Fair fashion in Myanmar? Denk na voordat je dat goedkope topje koopt.
Bij Fashion week denk ik aan dure haute couture, zijden gewaden en kunstig in elkaar genaaide broekpakken die geen normaal mens ooit zal dragen. Niet aan goedkope kleding uit ontwikkelingslanden.
Paarse top
Toch is er een verband. Dat legt Meryl Streep’s karakter – gebaseerd op Anna Wintour van Vogue – in de film The Devil wears Prada haarfijn uit. Als wij uit de Hema uitverkoopbak een paarse zomertop trekken, heeft dat alles te maken met wat een paar jaar voordien op de catwalks in Milaan werd gepromoot.
Lage-loonlanden
De kans dat die paarse top in Zuid-oost Azië is geproduceerd, is groot. Het is bekend dat in landen als Bangladesh, Vietnam en China duizenden kledingfabrieken staan. Het is ook bekend dat de werkomstandigheden voor fabriekswerkers vaak slecht zijn. Gelukkig trachten zowel de grote modeketens, denk aan H&M, C&A en Mango, als de vakbonden serieus deze omstandigheden te verbeteren. En dat lukt. Met als gevolg dat in die landen de lonen zijn gestegen. Waardoor hun concurrentiepositie is verslechterd.

Made in Myanmar
Mede als gevolg daarvan is Myanmar nu een gewilde vestigingsplek voor de textielindustrie. Hier zijn de lonen nog laag en het aanbod van jonge fabrieksmeisjes hoog. Met alle, veelal negatieve gevolgen vandien. Het SOMO rapport The Myanmar dilemma legt de vinger op de zere plek. ‘Kledingindustrie in Myanmar verre van eerlijk’, schrijft de onderzoekster Martje Theuws. Klopt. Zelf heb ik voor mijn werk met Fair Wear ook enkele interviews gehouden. Een paar vriendinnen van me hier werken in de industrie, onder andere voor H&M, Lidl en het Duitse lingerie-concern Anita.
Minimumloon
Twee jaar geleden werd hier het minimumloon vastgelegd: 83 USD per maand voor een 5.5 daagse werkweek. Dat is nog superlaag. Daar houden de fabrieken zich wel aan, maar sommige vinden toch andere manieren om de werkneemsters te kort te doen: niet betalen voor overwerk, of door andere toelagen zoals bijvoorbeeld reis- of verblijfskosten te beknotten. Dat is niet correct. Ook is het waar dat de woonomstandigheden rondom de fabrieken vreselijk zijn. De arbeidsters wonen vaak in krotten, zonder water en licht, omgeven door afval en plassen water. Ze komen van het platteland en worden zelfs invaders genoemd.

Goed nieuws
Maar ik ken ook fabrieken waar alles prima geregeld is. Die regelmatig bezocht worden door de klant of door hun compliance auditor. Die let vooral op de productiekwaliteit, maar kijkt ook de kwaliteit van de werkplek, arbeidsomstandigheden en loonbetalingen. Ander goed nieuws is dat er verschillende initiatieven zijn in Myanmar, met vakbonden, fabrieken en de overheid, om de werk- en leefomstandigheden te verbeteren, gefinancierd door de Europese Unie of the International Labour Organization Eén ervan is het drukbezochte ‘zondag cafe’, waar jonge fabrieksmeiden, die vaak weinig formele opleiding hebben genoten, samenkomen en cursussen krijgen.
Minder maar beter
Het is dus niet alleen kommer en kwel. Wel blijft er veel te verbeteren, en daar kunnen wij allemaal aan meewerken. Door minder maar betere kleren te kopen. Zolang wij met z’n allen spotgoedkope kleren blijven kopen die een half seizoen meegaan, zullen de kledingfabrieken hier op alle mogelijke kosten willen blijven besparen. Dus als jij, net als ik, je soms afvraagt: ‘Hoe kan deze herenshort met wel vier ritsen voor slechts 6.95 euro, zo goedkoop zijn?’ denk dan aan Myanmar. En: ga je die paarse Hema top echt vaker dan twee keer dragen? Of komt ie op één van de andere ongedragen stapels in je kledingkast?
Meer Fair Fashion? Lees ook Mooi voor jou, mooi voor mij








