Apenschedels, wormen en sjamanen; deze stam blijft in mijn hoofd rondspoken…

Karien van Ditzhuijzen

Karien Van Ditzhuijzen - Indonesië

5 januari 2020

Terwijl wij in Nederland op en neer rennen voor de sales, is er ook een plek zonder mobiel netwerk, zonder elektriciteit, en zonder geldeconomie. Een plek waar de mensen alleen gebruiken wat ze vinden in het bos om zich heen, en eerst toestemming vragen aan de ziel van datgene wat ze nemen.

Onlangs was ik te gast bij een van de stammen op Siberut eiland, in de Mentawai Archipel in Indonesië. De gemeenschapszin die ik bij de stam zag, en de manier waarop ze in harmonie leven met de natuur, daar kunnen we hier nog veel van leren!

Het is een hele reis om er te komen, en langzaam voel ik me steeds verder los komen van de moderne wereld. Van mijn woonplaats in Bali vlieg ik naar Padang, op West Sumatra, waar we de boot nemen naar Siberut. Als de boot de haven uitvaart verlaten we langzaam de ‘beschaving’ (en daarmee bedoel ik het mobiele netwerk). In Muara Siberut ontmoeten we lokale gidsen, Johan en Aman Ipai, en na een avond in een guesthouse zijn we klaar voor de jungle. Vanwege maandenlange droogte zijn de rivieren te leeg voor een kano; we zullen per motorfiets moeten reizen.

Achterop die motor, terwijl de chauffeur mijn veel te grote rugzak ongemakkelijk tussen zijn knieën vasthoudt, voel ik de opwinding in mijn buik met elke hobbel en kuil groeien.

De laatste paar uur gaan we te voet. De moerasbossen waardoor we lopen zijn droog, de modder die we hadden verwacht is een fijn stof. Dan arriveren we bij onze logeerplek voor de eerste nacht: de uma van Aman Ipai in Buttui. Hier worden we ingewijd in het leven in een uma – het gemeenschapshuis voor de stam. Het is een luxe uma, speciaal voor onze groep van elf vrouwen heeft Aman Ipai een betonnen hurk wc geïnstalleerd!

Apenschedels en sjamanen

We slapen in het middelste deel van het houten huis, onder rijen apenschedels, en baden in de rivier. We helpen de vrouwen vissen, water halen en de sago voor het eten klaar te maken. Simpelweg samen tijd doorbrengen, pratend met onze handen en een paar woorden Indonesisch, laat ons zien dat mensen van heel verschillende culturen niet altijd woorden nodig hebben om een band te creëren.

Aman Ipai is een onlangs geïnitieerde ‘kerei’ (sjamaan) van de Sararakeit stam, en we zien van heel dichtbij hoe spiritualiteit is verweven in hun dagelijks bestaan. Wanneer Aman Ipai een andere kerei ontmoet is er een speciale ceremonie om kennis te delen. De ceremonie begint met het offeren van vier hanen, een voor elke kerei. Aangezien ze dit doen vlak voor mijn slaapmatje, ben ik blij als ik Aman Ipai’s zoon het beest de nek zie omdraaien – er komt geen bloed aan te pas. De hanen worden later opgediend als feestmaal voor de hele stam, en de vier kerei praten en zingen tot diep in de nacht terwijl de vrouwen kletsen en opruimen, de kinderen spelen, en elf gasten proberen te slapen.

Ongemakkelijk luid gehuil

Kort nadat we in Buttui aankwamen arriveerde ook een delegatie van de uma in Attabai. Ze hebben uren door de jungle gelopen om ons slecht nieuws te brengen: een van de zonen van onze gastheer Teu Reppa is onverwacht overleden. We zijn nog steeds welkom, maar de stam heeft een extra dag nodig om de begrafenisrituelen voor te bereiden. Langer bij gids Aman Ipai en zijn vrouw Bai Ipai blijven is zeker geen straf, en de volgende dag komen de dragers om onze tassen het lange en steile pad naar Attabai te dragen.

Als ik mijn drager Monica ontmoet, ongeveer half mijn lengte en een stuk ouder, staar ik naar mijn grote tas.

Ik zal veel van mijn spullen weggeven voor ik naar huis ga, maar een gevoel van ongemakkelijkheid over de hoeveelheid spullen die wij moderne vrouwen meeslepen blijft me dwarszitten. Monica haalt haar schouders op, en na wat schuiven met de banden van de rugzak stapt ze monter weg.

