Van Marokko weer terug in Nederland. Een warm welkom?

De grond ligt bezaaid met gekleurde bladeren waarvan sommigen al bruin kleuren. De wind waait guur en mijn gedachten dwalen af naar Marokko waar wij vijf jaar gewoond hebben. Ondertussen alweer twee jaar terug, maar wennen doet het nog steeds niet helemaal.

In de zomer van 2016 staat de tuin van ons voorlopige onderkomen in Nederland vol met dozen. Een lichte paniek bekruipt mij. Waar moet ik in godsnaam beginnen? En gaat het allemaal passen? Gaan onze spullen, herinneringen en verhalen passen in het huis dat duidelijk nog niet als eigen aanvoelt.

Het is de eerste maandag van de maand en ik zit in het zonnetje aan de koffie. Opeens klinkt er een oorverdovende sirene en ik schrik mij werkelijk kapot. Ik was het even vergeten, maar de speaker achter het huis heeft zojuist mijn geheugen opgefrist. Hoe kon ik het maandelijkse testen van sirenes in Nederland vergeten.

Vrije kinderen die op z’n Hollands in en uit lopen

Het onbezonnen spelen op straat, dat wil ik mijn kinderen zo graag meegeven. En nu met buurtkinderen aan weerszijde van ons huurhuis in een prachtige laan met oude bomen, kan ik hen dat vrije spelen eindelijk laten proeven.
Mijn dochtertje is door het dolle heen. Zoveel kinderen die allemaal willen spelen. Dat de buurjongens vooral komen voor de grote trampoline in de tuin, weet zij niet en ik zeg niks. Mijn deur staat altijd open.

De levendigheid van het in en uitlopen van kinderen vind ik heerlijk.  Op haar beurt staat mijn dochter na het eten te trappelen om op straat te spelen. Braaf wacht ze ongeduldig op straat tot de buurjongens klaar zijn met eten en komen vragen of zij mee gaat spelen op het nabijgelegen schoolplein. Het lijkt allemaal zo idyllisch.

‘Buurvrouw, ja ik vind het lastig om te zeggen, maar kan je tegen je dochter zeggen dat zij niet zo moeten lopen drammen om te spelen?

Ik open de kofferbak van mijn auto om mijn armen vol te laden met boodschappen. Achter mij knerpt het grindpad en dan staat mijn boomlange buurman achter mij. Ik luister aan de grond genageld naar de woorden die op mij neer kletteren. Inwendig hap ik naar adem.  ‘Hoe kan de buurman dit zeggen?’ Mijn hart breekt en huilt voor mijn kleine meid.  Ik voel mij opeens zo nietig.
‘Buurvrouw, ja ik vind het lastig om te zeggen, maar kan je tegen je dochter zeggen dat zij niet zo moeten lopen drammen om te spelen?  Mijn jongens durven het niet te zeggen en ze drentelt de hele tijd voor het raam als wij nog zitten te eten. Echt heel vervelend.’
Drie weken wonen wij nu in Nederland.  Ik zie het blije en gelukkige gezicht van mijn dochtertje voor mij.  Hoe ga ik de boodschap van de buurman aan haar overbrengen? Sinds dit gesprek is het stil in onze achtertuin.

Naar een nieuwe school met een steen in mijn maag

De eerste schooldag breekt aan. De herinneringen aan de eerste schooldag in Casablanca dringen zich op. Ik voel weer hoe mijn driejarige zoontje zich aan mijn been vastklampt en hoe mijn dochtertje van twee dapper mijn hand vasthoudt. Zij is afwachtend en nieuwsgierig naar wat haar te wachten staat, terwijl haar broer alleen maar heel hard weg willen rennen. Het heeft zes maanden geduurd voordat beiden hun draai gevonden hadden.
En nu staan we voor de poort van weer een nieuwe school, maar deze keer in Nederland. Een school met een enorm schoolplein omringd door bomen en heel veel groen.  Dat groen hebben wij erg gemist.
De steen in mijn maag wordt bij elke stap zwaarder en ik vecht tegen de tranen.
Heel toepasselijk regent het een beetje. Gestoken in een gele en een oranje regenjas met de capuchon over hun hoofd getrokken, zet ik hen beiden af bij hun klas. Beiden zijn veel gegroeid en nu zeven en acht jaar oud. Er valt geen traan en ik vecht hard tegen de mijne.

Weer die buurman!

De buurman tikt mij op mijn schouder. ‘Goedemorgen buurvrouw.’ Ik kijk hem vragend aan, want deze buurman maakt nooit zomaar een praatje. ‘Kan jij jouw auto iets meer op jullie oprit parkeren?’ Ik kijk lichtelijk verbaasd naar mijn auto die keurig binnen de afscheidingslijn van de tuin staat. ‘Ik kan mijn auto nu zo moeilijk van onze oprit krijgen.’ Veel ruimte om de auto anders te zetten, heb ik niet, althans als ik niet wil dat mijn kinderen straks met de fiets over mijn auto moeten klimmen om binnen te komen. ‘Tuurlijk buurman, ik zal er rekening mee houden,’ antwoord ik beleefd, maar eigenlijk wil ik hem vragen of hij misschien niet gewoon beter moet leren parkeren.

