Vrouwelijke genitale verminking: terug- en vooruitkijken
In 2019, een jaar na lancering van ons platform, besteedden de Wereldwijven voor het eerst aandacht aan vrouwen- en meisjesbesnijdenis met de campagne #UNCUT. Het was ook ons eerste contact met Dr. Annemarie Middelburg en Istahil Abdulahi. Dankzij hen leerden wij steeds beter begrijpen hoe complex [1] deze praktijk is.
Samen kijken we nu terug én vooruit naar een samenwerking die nu al 7 jaar duurt want aandacht voor vrouwelijke genitale verminking blijft onverminderd nodig.

Wat zijn de meest impactvolle ontwikkelingen geweest sinds onze gezamenlijke campagne in 2019?
Istahil: “In de eerste plaats onze prachtige vriendschap sinds jullie campagne! Ik herinner me mijn interview met Annemarie nog heel goed. Ik was zenuwachtig, maar het voelde meteen goed. De rust die Annemarie uitstraalde en de manier waarop zij vragen stelde, maakten dat ik me gelijk op mijn gemak voelde. Dat moment is de basis geweest voor onze vriendschap, onze samenwerking en alle mooie ontwikkelingen die daarna volgden.”
Annemarie: “Ja, onze vriendschap is inderdaad heel bijzonder. En de video van Istahil heeft veel impact gehad. Die is inmiddels meer dan 38.000 keer bekeken! Onlangs heb ik hem nog getoond tijdens een training voor politieagenten en zorgprofessionals in Den Haag. Daarnaast is de video opgenomen in de e-learning ‘In gesprek over meisjesbesnijdenis’ voor professionals. Ook bij lezingen op hogescholen en universiteiten gebruiken we het interview als voorbereiding en verdieping. Het verhaal van Istahil is indrukwekkend en raakt mensen echt.”
Istahil: “Sinds die campagne is er ook echt meer aandacht. Annemarie en ik zijn uitgenodigd voor verschillende radio- en talkshowprogramma’s. Ook LINDA heeft aandacht besteed aan het onderwerp, waaraan wij beiden hebben bijgedragen. Kortom: jullie #UNCUT campagne heeft voor ons persoonlijk veel betekend, maar ook voor de bewustwording in Nederland.”
Vrouwelijke genitale verminking – Gezondheidszorg & medische ontwikkelingen
In 2019 publiceerden De Wereldwijven een interview met dokter Refaat Karim over hersteloperaties. Kunnen jullie iets meer vertellen over hersteloperaties en nieuwe ontwikkelingen?
Annemarie: “Dokter Karim is één van de toonaangevende specialisten in Nederland op het gebied van clitoris-reconstructie na VGV. De operatietechniek is inmiddels al enkele decennia bekend. Bij deze ingreep wordt het inwendig gelegen deel van de clitoris, dat bij de besnijdenis intact is gebleven, vrijgemaakt van lidtekenweefsel en naar boven gehaald. Sinds de Franse uroloog Pierre Foldès de methode in de jaren ’90 ontwikkelde, zijn er technisch gezien geen grote veranderingen geweest.
Wat wél opvalt, is dat er in Nederland nog altijd discussie bestaat over de vergoeding van deze operatie. In landen als Frankrijk, Duitsland en België wordt de ingreep volledig vergoed via de zorgverzekering, zonder uitzonderingen of aanvullende voorwaarden. In Nederland ligt dat anders.”
Waar gaat die discussie over?
Annemarie: “De kern van de discussie is of de hersteloperatie standaard vanuit de basisverzekering vergoed moet worden. Nederland is het enige land waar een onderscheid wordt gemaakt in type klachten. Op dit moment krijgen alleen vrouwen die lichamelijke klachten ervaren vergoeding. Vrouwen die psychologische of seksuele klachten hebben, moeten de operatie in principe zelf betalen. Het is een moeizame discussie, maar er zijn de afgelopen jaren wel belangrijke stappen gezet.
In het Amsterdam UMC loopt momenteel een wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van de hersteloperatie. Binnen dit onderzoek krijgen alle deelnemende vrouwen de ingreep vergoed, ongeacht het type klachten. Dat is een stap in de juiste richting. Herstelzorg gaat namelijk niet alleen over het wegnemen van fysieke pijn. Het gaat ook over autonomie, identiteit, seksualiteit en het herstel van een geschonden recht op lichamelijke integriteit.”
