Expeditie Arctic Circle (8) – IJsberen en sneeuwengelen

Ruth Slob

Wereldwijf Ruth neemt je de komende weken mee op een heel bijzondere reis die ze via de Wereldwijven met jullie zal delen. Ze ging mee op avontuur naar de Arctic Circle met een groep van onderzoekers, kunstenaars, educatoren en innovatoren. En zoals ze het op haar eigen website Nest of Kin mooi verwoord: “Soms mag ik op avontuur; door erover te schrijven leer en analyseer ik wat ik meemaak en hoe ik dat geleerde weer in kan zetten.”

Er is geen dag hetzelfde tijdens de expeditie in het Noordpoolgebied. Zeker niet als je ineens oog in oog staat met… een ijsbeer!

Zoveel mensen, zoveel wensen

Elke dag hebben we een ander schema, elke dag brengt nieuwe en verrassende dingen. Soms weten we precies wat we op een bepaalde dag gaan doen, soms bepalen de wind, het weer en het ijs wat er gebeurt.

Omdat we allemaal aan onze eigen projecten werken, hebben we verschillende wensen met betrekking tot die projecten. Elke ochtend delen we deze wensen met onze expeditieleider, die ons hierin vervolgens zo goed mogelijk tegemoet probeert te komen. Het is ongelooflijk wat zij en haar team voor ieder van ons doen om onze wensen te vervullen. Ik heb dan ook diep respect voor de manier waarop ze alle logistieke uitdagingen van het zeilen in het Noordpoolgebied aangaan, met daarbij de soms onmogelijke verzoeken van ons kunstenaars, en er óók nog voor zorgen dat we allemaal gelukkig en gezond blijven. Productieleiding van één kunstproject is op zich al een uitdaging, zoals ik maar al te goed weet, laat staan productieleiding van 31 kunstprojecten in een omgeving als deze!

Nadat al onze wensen zijn verzameld, blijkt soms dat een aantal van ons vergelijkbare behoeften heeft. We worden dan samen ingedeeld en op dezelfde missie of zodiac gestuurd om vervolgens ons werk te doen. Dit heeft onder andere geresulteerd in een tekenboot voor degenen die willen tekenen en schilderen; een droom- en verbeeldingsboot, voor wie wil mijmeren. In mijn geval heeft het er al vaak toe geleid dat ik met de ‘geluidsmensen’ mee ga in de ‘geluidszodiac’.

Absolute stilte

Samen met drie anderen, onder leiding van één van onze gidsen, breng ik uren op het water door. We maken opnames op, onder en in het ijs; aan het wateroppervlak en in de lucht. Een belangrijke regel in onze geluidszodiac is dat we geen kik geven; niet mogen ritselen met onze parka’s, en eigenlijk ook gewoon niet mogen ademen. Bij het opnemen van geluiden met hypersensitieve microfoons kan namelijk elk geluid worden opgepikt en daarmee een opname worden verpest. Dit betekent ook dat we vaak wat verder de zee op moeten, om er zeker van te zijn dat we geen geluiden van het schip opvangen.

Het is fascinerend om te ontdekken hoeveel verschillende geluiden ijs kan maken. Knetteren, borrelen, rinkelen, ruisen.

Soms vangen we geluiden op waarvan we de oorsprong niet kunnen achterhalen. Soms zijn we zo verrast door geluiden dat we erom giechelen als kleine kinderen. Luisteren naar de geluiden van de ‘meer-dan-mens’ op een plek als de Arctic is magisch. Hier zijn geen onnatuurlijke geluiden; alles wat je hoort is puur en pitch perfect. Bovendien is er geen ruimte voor drukke gedachten tijdens het luisteren. Drijvend op het water tussen de ijsschotsen, terwijl de wind je wangen streelt, is het perfecte recept voor een rustig hoofd; om helemaal in het moment te zijn.

