Help, mijn kind verstaat Nederlands, maar weigert het te spreken!
Ik dacht eigenlijk dat het vanzelf zou gaan. Tweetalig opvoeden. Twee talen in huis. Iedere ouder spreekt gewoon zijn eigen taal, kinderen pikken dat op. Klaar. Geen discussie. Ik had er eerlijk gezegd nooit bij stilgestaan dat dit ooit een “ding” zou worden. De realiteit? Die is rommeliger. Mijn partner is Spaans, ik ben Nederlands, en onze kinderen zijn alledrie geboren in Spanje. Thuis spreken we Spaans, op school krijgen ze Catalaans, en ergens daar tussendoor… Nederlands.
Tijd voor een blog: en een relativerend lesje in tweetalig opvoeden.
Consequent zijn is makkelijk gezegd
We zijn twee keer terug verhuisd naar Nederland. Daar kreeg Nederlands meer ruimte, en onze oudste ging zelfs naar een speciale talenschool en pakte de taal snel op. Maar eenmaal terug in Spanje wint de omgevingstaal.
Mijn partner vindt dat ik consequenter moet zijn, dat ik meer Nederlands moet praten, dat ik onze kinderen iets ontneem. En ergens heeft hij misschien gelijk. Maar het is niet alleen een kwestie van willen; het zit in gewoonte en dynamiek. Gek toch, dat zelfs voor mij Spaans vaak natuurlijker voelt. Het leven is nou eenmaal chaotisch, vol momenten waarop je niet nadenkt, maar gewoon reageert; en in die momenten, praat ik dus ook automatisch Spaans. Het is de taal tussen mijn partner en mij. Het is hoe wij als gezin functioneren. Onze grapjes, onze manier van samen zijn, die hele dynamiek is Spaans.
Daarnaast speelt er een stille twijfel: begrijpen ze mijn Nederlands écht helemaal? De twee jongsten sowieso niet. En de oudste: snapt zij me ook als ik iets ingewikkelders zeg, sneller praat of een grapje maak? Of kies ik onbewust Spaans, omdat ik dan zeker weet dat het aankomt? Maar onder die twijfel zit dan ook weer een stukje angst: dat ze een deel van wie ik ben misschien nooit helemaal zullen kennen. De kleine grapjes, de woordspelingen, de manier waarop ik iets zeg in het Nederlands. Dat die nuances verloren gaan. Dat die versie van mij een onbekende voor hen zal blijven.
Kinderen kiezen wat vertrouwd en veilig voelt
Voor onze kinderen is Spaans de natuurlijke taal. Catalaans gebruiken ze tot nu toe alleen op school. Nederlands begrijpen ze wel, maar spreken? Daar is geen echte noodzaak voor. En met Catalaans zien we hetzelfde: als mijn partner iets in het Catalaans zegt, antwoorden ze in het Spaans. Niet omdat ze geen Catalaans kunnen, maar omdat het ergens geforceerd voelt wellicht? Soms denk ik ook een soort aarzeling te zien: Nederlands tegen mij, Catalaans tegen hun vader – alsof het buiten de comfort zone ligt, de oudste zich ineens opgelaten voelt. Zelfs in Nederland antwoordde ze mij meestal in het Spaans, terwijl ze daar op school uitsluitend Nederlands sprak met de kinderen en de lerares.
Ik ben tot de conclusie gekomen dat tweetalig opvoeden in de praktijk nou eenmaal anders kan verlopen dan vooraf gedacht of gehoopt. Het beweegt mee met waar je woont, met de fase van je gezin, met hoeveel energie je hebt om er bewust mee bezig te zijn. En soms betekent dat dus dat je als Nederlandse moeder Spaans praat. Voor mij is het wel belangrijk om in ieder geval een basis te behouden, een soort fundament te leggen. Maar hoe doe je dat dan als je er niet in slaagt om consequent Nederlands te praten? Ik probeer nu momenten en dingen te kiezen die natuurlijk voelen: bedtijd, (voor)lezen, aankleden, spelletjes, liedjes. Het gaat me er dan niet om dat ze elke dag vloeiend Nederlands praten, maar dat ze wel bekend blijven met de klanken en de woorden, en het altijd kunnen oppakken als ze willen.
Ik ben heel benieuwd: hoe doen andere Nederlandse ouders dit in het buitenland? Zeker als je partner een andere taal spreekt – lukt het jullie wel om consequent te blijven, of herkennen jullie mijn struggle?