Istahil: “Mensen die hierover beslissen hebben geen idee waar ze over praten.”
Weten besneden vrouwen überhaupt van de mogelijkheid voor een hersteloperatie en door wie worden ze geïnformeerd?
Annemarie: “Er komt steeds meer bekendheid over de mogelijkheid van een hersteloperatie. Tot nu toe zijn in Nederland ongeveer 80 vrouwen geopereerd. De meeste vrouwen vinden zelf informatie via het internet en nemen vervolgens op eigen initiatief contact op met een specialist. In theorie zouden huisartsen moeten doorverwijzen, maar in de praktijk is de kennis hierover nog onvoldoende verspreid. Veel zorgverleners weten simpelweg niet dat deze operatie bestaat.
Onlangs sprak ik een vrouw van 50 die na haar hersteloperatie voor het eerst een orgasme had ervaren. Dat was een bijzonder en openhartig gesprek. De emotie toen zij vertelde dat ze zich haar hele leven nooit een ‘complete’ vrouw had kunnen voelen, raakte me diep. Dat laat zien dat het hier niet alleen om medische zorg gaat, maar ook om identiteit, zelfbeschikking en herstel.”
Istahil: “Precies dat. Ik heb nooit toestemming kunnen geven, ik was zes toen ik besneden werd. Jarenlang heb ik geworsteld met mijn vrouw-zijn, omdat ik me nooit compleet voelde. Dat zit heel diep. Het is moeilijk onder woorden te brengen, maar het is er. Juist doordat ik mijn eigen ervaringen deel, help ik andere vrouwen die zich nu pas durven uit te spreken.”
Vrouwelijke genitale verminking en juiste terminologie
Er zijn meerdere begrippen voor vrouwenbesnijdenis die we in verschillende contexten gebruiken. Het Engelse Female Genital Mutilation (FGM) en in Nederland vrouwelijke genitale verminking worden steeds vaker gebruikt, naast termen als vrouwen- en meisjesbesnijdenis.
Wat is juist?
Annemarie: “Er is al jaren discussie over de terminologie. Er is niet één ‘juist’ of ‘onjuist’ begrip; het hangt sterk af van de context waarin je het gebruikt. De term Female Genital Mutilation of vrouwelijke genitale verminking wordt internationaal vaak gebruikt, onder meer door de Verenigde Naties. Het woord ‘mutilation’ onderstreept dat het gaat om een ernstige schending van mensenrechten.
Tegelijkertijd ervaren sommige vrouwen het woord ‘verminking’ als stigmatiserend of veroordelend, zeker wanneer het over hun eigen lichaam gaat. Daarom kies ik in de praktijk, bijvoorbeeld tijdens werkbezoeken of in gesprekken met vrouwen, vaak voor de termen die zij zelf gebruiken of die lokaal gangbaar zijn. In mijn wetenschappelijke publicaties gebruik ik meestal de term Female Genital Mutilation/Cutting (FGM/C).
Voor mij is het belangrijkste dat taal zowel recht doet aan de ernst van de praktijk én respectvol blijft naar de vrouwen die het hebben meegemaakt.”

Vrouwelijke genitale verminking: Onderzoek en beleid in Nederland
Even terug naar de hersteloperaties. In omringende landen wordt de urgentie van deze zorg erkend en spelen die kosten geen rol en in Nederland is er discussie over. Oef, dat vinden we beschamend. Sterker dat derden – géén slachtoffer – zichzelf de vraag stellen of wel of geen pijn beslissend is voor vergoeding van een hersteloperatie van een praktijk die vrouw-onterend is… zo ruimdenkend zijn we in Nederland dus niet.
Heeft de politiek überhaupt wel voldoende aandacht voor vrouwelijke genitale verminking?
Annemarie: “Ja, gelukkig wel. Het afgelopen jaar is VGV regelmatig in het nieuws geweest. In die periode verscheen ook een rapport dat ik in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid heb gepubliceerd. De centrale vraag van het onderzoek was hoe we meisjes en vrouwen beter kunnen beschermen tegen deze praktijk. De politiek erkent dat het beter moet. Dat is een belangrijke stap.
