Hoeveel is mijn leven waard?

Carolien Grootendorst - Dubai

19 juli 2020

Het is nog donker. Ik draai me om in bed, maar het lukt me niet om weer in slaap te vallen. Mijn hoofd zit vol gedachten en vragen. Vragen die ik mezelf niet graag stel. Ik vraag me af of mijn leven dezelfde waarde heeft als dat van een ander. Of alle mensen gelijk zijn.

Wanneer deze gedachten opkomen, trek ik de hele mensheid in twijfel. De gedachten doen pijn. De aanleiding voor mijn piekeren zit in de kleine voorvallen die ik tegenwoordig dagelijks meemaak.

Mijn mond valt open van verbazing

Het is weekend en ik besluit om iets lekkers mee te nemen voor de kinderen. Als ik de donutshop binnenloop ligt er niet veel meer in de vitrine. Als de verkoper vraagt of ik een keuze heb gemaakt vraag ik hem vriendelijk of dit alles is wat er nog is. ‘Ja mevrouw, dit is alles wat we nog hebben’. Ik doe een stapje naar achter, zodat ik nog even kan bedenken wat ik wil. Inmiddels stapt een nieuwe klant de winkel binnen. Hij vraagt hetzelfde, maar het antwoord is anders. De verkoper opent een grote doos met donuts waaruit de man kan kiezen. Mijn mond valt open van verbazing. Het is niet voor het eerst dat dit me overkomt, maar dit keer kan ik mijn mond niet houden. ‘Meneer, toen ik zojuist vroeg of er nog meer donuts waren zei u nee. Waarom geeft u mij niet dezelfde optie als deze meneer?’ De verkoper begint te mompelen, iets met een bestelling die net is afgezegd. Maar zolang ik in de winkel stond, is de telefoon niet gegaan.

‘Wat’ ik was, wist ik niet eens

Ik ben geboren en opgegroeid in Burundi, een klein groen land in het Grote Meren gebied in Oost Afrika. Ik groei op met mijn moeder, vader, broer en zes zussen, waarvan twee geadopteerd. Mijn vader was een diplomaat in Rwanda, waar ik de eerste drie jaar van mijn leven woon. Na zijn positie als diplomaat heeft mijn vader diverse ondernemingen, waaronder een hotel en een thee bedrijf. Mijn moeder is fulltime moeder en runt een winkeltje met levensmiddelen. We hebben het goed thuis. Ik ga naar een goede school en met ons grote gezin is altijd gezellig bij ons thuis.

Omdat mijn vader diplomaat was, is onze vriendengroep heel gemengd. We hebben altijd mensen met verschillende nationaliteiten en etnische of religieuze achtergronden over de vloer. Mijn ouders hebben mij nooit verteld welke etniciteit ik heb. Dit is uitzonderlijk in Burundi, waar de geschiedenis (net als in Rwanda) wordt getekend door spanningen tussen de verschillende etnische groeperingen. Ik weet nog dat vrienden op de middelbare school spraken over etniciteit en dat ik mij toen pas besefte dat ik helemaal niet wist “wat” ik was.

Mijn eerste ervaring met racisme

Tijdens mijn jeugd speelt racisme geen rol. Naarmate ik ouder word en meer ga reizen, krijg ik steeds vaker te maken met negatieve ervaringen die ik link aan mijn huidskleur. Mijn eerste bewuste ervaring met racisme doe ik op in Libanon, het land waar mijn man vandaan komt. Ik ontmoet Moudar tijdens mijn studietijd in Burundi, waar hij werkt voor een internetbedrijf. Nadat we getrouwd zijn, gaan we op vakantie naar Libanon. Tijdens een bezoek aan de schoonouders van mijn schoonzus zitten we in de woonkamer in een grote kring. Voor mij bijna allemaal nieuwe gezichten. Wanneer een moeder en haar twee oudere kinderen de kamer binnenkomt, begint zij met handen schudden en kennismaken. Eén voor één geeft ze iedereen een hand, totdat ze bij mij komt. Ze slaat mij over en geeft de persoon naast mij wel weer een hand. De kinderen volgen haar voorbeeld. Het wordt doodstil in de kamer. Iedereen heeft het gezien en er wordt ongemakkelijk wat heen en weer geschoven op de bank. Niemand zegt iets. Ik weet niet goed hoe ik moet reageren. Net als de anderen in de kamer. Ik was geschokt.

Soms opzettelijk, vaak onbewust

Toch kon ik deze gebeurtenis redelijk makkelijk van mij afschudden. Net als andere incidenten tijdens de vakantie. Het raakte mij niet, omdat het een tijdelijke situatie was. Ik was hier op vakantie, het was geen deel van mijn dagelijks leven. Toen ik naar Dubai verhuisde veranderde dit. Racisme werd iets waar ik dagelijks mee geconfronteerd werd. Soms opzettelijk, maar veel vaker zijn het kleine dingen die mensen onbewust lijken te doen. Op school, in de winkel, op straat, in restaurants. Overal. Iedere dag.

Hoeveel is mijn leven waard?

