Advocaat tussen de vluchtelingen: een onvoorstelbaar menselijk drama
Wereldwijf Willemijn is advocaat en reisde in 2015 en 2016 een paar keer heen en weer tussen Nederland en Lesbos en Idomeni aan de Grieks-Macedonische grens. Ze wilde met eigen ogen zien hoe het de vluchtelingen verging en zo veel mogelijk hulp bieden. Op Lesbos verleende zij humanitaire hulp, in Idomeni juridische hulp.
Druppel op een gloeiende plaat?
Ik ben reëel. Of een rapport en een lobby van gewoon een vrijwilliger wat teweeg brengt, is natuurlijk alles behalve gezegd. Ik heb echter gezien en geleerd van dat eerste weekje Lesbos dat ik wel degelijk verschil kan maken. Ik geloof niet meer in water naar de zee dragen of een druppel op de gloeiende plaat. Dus wie weet.
Niet in staat tot voldoende humanitaire hulp
Het is een onvoorstelbaar menselijk drama en het lijkt alsof ik in een nare onwerkelijke film ben gestapt. Tegelijkertijd is het een enorm dierbare ervaring geweest met ongelooflijk lieve bijzondere mensen van initiatieven vanuit organisaties uit de ‘echte’ wereld om me heen. Om warm van te worden. Ik word koud van het besef dat de hulp die we geven bij lange na niet genoeg is. ‘Wij’ zijn gewoonweg niet in staat om voldoende humanitaire hulp te geven. Ik heb tijdens mijn verblijf geloof ik drie verdwaalde tenten, wat dekens en één medewerker van de UNHCR gezien. UNICEF ontbrak al helemaal en alleen reizende kinderen werden in de steek gelaten. Ik word ook koud van het besef dat met de miljardendeal met Turkije en met het verslechterde weer, het alleen maar erger is geworden. Ik dacht dat ik het allemaal wel een beetje had gezien. Maar niets is minder waar. Slechter kan toch niet?

Een greep uit mijn dagboek
Ik scheur de hele dag en nacht in de bus van de Stichting Bootvluchteling over de dirt road, een onverharde slingerweg van ca. zeven kilometer langs de noordkust van Lesbos. We staan op de uitkijk en halen de boten uit het water. We heten ze welkom, slaan een emergency blanket om ze heen en geven ze troost, een knuffel, water en soms wat droge kleren. De meest kwetsbaren, gezinnen met kinderen en ouderen, brengen we naar de ‘Oase’ . Wist je dat in een bus voor negen personen, wel vijftien volwassenen en twaalf kinderen passen? De rest moet lopen. In de ‘Oase’ staat onze medische tent. Mensen kunnen daar eventjes tot rust komen met water, een boterham en droge kleren, terwijl ze wachten op de bus die ze naar het zogenaamde transit kamp ‘Oxy’ brengt. We hebben diensten van 7 tot 2 uur, van 2 uur tot 7 uur en van 7 uur tot 2 uur of eigenlijk gewoon de hele nacht.
Ontelbaar veel bootjes
Ontelbaar veel bootjes met zeiknatte bange mensen, kinderen en baby’s spoelen aan. Ik zie volwassenen met nep oranje of Yamaha zwemvesten. Ze zijn gevuld met gras, dunne laagjes piepschuim of iets wat op laminaat lijkt dat ervoor zorgt dat ze zich volzuigen met water. Kinderen en baby’s in van die gele half opgeblazen zwemvestjes en zwembandjes van Winnie de Pooh of Cars. Over die levensgevaarlijke zee. Duizenden per dag. Ze zijn blij, in paniek en in shock. De meesten huilen bij aankomst en zijn, bewust of onbewust, volstrekt onwetend wat er komen gaat. Velen vragen mij naar een taxi of hotel. Ik moet ze teleurstellen. Dat kan niet.
Ontelbaar veel verhalen
Een meisje van een jaar of zeven, Sharia uit Afghanistan, van de boot geplukt. Haar ouders, broer en zusje al in de bus en zij vergeten en alleen achter gelaten op het kiezelstrand. Het is goed gekomen. Gevonden in de rij voor weer een andere bus. Haar moeder kijkt me met lege bange ogen aan. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. Hasou, achttien jaar uit Irak, alleen zonder familie. Geen geld, geen telefoon, geen paspoort. Ze hebben alles over boord moeten gooien. Hij vraagt mij of hij bij ons kan blijven. Hij kan toch nergens heen. Jonge mannen die mij vertellen dat ze alles kwijt zijn, hun huizen zijn gebombardeerd en hele families zijn vermoord of omgekomen in Syrië. Een doodziek jongetje van een jaar of acht heeft leukemie. Hoogzwangere vrouwen. Baby’s van een paar weken oud. Bejaarden die niet kunnen lopen. Een vrouw die mij knuffelt en niet loslaat. Er zijn gelukkig ook fijne momentjes. Blije kinderen die op een rustig moment even spelletjes doen, bellen blazen, hinkelen, zakdoekje leggen en loomen.
Een opdracht van mijn eigen kinderen
‘Mam, als je kinderen van onze leeftijd ziet, kan je ze dan de groetjes van ons doen en ze een extra knuffel geven?’ Kinderen van de leeftijd van de mijne spreken soms Engels. Geleerd op school. Jongens van een jaar of dertien en acht zie ik veel. Ik geef ze een box, high five en een knuffel en vertel over hun leeftijdsgenootjes, mijn zoons. ‘Sam says hi’ bij een jongen van acht of ‘Julius also loves football’ bij een jongen van dertien. Na een paar dagen realiseer ik me dat ik nauwelijks meisjes zie van elf. Geen meisjes. Toeval of uitgehuwelijkt of ontvoerd?
Willemijn van Noortwijk








