten met dé klim. Fysiek loodzwaar, maar mentaal gebeurde er ook heel veel. Ik zou toch zweren dat er een haan was die bij de zonsopgang de hele boel bij elkaar kukelde. Uiteraard was er nergens een haan te bekennen, behalve dan in mijn hoofd. Uiteindelijk bleek dat niet alleen ik, maar meerdere groepsleden ook een beetje hallucineerden. Hoogte doet wat me je op allerlei vlak.
Na enkele uren in de vrieskou te hebben gezwoegd, hoorde ik de sherpa die mij begeleidde zeggen dat we nog slechts een uur verwijderd waren van de top. Een uur heeft daar zo’n andere betekenis, het voelt echt als ‘bijna!’ Nog maar een paar meter te gaan, waar je op vlakke grond mogelijk slechts tien minuten over zou doen. Opgeven is nu echt geen optie meer: je bent er eigenlijk al en je hebt die top al behaald, zei ik tegen mezelf. En ja hoor, na ongeveer een uur stond ik daar dan écht. Het was gewoon niet te bevatten!
De vlag mocht uit!
Van wapperen was geen sprake, ik stond daar met die vlag van de stichting eerder als een stilleven. Het was bijna windstil op die top, wat echt wel bijzonder was. Een Oostenrijks stel dat we tegenkwamen toen zij weer op de terugweg waren, werd die ochtend ervoor bijna van de top afgeblazen. En de dagen na onze topdag was de wind ook weer flink aangewakkerd. Je kunt daar dan slechts een paar hele kleine minuten staan, maar wij konden dus uitgebreid genieten van onze overwinning, van de Mount Everest en de andere bergkanjers waar we uitzicht op hadden. Dan ben je toch gewoon dankbaar!
Enkele mensen die me al voor deze geplande tocht in maart 2020 hadden gesponsord, hebben destijds nooit hun sponsorgeld teruggevraagd toen ik de beklimming moest afbreken. Dat geld hebben we dankbaar besteed aan de projecten in Indonesië. Maar wat voelt het goed om dan toch op die top met die vlag te kunnen staan en dat ik alsnog mijn langverwachte doel heb mogen bereiken!
Een bijzondere reis om op terug te kijken en waar nog veel meer over te vertellen en te schrijven is, maar dit videoverslag geeft al een mooie indruk van dit onvergetelijke avontuur! Veel kijkplezier!









