Spookfietsen en de Hollandse greep in Berlijn
Je kunt rustig stellen, dat ik ingeburgerd ben in Duitsland. Nou ja, laten we zeggen in Berlijn – toch een ander beestje. Ik zie Berlijners niet meer perse als kortaf, eerder als direct.
Bij gebrek aan Hollands glorie tijdens het WK juich ik van harte mee met de Duitsers en ik heb dit jaar zowaar promotie gemaakt binnen het logge, protectionistische en bureaucratische ministerie van onderwijs hier.
Aan een ding kan ik niet wennen
Maar aan een ding kan ik in mijn nieuwe Heimat niet wennen en dat is het gebrek aan fietscultuur. Automobilisten en fietsers vormen twee kampen die loodrecht tegenover elkaar staan. Als ik in een taxi gezellig een praatje aanknoop met de chauffeur, onderbreekt hij me voor een scheldtirade over die vreselijke irritante Fahrradfahrer die hem dwars zit. Als ik aangeef dat er lang niet overal fietspaden zijn en fietsers dus noodgedwongen de bus- of taxibaan op moeten, wordt hij nog giftiger. De hele stad is vergeven van die rotfietsers en ze denken dat ze ook nog de baas zijn. Hij geeft driftig gas en raast in een boze boog om de argeloze fietser heen.
Fietstassen en een gescheurd zadel
Ik fiets al jaren door Berlijn, op mijn heerlijke krakkemikkige Holland-Rad met twee grote rode fietstassen die niet te overzien zijn. Van het oorspronkelijke stalen ros dat bij V&D gekocht werd, is net zo weinig over als van het warenhuis. De goed geschoolde Berlijnse fietsenmakers hebben zich regelmatig verbaasd over de constructie van dit model. Geen dynamo? Ist das überhaupt erlaubt? Steken die tassen niet te ver uit? Is die bel niet veel te luid? Om er vervolgens onverwoestbare banden onder te monteren en het gescheurde zadel waardoor ik vroeger steevast met een nat achterwerk aankwam, te vervangen voor een lederen model. Ook werden me dringend mobiele lichten aangeraden voor een prijs waarvoor je in Amsterdam twee fietsen ritselt. Die laatste zijn het dus niet geworden, zo’n Hema-lampje geeft ook prima licht.
Absteigen!
Toen ons kroost nog piep was, vervoerde ik de tweeling in zo’n bakkie achter mijn fiets en de oudste kleuter achterop in een zitje. We woonden toen op de Kurfürstendamm, die prachtige Einkaufsmeile waar jaarlijks talloze doden en gewonden vallen in het verkeer – waaronder veel geschepte fietsers. Die moeten gebruik maken van de drukke busbaan, waar dus ook de getergde taxi’s razen. Ik nam daarom met mijn kinderschaar meestal de 20-meter brede stoep en kreeg daardoor steevast verwijtende blikken van voetgangers die dachten 20 meter nodig te hebben. “GEH WEG!” (stoep) werd me dan toegebruld. Of ook heel charmant: “ABSTEIGEN!” Ik reed dan onverstoorbaar door op mijn omafiets met aanhang. Totdat ik bijna een politie-agent van zijn groene sokken reed. Toch maar even stoppen.
Overwinning op de Duitse bureaucratie
“Het is niet zo’n goed idee om op de stoep een agent aan te rijden”, zei hij. “Verzeihung”, verontschuldigde ik me in mijn beste Duits, en vroeg hem vervolgens waar ik dan volgens de wet moest rijden. Met een wijds gebaar verwees hij me naar de straat, waar net twee bussen langskwamen. Ik vertelde hem dat ik me zonder fietspad niet veilig voelde met mijn kinderen achterin. U heeft nu toch geen kinderen achterin, probeerde hij nog. Maar het werd hem toch duidelijk dat mijn kinderen met een platgereden mama ook niet gelukkiger zouden worden. Dus op zeer on-Duitse wijze zei hij dat hij nu linksaf moest en het daardoor niet zou zien als ik op de stoep verder zou rijden. Mijn kleine overwinning op de Duitse bureaucratie.
Spookfietsen op plek van dodelijk ongeval
Het maakt het verkeer er niet veiliger op, helaas. Regelmatig toeren er Fahrrad-Demos door de stad, protestacties tegen de slechte veiligheid voor fietsers in Berlijn. De aanleiding is vaak een platgereden fietser. Als tijdelijk monument verschijnt er daarna een witte fiets op de plek van het dodelijke ongeval. Ghost bikes worden ze genoemd, in Duitsland heten ze Geisterräder. Spookfietsen dus. Je krijgt rillingen als je er weer eens aan eentje voorbij fietst.

Foto @Bukk
Openzwaaiende autodeuren
De Groenen hebben inmiddels talloze kilometers aan Berlijns fietspad geregeld, maar deze houden soms nog steeds plotseling op, waardoor je onbehouwen op de rijbaan wordt geleid. Veel automobilisten menen dat voorrangswegen niet gelden voor fietsers en ruimte laten voor fietsers bij het stoplicht is er niet bij. Daarvoor zak je in Nederland (weet ik uit ervaring), maar hier wordt het niet eens geleerd in de rijschool. Het grootste gevaar wordt nog gevormd door onnadenkend opengezwaaide deuren, hier in een vreemd Anglo-Duits Dooring-Unfälle genoemd. Mijn dochter liep een maand met een volledig blauwe hand en ingedeukte knokkels omdat ze tegen een plotseling geopende autodeur aan knalde. Het gebeurt regelmatig en het advies om een halve meter afstand van geparkeerde auto’s te houden, is ook niet altijd even praktisch.
De Hollandse Greep redt levens
De Berlijnse politie heeft nu echter de oplossing; der holländische Griff – de Hollandse greep. In talloze artikelen en op sociale media wordt uitgebreid verslag gedaan van die briljante vondst van Nederlandse bodem: de bestuurder opent zijn deur niet met links, maar met rechts, waardoor de blik automatisch naar achteren gaat en aankomende fietsers gezien worden voordat de deur wijd opengezwaaid wordt. De term Dutch Reach en dooring zijn tien jaar geleden bedacht door de Amerikaanse Michael Charney nadat een vriendin was overleden na een dooring incident. Het is uitgegroeid tot een internationale campagne, inclusief lesvideo’s en grafieken. Dit jaar is de dutch reach als holländischer Griff overgewaaid naar Duitsland.

Afbeelding: Dutchreach.org
Politie en gemeentes voeren campagne: Der holländische Griff rettet Leben! Het is interessant om te zien hoe iets dat Nederlanders met de paplepel ingegoten krijgen, hier met een regeltje aangeleerd moet worden. Ik ben blij dat er in Berlijn meer op fietsers gelet wordt en hoop dat er geen spookfietsen meer bijkomen.