In mijn onderzoek heb ik gekeken naar beleid en regelgeving in onder meer België, Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Het Verenigd Koninkrijk kent specifieke ‘protection orders’ voor meisjes en vrouwen die risico lopen op VGV. Die blijken effectief. In mijn onderzoek concludeer ik dat een hybride aanpak, geïnspireerd op het Britse model, ook in Nederland de bescherming van meisjes en vrouwen kan versterken. De aanbevelingen uit mijn onderzoek ‘Over Grenzen zijn overgenomen door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris onderzoekt momenteel of en hoe het bestaande juridische instrumentarium kan worden aangevuld met maatregelen in lijn met zo’n hybride beschermingsbevel. Het is bijzonder om te zien dat onderzoek daadwerkelijk kan bijdragen aan concrete beleidsontwikkeling.
Ik was eerlijk gezegd even bang dat een vallend kabinet of het zomerreces de urgentie van dit onderwerp zou overschaduwen. Maar dat bleek onterecht. Na afronding van het onderzoek volgden direct scherpe Kamervragen en was er brede media-aandacht. Wat mij vooral opviel, is dat de aandacht er was vanuit het hele politieke spectrum, van links tot rechts. Daarnaast denk ik ook dat dit onderwerp momenteel ook meevaart op de bredere discussie over femicide en geweld tegen vrouwen. Dat biedt momentum om structurele verbeteringen door te voeren.”
Dat is inderdaad een goede ontwikkeling. Zijn er toch nog zorgen of uitdagingen?
Annemarie: “Zeker. Hoewel er politieke aandacht is, zien we tegelijkertijd een zorgwekkende tegenbeweging. Aanleiding is onder meer een recente academische publicatie waarin wordt gesteld dat het dominante anti-FGM-discours te eendimensionaal is en onvoldoende recht doet aan culturele diversiteit en individuele ervaringen. Er wordt betoogd dat beleid kan leiden tot stigmatisering, wantrouwen en overmatige juridische controle van bepaalde gemeenschappen. Dat zijn belangrijke punten om serieus te nemen. Tegelijkertijd moeten we oppassen dat kritiek op discours en beleid niet uitmondt in het relativeren of bagatelliseren van de aantoonbare lichamelijke, psychische en seksuele schade.”
Istahil: “Het is wel degelijk een middel om vrouwen te onderdrukken. Het is geen keuze. In naam van cultuur worden meisjes verminkt. Hoe kun je daar respect voor vragen? Ik was zes jaar toen het me overkwam en had geen idee. Ik kon helemaal niet kiezen. Die wetenschappers van zo’n publicatie, waar halen ze die waarheden vandaan? Hoe hebben ze onderzoek gedaan? Met wie hebben ze gesproken?”
Annemarie: “Vrouwelijke genitale verminking is een mensenrechtenschending, omdat het een vorm van geweld is tegen meisjes en vrouwen. Het draait in de kern om controle over hun lichaam en hun seksualiteit, en om het beperken van hun seksueel genot. Juist in een tijd waarin we bredere conservatieve bewegingen zien binnen het debat over vrouwenrechten, is het belangrijk om vast te houden aan het uitgangspunt van bescherming van lichamelijke integriteit, seksuele autonomie en gelijke rechten voor meisjes en vrouwen.”

Internationale Samenwerking & Sleutelpersonen
We volgen alle ontwikkelingen in Nederland dankzij jullie al een paar jaar, en ook tijdens dit gesprek blijken er nieuwe positieve stappen te zijn gezet. Nederland kent bovendien verschillende organisaties die actief bewustwording creëren, voorlichting geven en trainingen verzorgen over vrouwen- en meisjesbesnijdenis. Denk aan FSAN, Pharos, de GGD, het KIT en Plan Nederland.
Hoe is de aandacht voor vrouwelijke genitale verminking in onze buurlanden? En is er samenwerking met Nederland?
Istahil: “Ik ben onlangs voor Nederland ambassadeur geworden binnen het Europese End-FGM netwerk. In die rol spreek ik met andere ambassadeurs uit bijvoorbeeld Duitsland en Spanje. We zijn heel actief gericht op met name jongeren en komen samen om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Binnen de Europese Unie zetten we ons in om VGV op de politieke agenda te houden. Momenteel werk ik toe naar Internationale Vrouwendag, met als doel een aantal belangrijke politici te spreken en VGV opnieuw onder de aandacht te brengen. Daarbij verwijs ik ook naar het onderzoek van Annemarie, want we zien het gewoon: wetgeving heeft nut! Voorlichting geven is super belangrijk, maar met wetgeving maak je het verschil.
