ACTUEEL: The Haze bedreigt mens en dier… Indonesië staat weer eens in brand!

Karien van Ditzhuijzen

Grote stukken van Indonesië staan in brand, alweer. De rook van de branden waait over Zuid Oost Azië, waar tientallen miljoenen mensen de toxische smog inademen. Jaren geleden schreef ik op mijn blog over deze ecologische en humanitaire ramp – het werd mijn meest gelezen post ooit. Nu ik het stuk teruglees valt deze zin me meteen op: ‘President Joko Widodo zegt het probleem in drie jaar te kunnen oplossen.’ 

Inmiddels zijn we vier jaar verder… en je raadt het al, een oplossing is nog altijd ver te zoeken. Elk jaar zijn er weer branden – dit jaar meer dan anders. Tijd dus voor een samenvatting; wat is nou die Haze? En waarom gaat dit probleem de hele wereld aan?

Haze

De Haze is luchtvervuiling veroorzaakt door bosbranden, en wordt gemonitord door middel van de Pollutant Standards Index (PSI). In getroffen gebieden regeert de PSI het leven. Onder de 100: niets aan de hand. Tussen 100 en 200 mogen de kinderen niet meer buitenspelen. Boven de 300? Extreem gevaar. Scholen gaan dicht. Inmiddels ben ikzelf verhuisd naar Bali, bovenwinds van de branden, maar vrienden in mijn vroegere woonplaats Singapore zitten er middenin. Wat veroorzaakt nu eigenlijk deze smog? En belangrijker: kunnen we er iets aan doen? 

‘Slash and burn’

Een wijdverbreid misverstand is dat de jaarlijkse smog veroorzaakt wordt door slash and burn praktijken op plantages in Indonesië. Oerwoud en boomresten worden aangestoken om plaats te maken voor nieuwe aanplant, vooral oliepalmen. Slash and burn wordt al eeuwen toegepast, en de hoeveelheid rook die deze methode veroorzaakt verklaart niet de extreme smog die de laatste jaren over Zuid Oost Azië waart. Er is meer aan de hand. 

Indonesië is begonnen met het ontginnen van veenlanden, waar over eeuwen heen plantaardig materiaal een metersdikke laag gevormd heeft. Veen is zompig en nat, en om het te kunnen beplanten moet het ontwaterd worden door het graven van sloten. De gedroogde laag veen is turf: een droge, uiterst ontvlambare massa, die in het droge seizoen door het kleinste vonkje ontbrand. Turf smeult diep in de grond en is heel lastig te blussen. 

Veel van de turfbranden woeden op land van grote bedrijven die zeggen duurzaam te zijn, en geen land in brand te steken. Dat klopt meestal, maar droge turf ontvlamt al door een per ongeluk weggeworpen sigaret, of een vonk van een kookplaats. Het onderscheid tussen ‘goede’ en ‘slechte’ producenten is hiermee vervaagd. 

Slachtoffers

Volgens schattingen hebben zo’n 40 miljoen mensen last van de Haze. De grootste slachtoffers zijn mens en natuur op Borneo en Sumatra, waar de brandhaarden zijn. Veel mensen daar leven in slecht geïsoleerde bamboe hutten, zonder air-conditioning of fatsoenlijke beschermingsmaskers, in een PSI van over de 2000. De rook is er al weken zo dicht dat je paar een paar meter kunt zien, en het inademen ervan brengt ernstige schade aan de gezondheid toe, met soms de dood tot gevolg.

Grote oppervlakten regenwoud zijn al verdwenen, en hiermee het woongebied van bedreigde diersoorten en inheemse stammen. Ook voor het klimaat zijn de branden een gigantische ramp: De veenbranden stoten in korte tijd meer CO2 uit dan de Verenigde Staten in een heel jaar! En aangezien tropisch regenwoud fungeert als de longen voor de wereld door het vastleggen van grote hoeveelheden CO2, zal het verdwijnen ervan klimaatverandering verder versnellen.

Ook de economie lijdt. Scholen en bedrijven moeten sluiten, en toeristen blijven weg. Boeren zien oogsten wegkwijnen zonder zonlicht – veel mensen verliezen zo hun toch al schamele inkomsten. Indonesië schatte dat het verlies door Haze in 2015 opliep tot 35 biljoen US$ – voor de hele regio is dat vele malen meer. 