En nog steeds voel ik me niet thuis

Langzaam vinden wij allemaal onze draai in Nederland. De kinderen voelen zich al snel thuis. De zelfstandigheid die zij nu krijgen, omarmen zij met beide armen. Het gevaarlijke verkeer van de straten in Casablanca belet hen niet langer. Nog een beetje onwennig fietsen ze naar school en naar vriendjes en vriendinnetjes. Ik houd mijn hart elke keer vast als ik hen slingerend weg zie fietsen. De rotondes zijn wennen en dat auto’s werkelijk stoppen voor een zebrapad durven ze nog niet te geloven. Stapje voor stapje maken zij hun nieuwe wereld eigen en binnen een mum van tijd voelen zich thuis in het land waar zij geen herinneringen meer aan hadden. Maar ik, met al mijn herinneringen voel mij niet thuis. Nog niet. Dat durf ik tegen bijna niemand te zeggen, want ik wil niet arrogant of verwend overkomen. Maar ik mis, ja wat mis ik eigenlijk?

Marokko volgens Nederlanders

Op school is het projectweek in groep vijf. Mijn zoon weet meteen waar hij het over wil hebben, het leven in Marokko.  Hij grist zijn rode Marokko pet uit de kist met de groene ster erop, de afbeelding van de Marokkaanse vlag. Vervolgens gaan wij op zoek naar de tajine en de traditionele theepot.
Een stemmetje in mijn hoofd vraagt zich af of dit wel een goed onderwerp is. Niet omdat er niks moois over Marokko te vertellen is, maar sinds mijn terugkomst heb ik gemerkt dat niet iedereen positief tegenover Marokko of Marokkanen staat. De woorden terrorist en treiterjongeren hoor ik vaak wanneer Marokko ter sprake komt. En ik merk dat ik dat elke keer als een persoonlijke aanval voel.  Marokko is niet perfect en er zijn zeker misstanden die aan de kaak gesteld moeten worden, maar daarnaast is het ook heel mooi land met een prachtige cultuur en vriendelijke mensen.

Ik denk even terug aan een willekeurig gesprek met een overbuurman.  ‘Lijkt mij een mooie ervaring om in het buitenland te wonen. Ik knik instemmend. ‘Maar naar Marokko verhuizen, zegt hij hoofdschuddend. ‘Dan gaat mijn vrouw nooit mee. Wij gaan dan liever naar een ander land.’
De vraag waarom niet brandt op mijn tong. Maar ik stel hem niet.

Geloof jij in de Islam?

Dan is het vrijdag en mogen alle ouders de projecten van hun kind komen bewonderen. Ik loop door de klapdeur naar de ruimte waar de klas van mijn zoon zich bevindt.  Glimmend van trots zit hij achter een tafeltje waar hij een Marokkaans kleedje overheen heeft gelegd. Een kleedje eerlijk zelf onderhandeld in de medina onder het genot van een muntthee. Naast hem zit zijn vriendje die een project doet over snoep. Het snoep waar het vriendje zelf zo dol op is.

Op het tafeltje ligt een schriftje waar ouders en klasgenoten hun feedback mogen geven. Ik kijk er nieuwsgierig in en zie allemaal aardig commentaren staan. Dan trekt een jongen van een jaar of negen aan mijn jas. Ik ken hem niet.  Hij zit niet bij mijn zoon in de klas. ‘Geloof jij in de Islam?’ Zijn vraag overrompelt mij en ik zoek naar een antwoord, terwijl het jongetje ongeduldig wacht. ‘Nee, ik geloof niet in de Islam, maar ik geloof….’ Totaal niet geïnteresseerd in mijn betoog over religie, knikt hij opgelucht. ‘Gelukkig’ en hij loopt weg, mij verbouwereerd achterlatend.

‘Mam, wij gaan in de moskee spelen,’ roepen mijn kinderen terwijl ze via het trapje naar het speelhuisje klimmen.

In onze tuin in Casablanca staat een houten speeltoestel compleet met een houten huisje met puntdak waaruit een glijbaan je veilig naar beneden laat glijden om te gaan spelen in de zandbak.
Uit de moskee in de wijk klinkt de zingende stem die oproept tot het gebed. Het geluid hoort bij de dag. Ik ben het zelfs mooi gaan vinden, afhankelijk van de stem die door de luidsprekers schalt.
‘Mam, wij gaan in de moskee spelen,’ roepen mijn kinderen terwijl ze via het trapje naar het speelhuisje klimmen.  Ze hebben een mutsje over hun hoofd getrokken en trekken keurig hun schoenen uit die zij achter zich neer zetten tijdens het zogenaamde gebed.
’s Avonds aan tafel vragen de kinderen of ik het verhaal van Jezus en kerstmis kan vertellen en daarna van Allah en het schapenfeest. Voor hen zijn het verhalen en ze zijn er dol op.

