Hoe parkeer je langs een vier meter lange python?

Karien van Ditzhuijzen
door gepubliceerd op 12 juni 2018Tags: , ,

Heb je ook wel eens zo’n dag? Zo’n dag dat je de apen uit je papaja boom staat te schieten met je supersoaker, je achteruit loopt en met je blote voeten bijna op een meterslange varaan stapt? Dat je ’s avonds thuiskomt met de taxi na een feestje en er een vier meter lange python op de oprit ligt? Waarna de taxi chauffeur verzucht: ‘Waarom wil je in vredesnaam hier wonen?’

Nee, heb je dat nooit? Nou, dit was mijn afgelopen zaterdag. Als ik zeg dat ik in Singapore woon, denken mensen meestal aan glimmende torenflats, glas, staal en marmer. Maar je kunt hier ook heel anders leven. Wij kozen voor een koloniaal huis, gebouwd toen de Britten hier de baas waren, met een grote jungle tuin.

Wild Singapore

Hou je van oude huizen vol charme en hoeken en gaten om je kinderen kwijt te raken tijdens de veel te lange zomervakanties die internationale scholen bieden in ruil voor buitensporige lesgelden? Dan is zo’n huis echt iets voor jou. En als je het kunt waarderen in een historisch monument te wonen, helemaal mooi. Tenminste, als het je niet uitmaakt dat die geschiedenis bloederig is: een heuse Tweede Wereldoorlog veldslag in je achtertuin, een Japans gevangenkamp in je slaapkamer en de bijbehorende spoken op je veranda’s.

Houd je daarentegen van makkelijk, gepolijst, daken die niet lekken en schimmelvrije badkamers, bedenk je dan zorgvuldig. In ons huis heb je een zekere tolerantie nodig voor de wildere aspecten van het leven in de tropen. Hoog in de lucht, op de zevenentwintigste verdieping van een modern condo kun je jezelf overtuigen van het tegendeel.  Maar wij huis-en-tuin bewoners weten wel beter: Singapore heeft een wilde kant!

Immense tuin

Wat ik het gaafste vind aan ons bijzondere huis is de immense tuin. De tuin waar onze kinderen hutten bouwen, we marshmallows roosteren op kampvuren en waar ik drie keer per dag de bladeren van de gigantische banyan boom uit ons zwembad moet scheppen. Waar de kinderen voetballen, badmintonnen, tikkertje en verstoppertje spelen en schommelen op de jungleswing. We kikkervisjes en rupsen verzamelen, kippen houden en onze eigen groente proberen te verbouwen (als de apen ze niet eerst te pakken krijgen). Onze tuin waar gasten opmerken dat ze de deur niet uit hoeven en dat bij ons logeren al genoeg resort experience is. Dat wil zeggen, die gasten die het niet erg vinden hun badkamer te delen met onze vriendelijke pad. Want dit huis laat ons nooit vergeten dat we onze woonruimte met veel wezens moeten delen.

Foto: Lina Meisen Photography

Bang voor slangen

Het tweede dat mensen vragen is meestal: ‘Maar de slangen dan?’

Onder vrienden heb ik de reputatie van though gal. Degene die zonder angst jungle runs voor kinderen leidt door het dichtste woud en die een boomslang met bezem en blik van haar dochters bed schept en het raam uit slingert. Die dingen zijn wel waar. Maar wat mensen niet weten is hoe mijn hartslag toen ik die op zich ongevaarlijke boomslang op het bed van mijn dochter – die gelukkig op school was – zag compleet op hol sloeg. Het is tijd dat ik er openlijk voor uit kom: ik ben bang voor slangen! Ik ben bang voor de gevaarlijke black spitting cobra die ik laatst vanuit het raam door de voortuin zag slippen.  Bang voor de extreem giftige malay coral snake die mijn fietsende man in zijn achterband beet. En zelfs de ongevaarlijke wolf house snake, kukri snake en prachtig gekleurde boomslangen maken me zenuwachtig. Gelukkig kan ik inmiddels de meest voorkomende slangen hier goed identificeren met behulp van apps en handboeken. Maar echt gerust ben ik nooit. Een kind, gebeten door een cobra, kan binnen een paar uur sterven.

Terwijl ik dit typ op onze patio, komt een flinke varaan gevaarlijk dicht bij. Die glijdende tred, die gevorkte tong. Deze schuwe beesten lijken teveel op een slang voor hun eigen –en mijn – bestwil!

Python

Maar goed. Deze zaterdag sliep ik niet goed. Ik zag steeds alle vier de meters van die python om onze kat Mitzi gewikkeld. En ik zag het lange, slanke lichaam slapend in de ren met meerdere kip-vormige bulten in de buik. Moest ik niet even gaan kijken, bij de kinderen? Toen ik wakker werd, katterig en niet uitgerust, slaakte ik een zucht van verlichting. Alledrie de kinderen zaten op de bank Donald Duckjes te lezen, de kat er gezellig tussen gedrapeerd.

De kippenren als slangeval

Maar ik had een paar minuten nodig om de moed bijeen te rapen om de kippen los te laten uit hun nachthok. De grootste python kan zich door het kleinste gaatje wringen en het kippenhok is net zo gammel als ons huis. De ren is daarentegen een uitstekende pythonval: een slang die net een kip op heeft is te sloom en te dik om weer naar buiten te komen. We hebben er zo al vier ‘gevangen’ en ik heb de lokale dierenbescherming op speeddial, die op mijn paniekerige telefoontjes gelukkig altijd snel komen. Voor de duidelijkheid: om de slang te redden, niet de kip. Daarvoor is het dan al te laat. Gelukkig waren deze zondag alle kippen gezond en wel. Voorlopig.

Ondanks de slangen, de varanen, de apen, de alomtegenwoordige mieren, de oorverdovende cicaden, en het absoluut niet te onderschatten gevaar van vallende bomen, zou ik nergens anders willen wonen. Hier is elke dag weer een avontuur!


Foto’s: Lina Meisen Photography & Karien van Ditzhuijzen

Selamat pagi, ik ben Karien, geboren en getogen expat. Ik ben schrijfster, en mijn laatste roman "The Black and White House" speelt zich af in ons koloniale huis in Singapore. Voor de Wereldwijven schrijf ik over Zuid Oost Azië, met name Maleisië, Singapore en Indonesië - drie landen waar ik niet alleen heb gewoond, maar ook mijn hart aan heb verpand.