Corruptie

Als niet alleen mens en milieu, maar zelfs de economie schade ondervindt, waarom is dit probleem nog steeds niet opgelost?   

De Indonesische overheid op Java ruikt niets, en kijkt de andere kant op, aangemoedigd door de zeer machtige palmolielobby. Corruptie is een groot probleem hier, en hoewel je een land dat zoveel armoede kent amper kan kwalijk nemen dat economische ontwikkeling prioriteit heeft, kun je je af vragen in wiens zakken de winsten van de palmolie industrie terecht komen.

Daarnaast klinken oplossingen vaak makkelijker dan ze in de praktijk zijn. Borneo en Sumatra zijn uitgestrekt en dunbevolkt, controle op wetgeving is moeilijk. Het verbieden van open vuur is onmogelijk in een land waar veel mensen op houtvuur koken. Daarnaast is er weinig geld voor hulptroepen, Borneo had in 2015 drie blushelikopters – en dat voor een eiland groter dan Frankrijk!

Uiteindelijk is het in Indonesië niet anders dan in de rest van de wereld: de grootse invloed wordt uitgeoefend door een handjevol bedrijven die maar één ding op de agenda hebben staan: geld verdienen. 

Verantwoordelijk consumeren

Ook de internationale pers laat weinig horen, misschien bang omdat wijzende vingers uiteindelijk ook naar zichzelf moeten wijzen? Naar de westerse wereld, die de palmolie koopt, soms zelfs om die te verkopen als duurzame ‘biodiesel’. Wij zijn als consument medeverantwoordelijk, en stoppen met het kopen van producten die palmolie bevatten stuurt een duidelijke boodschap: dit is onacceptabel. Maar hoe doe je dat? Palmolie zit in heel veel producten, van levensmiddelen tot zeep, shampoo en tandpasta.  Vaak verstopt onder het kopje ‘plantaardige olie’ en in huishoudelijke producten is hij al helemaal niet te lokaliseren. De gemiddelde consument raakt er geen wijs uit. 

De enige oplossing naar mijn mening moet voortkomen uit een samenwerking van overheden, niet gouvernementele organisaties (NGO’s) en grote bedrijven.  Wij, stemmers, burgers, en consumenten moeten dit afdwingen. Ook zullen we minder moeten consumeren, met name van de gemaks-producten waar palmolie vaak in is verwerkt. We moeten vechten voor een wereld die niet wordt geregeerd door hebzucht. 

Makkelijk zal dat niet zijn, maar de tropische regenwouden, de longen van de wereld, zijn voor iedereen van belang, niet alleen de mensen in Indonesië. Helaas is het oerwoud in Borneo en Sumatra inmiddels grotendeels verdwenen, en daarna is Papua aan beurt – het laatste onontgonnen gebied in de regio. We kunnen het beschermen van dit regenwoud niet overlaten aan Indonesië alleen.

Kunnen we nu iets doen? 

Op korte termijn kunnen we de mensen in getroffen gebieden helpen, door hulporganisaties die er actief zijn te financieren. Ze hebben ernstig tekort aan materialen en mankracht. Op onze school in Bali worden N95 maskers ingezameld om naar Kalimantan te sturen, de enige soort die enigszins bescherming biedt tegen de giftige rook. Een vroegere medewerker van onze school op Bali woont inmiddels ter plekke, waar ze als vrijwilliger werkt bij de Youth Fireforce. Ze vechten tegen het vuur en zorgen voor evacuatie van slachtoffers.

Wil je bijdragen klik dan hier! Doneer, want zelfs een druppel op een gloeiende plaat helpt; als het er maar genoeg zijn.

Selamat pagi, ik ben Karien, geboren en getogen expat, en tot zomer 2020 woonachtig met mijn gezin in verschillende landen in Azië. Ik ben schrijfster, en werk aan mijn tweede roman voor volwassenen en een spannend kinderboek. Mijn debuutroman A Yellow House verscheen in 2018, en gaat over het wel en wee van huishoudelijke hulpen in Singapore. Sinds kort wonen we weer in Nederland.