Helemaal in het moment zijn is iets wat andere dieren nog veel beter beheersen. Omdat onze geluidsboot erg stil is (wow, dat klinkt als een nogal sterk antoniem), komen we veel andere dieren tegen. Een zeehonden pup op een drijvend stuk ijs, verschillende vogels die langs onze boot zwemmen, ringelrobben die op rotsen rusten. En dit zijn slechts de andere dieren die we kunnen zien; veel van hen zijn voor ons ook níet zichtbaar, omdat ze zich onder onze boot bevinden.

Een ijsbeer

Tijdens één van de middagen waarop we voor anker liggen, besluit ik aan boord van ons zeilschip te blijven en niet mee te gaan met de groep die aan land gaat, noch aan te sluiten bij de geluidsboot. Vandaag voel ik de behoefte om wat te knutselen met de ideeën die ik de afgelopen dagen in mijn hoofd heb verzameld; dus zit ik in de eetkamer met wat papier, lijm en een schaar. Terwijl ik aan mijn ideeën werk, word ik naar het dek geroepen. “Ruth, een ijsbeer!”

Al ren-struikel-vallend klim ik de trap naar het achterdek op, ondertussen verbaasd dat ik mezelf niet bezeer met al mijn onhandigheid. Omdat we maar met zijn drieën zijn achtergebleven, hebben we het hele dek voor onszelf. Gretig volgen we de grote witte ijsbeer die langzaam van de bodem van een gletsjer naar de waterkant loopt. Samen met de paar bemanningsleden die ook zijn achtergebleven, houden we elke stap nauwlettend in de gaten door onze verrekijkers.

Ineens voel ik een brok in mijn keel. Dit dierenpersoon in de witte jas is één van de redenen waarom ik hier ben.

Mamma, ik en een ijsbeer

Toen ik jong was, en het was enkel mam en ik in ons huis, speelden we vaak onder het dekbed mama en baby ijsbeer, in ons ijsberenhol. Jarenlang waren een ijsbeer met jong hét symbool van onze relatie; honderden kaarten, talloze boeken en knuffels van ijsberen werden heen en weer kado gegeven. Vijf jaar geleden, tijdens mijn toespraak op mama’s begrafenis, beloofde ik haar twee dingen: dat ik de ijsberen zou volgen en dat ik, wanneer mogelijk, altijd een sneeuwengel voor haar zou maken. Dankzij haar ben ik hier – in elke betekenis.

Ik ben hier. En ik volg een ijsbeer. Zijn neus in de lucht, zijn ‘swagger’ beter dan die van menig rapper. Het volgende uur zit ik vastgeplakt aan de scherpste verrekijker op het dek. Ik ben volledig gefixeerd. Ik merk niet eens dat de aanwezigheid van de beer enige paniek op het land heeft veroorzaakt: onze groep aldaar is de reden dat deze beer nu voortdurend de lucht ruikt en zijn tempo inmiddels heeft versneld. Snel wordt iedereen van land naar de boot terug gebracht.

Als uiteindelijk iedereen weer veilig terug aan boord is, en de ijsbeer ook nog een waterballet in de zee aan ons allen heeft vertoond, trek ik me stilletjes terug in mijn hut. Ik plof zachtjes op mijn bed; een zucht ontsnapt uit mijn mond. Voor morgen wens ik diepe, droge sneeuw, zodat ik een mooie sneeuwengel kan maken.

Over dit Wereldwijf: Ruth Slob - Canada

Hi, ik ben Ruth Slob en werk als theatermaker, kunst-educator, adviseur en onderzoeker in de non-profit sector. Daarnaast ben ik coach (on- en offline) voor kinderen, volwassenen, gezinnen en professionals en ben ik PhD-student. Samen met vriend Bas, honden Amber & Fern, katten Ollie, Wolfie & Mosey, schapen Les & Lou en paarden Paris & Aría leef, woon en speel ik in Canada (en ook nog wel in Nederland).