Van planningadviseur tot limoenexporteur
Het is najaar 2010 en mijn toen-vriend-inmiddels-man kijkt me aan en zegt ‘Is dit het nou?’. Er moet toch meer in de wereld zijn?’
Hij ligt uitgeteld op de bank, is in het donker naar zijn werk gegaan en is in het donker teruggekomen. Ik haal m’n schouders op en denk nog dat het zo’n vaart niet zal lopen. Maar de plannen krijgen langzaam vorm. Zijn opvoeding op een biologisch akkerbouwbedrijf in de Noordoostpolder en ervaring in de handel van vers fruit, doen ons besluiten een bedrijf te beginnen in het telen van biologisch fruit. In Colombia, in de tropen, weliswaar ver van de FARC maar zeker aan de rand van een gebied wat door de concurrerende ELN bezet was (en is). We woonden nog niet samen, en spraken geen Spaans.
‘Avontuur in hoofdletters en dan niet alleen de A…’
September 2011 vertrok ik, met twee koffers waarvan één halfvol meloenzaad zat, want in Nederland worden de beste fruitzaden geproduceerd. Mijn man was al een half jaar in Colombia, haalde me op en nog geen zes uur na aankomst in de stad Bucaramanga, in het min of meer oosten van Colombia, bevond ik me op een boerderij nog eens drie uur ten noorden van de stad. We moesten gaan inzaaien. De plantjes groeiden snel en goed, maar toen begon het gedonder. Al bij de eerste teelt liep het mis, vanwege een rupsje wat in alle meloenen een gaatje vrat. We probeerden nog van alles, op grote en kleine schaal en met verschillende teelten, maar de behoorlijke investering was voorgoed verloren en na vijf jaar trokken we voor de laatste keer de schuurdeur achter ons dicht. Wat nu?

Tweede kansen
Toevallig kwamen we op het spoor van limoenen. Die groeiden rondom de stad waar we wonen eigenlijk heel erg goed, biologisch zelfs en waren zeker te exporteren! Het was nogal een risico en naar Nederland teruggaan was absoluut de veilige keuze. Toch bleven we en zetten we in augustus 2016 ons nieuwe bedrijf op. We werken met middelgrote en kleine limoen-telers in de regio. Die waren gewend aan een opkoper die het erf op liep, een prijs riep, en dan moesten ze maar si of no zeggen. Een situatie waarbij kwaliteit doorgaans niet de prijsbepalende factor was en er soms nog onder de kostprijs geoogst werd.
Zo blijven mensen hier in relatieve armoede leven, waarbij de teelt verwaarloosd wordt en het platteland leegloopt. In mijn ogen een zorgwekkende ontwikkeling, niet alleen hier, maar vrijwel overal ter wereld. In Colombia woonde tot vijftien jaar terug zo’n 75% van de bevolking op het platteland, en 25% in de stad. Dat is helemaal omgedraaid. Als die trend zich doorzet, zijn we dadelijk als maatschappij vrijwel volledig afhankelijk van grootschalige landbouw, waardoor een klein aantal bedrijven bepaalt wat er bij ons in de koelkast ligt en de steden overbevolkt raken. En daarnaast: hoe lekker smaakt die limoen eigenlijk als je weet dat de volledige (handels)keten eraan verdient, behalve degene die zich letterlijk in het zweet werkt om een goede limoen af te leveren? Dat moet anders!

Eerlijke prijs, voor de boeren en voor ons
Onze klant is een Duitse groothandel en we hebben ook contact met hun klant – een grote supermarkt. Hierdoor is de keten heel erg kort, wat in deze handelstak uniek is! Met ons bedrijf helpen we boeren investeren in hun teelt. Soms zijn dat hele simpele dingen zoals EHBO setjes. En soms gaat het om een vrachtwagen vol biologische bestrijdingsmiddelen. Als elke boer alleen voor zichzelf benodigdheden koopt, wordt het een dure grap. Wij kopen centraal in. We geven niets gratis, maar op wat we aan de boeren doorverkopen maken we geen winst.
Daarnaast bieden we een stabiele minimumprijs gedurende het hele jaar. Deze ligt soms wel drie keer zo hoog als de lokale prijs. Schiet de lokale prijs omhoog? Dan bewegen wij ook mee. Het stelt telers in staat om te investeren in hun boerderij. Dat zien we terug op de woonerven waar betere huisjes gebouwd worden of bijvoorbeeld de badkamer gemoderniseerd wordt. Maar ook in de teelt nemen we een behoorlijke verandering waar, de bomen zijn beter onderhouden, zien er gezond uit en geven heerlijke limoenen. En tenslotte zien we dat de boeren zich steeds meer opstellen als ondernemers. Werd eerder de handdoek makkelijk in de ring gegooid bij problemen (waarom zou je iets oplossen als je toch een enorm lage prijs betaald krijgt?), worden problemen nu proactief opgepakt en tijdig hulp gezocht als dat nodig is.
‘We zien betere huizen, betere teelt en boeren die zich steeds meer opstellen als ondernemers.’
Het mes snijdt aan drie kanten
We maken nu echt een verschil waarbij de boer een gegarandeerd goed inkomen heeft, wij ons bedrijf kunnen blijven ontwikkelen en de Europese consument een schoon en eerlijk geteeld product kan kopen. Het mes snijdt niet aan twee, maar aan drie kanten. Het is in mijn ogen dan ook een van de meest duurzame manieren van samenwerken: iedereen moet er beter van worden.
Dat krijg ik ook uit de praktijk bevestigd; ik houd me weliswaar niet met de dagelijkse gang van zaken bezig (dat doet mijn man), maar in de weekenden worden we regelmatig uitgenodigd bij de boeren. We spelen bolos een hilarische Colombiaanse kruising tussen jeux de boules en bowlen, drinken een biertje, genieten van een typische BBQ en rijden aan het einde van de middag weer naar huis. Steevast bij het afscheid krijgen we te horen hoe de levens van onze boeren veranderd zijn, hoe blij ze zijn. En als we aanbieden wat van de kosten op ons te nemen, mag dat alleen als we bolos verloren hebben. Zo is de traditie, en dankzij de goede limoen-prijzen hoeven ze niet dagelijks meer op een peso meer of minder te letten.

Limoenboer M/V
Ik zou letterlijk een boek vol kunnen schrijven over het geweldig mooie Colombiaanse platteland – en misschien doe ik dat ooit ook wel. Maar voordat ik afsluit zou ik graag nog één ding aanstippen. In het artikel van de Nederlandse VN afgevaardigde kun je lezen dat in veel landen de vrouwen het fysieke landwerk doen, terwijl de mannen het geld uitgeven. Tijdens mijn stage in Ghana is dat beeld ook zeker bevestigd. Maar in mijn ogen is dat bij onze telersgroep veel gelijkwaardiger. De mannen doen juist het leeuwendeel van de fysieke uitvoering, terwijl de financiële bedrijfsvoering door de vrouwen wordt opgepakt.









