Ik heb last van rolkofferschaamte!

Marijke Hoebee - VS

4 januari 2020

Maandagochtend, half acht. Treinstation Schiphol. Ik wurm mij in een overvolle trein. Of beter gezegd, ik strijd gelijk als ware ik Bruce Lee voor een plekje. Of mijn koffer, maat XL, daarbij een voor- of een nadeel is valt te bezien. Straalt mijn bakbeest gezag uit of zijn de wieltjes onder de koffer juist een extra reden om de Samsonite – inclusief mij – opzij te duwen?

Ik laat mij niet kennen en claim een spot in het halletje voor de eerste klas coupé. Een vijftal stoere jongens grist de uitklapstoeltjes vlak voor mijn neus weg.  Ik ben kapot en wil ook zitten. Een hardcase model blijkt best handig. Uitgeput vlij ik mezelf neer op mijn koffer en zet mij schrap wanneer de trein wiebelend op gang komt. Zucht! Nog een half uurtje en dan ben ik thuis.

Schiphol

Amsterdam Centraal met jet lag

Amsterdam Centraal. Eindelijk! Nog even doorbijten. Ik verdwijn bijna tussen trein en perron, wanneer ik door de meute de trein wordt uitgeperst. ‘In Amerika zouden die stoere jongens misschien een handje geholpen hebben’, bedenk ik mij. Maar dit is Nederland. Of preciezer; Amsterdam. Waar iedereen haast heeft en de overheid voor je moet zorgen en burgers niet voor elkaar. Ieder voor zich. ‘Oké, nu niet te zuur, Marijke’, vermaan ik mijzelf, ‘het zal de jet lag wel zijn.’

Alles is wazig. Jet lag is een vreemd fenomeen. Ik heb een complete nacht overgeslagen. Fysiek ben ik er wel, maar mentaal zweef ik nog ergens.

Ik zigzag door de stationshal. Door de menigte. Het is ochtendspits natuurlijk. Wat een mierenhoop aan mensen. Soms ervaar ik Amsterdam drukker dan New York City. Er is hier minder ruimte. En dan sta ik buiten. Aaaah, daglicht! Even sta ik stil. Het licht opzuigend. Amsterdam, ik ben er weer! Het is maar een uurtje of zeven vliegen, maar het blijft een hele reis.

Bijna thuis…

Vastberaden trek ik het bakbeest achter mij aan. Het is precies zeven minuten lopen van Amsterdam Centraal naar mijn huis. ‘Poeh, wat is het grauw en grijs in Amsterdam.’ De seizoenen in New York zijn dan wel heftig, ofwel niet te harden zo heet ofwel ‘brutal’ zo koud, maar de zon schijnt er wel regelmatig. Wanneer je in je weerapp kijkt, zie je bij Nederland wolken en buien en bij New York vooral zonnetjes. 

‘Wat een knapperds, die Nederlanders’, denk ik ook. ‘Zien er gezond en fit uit en volgens de laatste mode gekleed. Maar ook wel veel van hetzelfde’, als ik een paar meisjes met precies dezelfde teddy coat, witte sneakers en Fjällräven rugzak zie.

Na zeventien jaar in Amsterdam, geniet ik nog altijd van hoe mooi de stad is. De grachten en de grachtenpanden. Heerlijk, straks weer fietsen! Oké, de vage types rond de coffeeshops in mijn buurt zijn wat minder, de rotzooi op straat, pisgeur onder het viaduct… Nou ja, het is een haat-liefdeverhouding.

… maar nog niet helemaal.

Ik ben halverwege. Ik krijg een lamme arm van het voort-sjorren van mijn rolkoffer. Hoe kan het kreng zo zwaar zijn? Er zit nauwelijks wat in! Het bakbeest stoort zich niet aan mijn gemopper en dendert met een hoop lawaai achter mij aan.

En ineens is het er. Ik voel alle ogen op mij gericht. Kijken de mensen nou bozig naar mij of verbeeld ik mij dit nou? Oh, hoe gênant.

Ik wil uitroepen: ‘Ik kan het uitleggen. Dit is niet wat het lijkt. Ik ben ook een Amsterdammer! Absoluut geen toerist. En nee, ik ga niet naar een gemeenschap-ontwrichtende AirBnB. Echt, ik zweer het, ik woon hier!!!’

Rolkofferschaamte…

Gelukkig, ik ben bij mijn voordeur. 

Over dit Wereldwijf: Marijke Hoebee - VS

Marijke Hoebee - VS
Hi! Ik woon sinds 2012 parttime in Amerika - eerst in San Francisco en nu in New York City - en in Amsterdam. Yup, dat zijn twee woonplaatsen. Best of both worlds! Ik werk als freelance filmmaker/regisseur en daarnaast ben ik 'dog walker'. Mijn business heet Redhead Media. Ik hou van yoga, reizen en (vegan) eten.