Een eigen plek waar Marokko en Nederland samenkomen

Na een jaar hebben wij het koophuis gevonden dat wij zochten. Lekker dichtbij de school. Eindelijk een plek echt van ons zelf.  Nog één keer verhuizen en nog één keer alles in en uitpakken. We maken kennis met de wederzijdse buren en het klikt meteen. Ik loop door het nu nog lege huis en vul de vertrekken met mijn verhalen en herinneringen.  Daar aan de muur komt het schilderij waar ik per toeval in Marrakesh tegenaan gelopen ben. En daar in de serre komt het kleine kleurrijke schilderij uit het kustplaatje Essaouira. En die lange muur ga ik azuurblauw schilderen. Hier en daar wordt een wenkbrauw gefronst bij mijn wilde plannen.  Alleen mijn man en kinderen hebben er het volste vertrouwen in.

De dozen zijn uitgepakt en langzaam vinden de meubels hun plek in de ruimte. Bij mij begint het sinds lange tijd weer te kriebelen om te gaan schrijven. Op de trap bonzen kleine voeten en weerklinken lachende kinderstemmen.
Mijn Marokkaanse herder en geredde straathond liggen rustig op hun kleed. Het waakse blaffen bij elk vreemd geluid of persoon neemt af. De gemeentewerkers met hun felgekleurde hesjes boezemen niet langer angst in en niet iedere hond in het bos is de vijand. Vreemde geluiden en geuren zijn niet langer eng.

Eindelijk voel ik me weer thuis

In het weekend staan manlief en ik aan de lijn bij het voetbal de kinderen aan te moedigen en halen om beurten koffie voor de andere ouders. Wij draaien mee alsof wij er altijd geweest zijn.
Ondertussen ben ik aan de slag gegaan als correspondent voor de plaatselijke krant en kom ik bekenden tegen bij de bakker, slager en supermarkt. Nieuwe vrienden staan verbaasd over hoe snel ik zoveel mensen heb leren kennen. Een van de voordelen van het wonen in het buitenland, je sociale antennes werken goed.

Na twee jaar kan ik zeggen: ik ben ‘thuis’. De blauwe muur brengt mij geregeld terug naar de lazy sundays aan het strand. Voeten in het zand, kinderen spelend in de zee terwijl er een koel briesje waait.
In de serre heb ik een Marokkaans hoekje gecreëerd waar in de hoek een uitgebreide traditionele theeset staat op zilveren dienbladen. Daarboven hangt de spiegel in de vorm van de herkenbare houten poorten ingelegd met kralen, een afscheidscadeau van vrienden.

Arabische les in Nederland

De bijkeuken zwaait open en mijn dochter dendert de keuken in. ‘Mama, mama, je raadt nooit wat ik gedaan heb vandaag op school!’ Aan haar gezicht te zien, ga ik het ook nooit raden. ‘De juf heeft gevraagd of ik één keer in de week Arabische les wil en ik heb ja gezegd.’
Een voordeel van gekozen te hebben voor een school die buiten de lijntjes kleurt. Ik voel haar enthousiasme en trots. Haar blauwe ogen schitteren wanneer zij haar verhaal vervolgt; ‘En ik was de enige die het alfabet uit het hoofd kon opzeggen en alle letters goed uitsprak.’

Een buitenlands verlangen is de jus die het leven net dat beetje uitdagender maakt.

Op de vraag of wij nu voor altijd in Nederland blijven wonen, kan ik niet volmondig ‘ja’ zeggen. Voor mij is thuis waar wij met z’n vieren en mijn beestenboel samen zijn. Een thuis kan ik creëren. Voor de kinderen is Nederland het land waar zij zich het gelukkigst voelen, in ieder geval nu.
Persoonlijk blijft het buitenland trekken. Eén been voelt zich compleet thuis in Nederland en het andere zoekt een geschikte container om weer mee te vertrekken naar een nieuw avontuur. Ik denk dat mijn buitenlandse verlangen altijd blijft.  Het is de jus die het leven net dat beetje uitdagender maakt.

Over dit Wereldwijf: Astrid van Walsem - Nederland

Hallo, ik ben Astrid en ben na vijf jaar in Casablanca, Marokko gewoond te hebben met man, twee kinderen, twee honden en een paard in de zomer van 2016 weer teruggekeerd naar Nederlandse bodem. De mooiste verhalen liggen op straat of het nu in Marokko of in Nederland is en ik probeer deze verhalen te vangen in woorden op papier.