Pijnlijke voorbeelden

De voorbeelden zijn eindeloos. Het pijnlijkst vind ik het wanneer het met mijn kinderen te maken heeft. Mijn dochter en haar beste vriendinnetje zeuren dagelijks of ze bij elkaar mogen spelen. Wanneer ik de moeder bel of een berichtje stuur om de playdate te regelen krijg ik ontwijkende antwoorden. Iedere keer is er een ander smoesje waarom een playdate niet uitkomt. Hoe vaak ik wel niet andere ouders een bericht heb gestuurd zonder antwoord terug te krijgen. Het lijkt alsof mijn huidskleur mensen afschrikt. De manier waarop ik word benaderd wanneer ik alleen een winkel, restaurant of kamer binnenloop is compleet anders, dan wanneer ik samen met mijn man binnenkom. Of met een vriendin met witte huidskleur. In de winkelcentra komt niemand mij vragen of ze me kunnen helpen, maar als ik met mijn man binnenkom staan de winkelbedienden meteen paraat.

Ik was mijn vrijheid kwijt door de kleur van mijn huid. Iets waar ik niks aan kan doen.

Of het went? Nee. Racisme went niet. De dagelijkse ervaringen hebben zijn weerslag op mijn leven. Ik heb een tijd gehad dat ik echt heel erg down was. Ik was boos, verdrietig en had gewoon geen zin meer om dit mee te maken. Ik had niet meer het gevoel van vrijheid om mezelf te zijn, mijn eigen leven te leiden. Ik was mijn vrijheid kwijt door de kleur van mijn huid. Iets waar ik niks aan kan doen. Ben ik niet evenveel waard als iemand met een andere huidskleur? Ik was opeens niet meer vrij om te gaan waar ik wilde. Waar ik vroeger geen seconde over nadacht, vroeg ik me nu af of ik misschien beter niet naar die bepaalde winkel moest gaan. Ik begon me af te vragen hoe ik mezelf moest opstellen. Hoe mensen op mij zouden gaan reageren. Ik verloor mijn zelfvertrouwen en eigenwaarde. Uiteindelijk leidde dit tot een depressie. Ik kende dit gevoel niet en nu werd ik er iedere dag mee geconfronteerd. Ik wilde niet meer naar buiten, niemand zien en huilde veel. ‘Everything was tasteless’. Ik werd het tegenovergestelde van wie ik eigenlijk ben. Ik was boos op mezelf, dat ik het mijzelf zo aantrok. Waarom deed het zoveel met mij? Waarom liet ik het zo’n impact op mij hebben? Tot mijn dertigste was ik onbevangen, nu was ik dat kwijt.

Hoeveel is mijn leven waard?

Lastig uitleggen

Door de ergste fase van depressie ben ik nu heen. Ook al komt het gevoel soms nog terug, ik heb besloten dat ik dit niet de rest van mijn leven wil laten bepalen. Ik probeer me op het positieve in het leven te focussen. Ik voel me sterker nu. Ik praat niet veel over mijn ervaringen. Zelfs niet met mijn man of goede vrienden. De gevoelens zijn zo sterk en zo intens, dat het moeilijk is om aan een ander uit te leggen. Wanneer mensen het niet begrijpen, dan is dat alleen maar frustrerend voor mij. Ik wil niet degene zijn die steeds loopt te zeuren. Erkenning van de pijn is het belangrijkste voor mij. Ik weet dat ik anders behandeld en bejegend word puur om mijn huidskleur. En dat is oneerlijk. Mijn huidskleur is geen slechte eigenschap en toch belemmert het mij. Alsof het iets is wat je niet zou moeten hebben.

Ik heb geleerd dat ik racisme moet negeren, wil ik een normaal leven leiden.

Er is nog een reden waarom ik niet veel praat over mijn ervaringen: mijn kinderen. Ze zijn nu negen en elf jaar en nog onbevangen. Tot nu toe heb ik ze niet gehoord over racisme in hun leven. Ik wil voorkomen dat ik mijn bittere ervaringen op hen overbreng. Ik heb gezien hoe de negatieve ervaringen van een ouder hun weerslag kunnen hebben op kinderen. Kinderen kunnen de angsten van de ouder overnemen, of zich als minderwaardig gaan opstellen. Ik wil dat mijn kinderen hun eigen ervaringen opdoen. Hopelijk kan het onrecht en het verdriet van racisme hen bespaard blijven. Maar wanneer zij hun ervaringen met racisme opdoen, dan zal ik er voor hen zijn.

WIL JE REAGEREN OP DIT ARTIKEL? STUUR DAN EEN MAILTJE NAAR REDACTIE@DEWERELDWIJVEN.COM

Over dit Wereldwijf: Carolien Grootendorst - Dubai

Carolien Grootendorst - Dubai
Marhaba! Ik ben Carolien en woon sinds kort in Dubai met mijn Libanese man en kinderen. We hebben hiervoor jaren in Liberia gewoond en gewerkt. In Liberia heb ik het bedrijf Peppa opgericht, waarmee we mooie, eerlijke kinderkleding maken. Daarnaast ben ik sinds kort medeoprichter en bestuursvoorzitter van de stichting International Institute for Community Based Sociotherapy. Een methode die gericht is op het herstellen van veiligheid, vertrouwen, sociale cohesie en eigenwaarde in (post-)conflict gebieden. Met de filmpjes en verhalen die ik voor De Wereldwijven maak, wil ik je graag meenemen in mijn wereld als moeder en ondernemer.