Succesvol emigreren met kinderen – Een praktisch handboek
De eerste week dat ik principal was op de International School of Budapest kreeg ik een bommelding. Ik weet nog dat iemand de telefoon neerlegde, mij aankeek en vroeg: “What do we do?” Het was zo’n moment waarop ineens iedereen naar je kijkt.
Niet omdat je alles weet, maar omdat je degene bent die rust moet uitstralen wanneer er iets onverwachts gebeurt.

Ongeschreven regels
Natuurlijk had ik ervaring. Ik had jarenlang in het onderwijs gewerkt, scholen geleid in verschillende landen en kende het internationale onderwijs goed. Engels was op school de voertaal, internationale curricula waren mij vertrouwd en professioneel voelde ik me zeker in die wereld. Maar op zo’n moment merk je ook hoe kwetsbaar je wordt wanneer je ineens afhankelijk bent van systemen, procedures en een taal die nog niet helemaal van jou zijn.
Want hoewel ik het internationale onderwijs kende, kreeg ik op dat moment óók te maken met iets anders: het Hongaarse systeem. Hongaarse procedures. Hongaarse autoriteiten. Ongeschreven regels die je niet uit een handboek leert.
Kinderen en emigratie
Terwijl ik probeerde rustig te blijven, realiseerde ik me vooral hoeveel energie het kost om continu te schakelen in een nieuwe omgeving. En misschien was het juist dát moment dat mij later anders naar kinderen liet kijken. Want dat zie ik nu dagelijks terug bij de internationale gezinnen op onze school.
Op een internationale school ontmoet je families van over de hele wereld. Sommige gezinnen blijven twee jaar, anderen bouwen hier echt een nieuw leven op. Sommige kinderen zijn al voor de vierde keer verhuisd voordat ze twaalf zijn. En telkens weer zie ik hoe verschillend kinderen reageren op emigreren.
Geen kind is hetzelfde
Sommige kinderen lijken zich moeiteloos aan te passen. Binnen een paar maanden spreken ze drie of vier talen door elkaar, bewegen ze zich vanzelfsprekend tussen verschillende culturen en maken ze makkelijker contact dan veel volwassenen ooit zullen doen. Ik zie kinderen die ongelooflijk flexibel zijn, nieuwsgierig naar andere gewoontes en openstaan voor mensen uit compleet verschillende achtergronden. Dat vind ik misschien wel één van de mooiste kanten van internationaal opgroeien.
Maar tegelijkertijd zie ik ook wat het van kinderen vraagt. Achter die flexibiliteit zit soms ook een kind dat alweer afscheid leert nemen. Een kind dat niet precies weet waar thuis eigenlijk is. Een kind dat zich snel aanpast omdat het dat al vaker heeft moeten doen. Andere kinderen hebben zichtbaar meer tijd nodig. Ze missen hun oude school, hun vrienden, opa en oma of simpelweg het gevoel precies te weten hoe de wereld werkt.
Emigratieproces van kinderen versus volwassenen
En misschien herkennen veel ouders dat wel. Dat je als volwassene bezig bent met werk, huizen, papierwerk en alle praktische kanten van een verhuizing, terwijl kinderen vooral voelen dat hun wereld ineens veranderd is.
Steeds vaker merkte ik dat ik hierover begon te schrijven. Niet alleen over emigreren zelf, maar vooral over hoe verschillend ouders en kinderen dezelfde verhuizing kunnen beleven. Over hoe bepalend ouders zijn in de manier waarop kinderen zo’n proces ervaren. En over hoe belangrijk het is dat kinderen ruimte krijgen voor heimwee, twijfel of verdriet zonder dat we dat direct proberen op te lossen.
Dat groeide uiteindelijk uit tot een boek over emigreren met kinderen. Niet omdat ik denk dat er één perfecte manier bestaat om te emigreren. Integendeel zelfs. Maar wel omdat ik merkte dat er ontzettend veel aandacht is voor de praktische kant van emigreren — huizen, verzekeringen, werk, papierwerk — terwijl het emotionele proces binnen gezinnen vaak veel minder besproken wordt.
Door de ogen van een kind: teruggaan of opnieuw beginnen?
Ik moest daarbij vaak terugdenken aan onze eigen emigraties als gezin. Jaren geleden verhuisden wij met onze kinderen naar Australië. Later verhuisden we weer terug naar Nederland. Voor mij voelde Nederland vertrouwd, voor mijn kinderen helemaal niet. Voor hen was het gewoon opnieuw een nieuw land aan de andere kant van de wereld. Dat besef vond ik achteraf misschien wel het meest confronterend: dat ouders vaak spreken over “teruggaan”, terwijl kinderen alleen maar voelen dat ze opnieuw ergens moeten beginnen.
Nu mijn kinderen volwassen zijn en ik dagelijks werk met internationale gezinnen, kijk ik daar met andere ogen naar dan vroeger. Ik zie hoe sterk kinderen kunnen zijn wanneer ze voelen dat hun ouders vertrouwen uitstralen. Hoe snel ze talen oppakken, nieuwe culturen omarmen en vriendschappen sluiten over grenzen heen. Maar ik zie ook hoe belangrijk het is dat kinderen niet altijd “de flexibele expatkinderen” hoeven te zijn. Dat er ook ruimte mag zijn voor heimwee, vermoeidheid of het gevoel nergens helemaal thuis te horen.
Misschien is dat ook wat emigreren uiteindelijk met volwassenen doet. Je leert dat thuis minder een vaste plek is dan je ooit dacht. En dat opnieuw beginnen tegelijkertijd spannend én verrijkend kan zijn. En misschien is dat precies waarom zoveel internationale kinderen uiteindelijk opgroeien met iets bijzonders: het vermogen om zich thuis te voelen op meerdere plekken tegelijk.
Emigreren met kinderen: herkenbare situaties uit de praktijk
Mijn boek Succesvol emigreren met kinderen beschrijft precies die emotionele kant van emigreren met kinderen. Niet alleen de praktische voorbereiding, maar ook alles wat er onder de oppervlakte gebeurt binnen een gezin wanneer je besluit ergens opnieuw te beginnen. Onderwerpen als afscheid nemen, schoolkeuze, heimwee, identiteit, integratie en opgroeien tussen verschillende culturen komen uitgebreid aan bod, aangevuld met persoonlijke ervaringen en herkenbare situaties uit de praktijk.
Het boek is geschreven voor ouders die bewust willen nadenken over wat emigreren betekent voor hun kinderen én voor hun gezin als geheel. Want uiteindelijk gaat emigreren niet alleen over ergens anders wonen, maar over samen opnieuw leren voelen wat thuis betekent.
Het boek is verkrijgbaar via Grenzenloos.nl, Bol.com en Bruna.