Buttui ligt vlak bij een dorp en een ruw motorpad, maar Attabai kan alleen te voet bereikt worden; we volgen Aman Ipai’s gedecideerde stappen door rivieren, over een steile heuvel en over paden die in meer modderige condities alleen over boomstammen kunnen worden begaan. In Attabai aangekomen wachten we buiten, ongemakkelijk omdat we weten dat de familie in de rouw is, en laten de gidsen eerst naar binnen gaan. De Mentawai uitten verdriet fysiek, met veel omarmen en luid gehuil. Al snel laten we onze reserves varen als we zien dat emoties hier niet iets zijn om te verbergen of je voor te generen.

Alles heeft een ziel

We gaan op onderzoek uit. De uma van Teu Reppa, hoofd van de Sakkudei stam, is verder van de rivier, het grote houten huis staat op een stoffige open plaats waar varkens, koeien en kippen rond- en onder scharrelen; het huis staat op palen. Hier is geen wc, je gaat simpelweg buiten, de varkens ruimen wel op. Het huis bestaat uit een grote houten veranda met banken rondom, een middeldeel waar wij slapen, en achterin de keuken. In een uma slapen mannen en vrouwen gescheiden, seksuele relaties zijn er taboe – gezinnen hebben ook kleinere huizen in het bos voor privacy.

De uma is versierd met schedels van apen, varkens en herten. Boven de veranda vliegen houten vogels – Johan legt uit dat dit speelgoed is voor de zielen. De Mentawai geloven dat alles een ziel heeft, inclusief dieren en planten, en veel van de ceremonies waar we getuige van zijn geven dank, of vragen toestemming aan de ziel van dat wat ze uit de natuur gebruiken.

Elektrische atmosfeer

Teu Reppa is een hoofd kerei en de eerste avond is er weer een ceremonie. Terwijl we door het gezang van de sjamanen heen doezelen schrik ik opeens wakker van luid gestamp en gegil. De lucht rondom de uma knettert van spanning, honden blaffen, koeien loeien, varkens krijsen en hanen kraaien. Pas de volgende ochtend hoor ik van Johan wat er gebeurde: de ziel van de overleden zoon had een aantal stamleden in bezit genomen. Bang om te gaan kijken sluip ik langs de commotie naar buiten voor de wc, en als ik terugkom zie ik een van de vrouwen in trance heen en weer zwaaien, ze wordt met een doek om haar middel vastgehouden door twee familieleden. De vrouw, een schoondochter van Teu Reppa, lacht en zwaait naar me, en volgt me naar ons slaapgedeelte. Daar zingt en danst ze uren aan onze voeten, haar melodieuze stem resonerend in de elektrische atmosfeer. De hele nacht gaat het door, gestamp op de houten vloer, zingen, schreeuwen, en dansen. We slapen niet veel.

De stam blijft rondspoken in mijn hoofd

Een week lang zijn we te gast in de uma van Teu Reppa en zijn vrouw Goreng, en leren over hun manier van leven. We spelen met de kinderen, gaan jagen met de mannen – licht opgelucht dat ons geklets de apen afschrikt. We zien het ceremoniële slachten van varkens en eten het vlees met de stam. We zien Teu Reppa’s zoon een rotte sago palm open hakken en de kinderen er op af vliegen als is het een snoepwinkel. Dit is een lokale specialiteit die we allemaal moeten proberen: sago wormen.

Als je hun stugge huid doorbijt proef je een romige zoete brij, als vla. Best lekker.

Al veel te snel is ons bezoek ten einde en maken we de lange reis terug naar huis in omgekeerde richting. Maar thuis, nagenietend van de prachtige foto’s, blijft de stam rondspoken in mijn hoofd. Wat kan een zelfvoorzienende stam als de Sakkudei ons leren over hoe we onze eigen levens simpeler en duurzamer kunnen maken? Hoe kunnen we het leefgebied en de cultuur van inheemse stammen als de Sakkudei beschermen? En, vraag ik me verder af; heeft ons bezoek de stam zelf eigenlijk ook iets opgeleverd?

Stay tuned voor deel 2!


Foto credits: Andrea Galkova

Karien Van Ditzhuijzen - Indonesië
Selamat pagi, ik ben Karien, geboren en getogen expat, momenteel woonachtig met mijn gezin in Bali, Indonesië. Ik ben schrijfster, en werk aan mijn tweede roman voor volwassenen en een spannend kinderboek. Mijn debuutroman A Yellow House verscheen in 2018, en gaat over het wel en wee van huishoudelijke hulpen in Singapore. Graag vertel ik over onze avonturen bij de Green School en de fascinerende Balinese cultuur op De Wereldwijven.