Naast mijn internationale rol ben ik al lange tijd sleutelpersoon en regionale verbinder voor FSAN. Als sleutelpersoon luister je vooral, moedig je aan en geef je advies. Het feit dat mijn verhaal het verhaal is van zoveel andere vrouwen creëert herkenning, een stukje veiligheid en enorm veel steun. Uiteindelijk moet iedere vrouw haar eigen weg vinden. Dat vraagt geduld, zonder oordeel luisteren en echt begrip tonen. Ik heb gemerkt dat juist de persoonlijke verhalen enorme kracht hebben. Elk verhaal verdient het om gehoord te worden. Mijn eigen ervaring is ook wat mij drijft. VGV is een schadelijke praktijk die diep verankerd is in bepaalde culturele normen bedoeld om de vrouw te onderdrukken.”,
Op 6 februari vond de landelijke Zero Tolerance Day plaats: de jaarlijkse dag tegen vrouwelijke genitale verminking. Op de agenda stond dit jaar de rol van sleutelpersonen. Heeft dat een reden?
Annemarie: “Ja, sleutelpersonen zijn van onschatbare waarde in de aanpak van VGV. Sinds de jaren ‘90 leidt FSAN sleutelpersonen op en zet hen in door heel Nederland. Zij zijn onderdeel van gemeenschappen waarbinnen de praktijk voorkomt. Veel sleutelpersonen zijn bovendien ervaringsdeskundig, net als Istahil. Ze zijn aantoonbaar effectief in het creëren van bewustwording, het doorbreken van taboes en het doorverwijzen naar passende zorg. De financiering van FSAN was jarenlang projectmatig en werd telkens voor enkele jaren toegekend. Tot afgelopen december. Op dit moment is onzeker of er opnieuw financiering beschikbaar komt. Daarmee is ook de toekomst van deze belangrijke bruggenbouwers onzeker.
De subsidie is bedoeld voor trainingen en voorlichting. Sleutelpersonen organiseren huiskamergesprekken, werken samen met professionals en signaleren risico’s. Dat doen zij grotendeels op vrijwillige basis. Ze vormen een cruciale schakel: de ogen en oren in de praktijk. Zonder hen wordt het moeilijker om VGV zichtbaar te maken en tijdig in te grijpen.”
Istahil: “Naast de sleutelpersonen waren er – al is dat nu onzeker – zes regionale verbinders in Nederland. Zij bewaken het overzicht en signaleren knelpunten in een adviserende rol. Ik ben bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de regio Drenthe, Groningen en Friesland. We werken samen met sleutelpersonen, maar ook met instanties zoals AZC’s en zorgorganisaties. De kosten die ik maakte werden vergoed vanuit de subsidie. Maar met of zonder vergoeding ga ik gewoon door. We hebben al veel bereikt en onze aanpak werkt.”
Annemarie: “De financiering is altijd projectmatig geweest, maar zou structureel moeten zijn. Zoals Istahil zegt: deze aanpak werkt en heeft zich bewezen. Als de subsidie daadwerkelijk wegvalt, kan dat een negatief sneeuwbaleffect hebben. Juist daarom staan de sleutelpersonen dit jaar centraal tijdens de Zero Tolerance Day. Hun rol is essentieel in preventie, signalering en het opbouwen van vertrouwen binnen gemeenschappen.”
Meer weten over vrouwelijke genitale verminking?
Dr. Annemarie Middelburg is oprichter van Right to Rise, een onafhankelijk onderzoeks- en adviesbureau gespecialiseerd in geweld tegen vrouwen, met bijzondere aandacht voor vrouwelijke genitale verminking (VGV). Op haar website zijn publicaties en achtergrondinformatie te vinden, waaronder het onderzoek Over Grenzen, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Istahil Abdulahi heeft haar eigen bedrijf opgezet om zo haar werk als spreker en toegewijde activist breder uit te rollen. Naast haar inzet als sleutelpersoon en trainer voor FSAN verzorgt zij lezingen voor scholieren, studenten en zorg-professionals. In haar presentaties bespreekt zij waarom VGV plaatsvindt, wat de gevolgen zijn en wat er nodig is om de praktijk te beëindigen. Meer informatie vind je op haar website Istahil.
Meer weten over sleutelpersonen? Kijk op we website van FSAN en lees erover in hun project verandering door verbinding met sleutelpersonen.
Meer weten over meisjesbesnijdenis/vrouwelijke genitale verminking? Kijk op de website van Pharos:
[1] De Wereldwijven, 16 januari 2019, Vrouwenbesnijdenis: complexer dan wij denken.








