Tehina is niet hetzelfde als mayonnaise! Van gemis naar je thuisvoelen.
Ik was me altijd al bewust van het feit dat ik niet het huisje-tuintje-boompje type was. Een gezin, ja. Ergens ‘thuis komen’, graag. Een ietwat stabiel inkomen, laat maar komen. Maar liefst overgoten met een sausje spanning en adrenaline. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ik stapelverliefd werd op een geweldige man die me uiteindelijk zou meevoeren naar ergens ver weg van de spreekwoordelijke kerktoren.
En daar stond ik dan die eerste keer tien jaar geleden, in Israël, Tel Aviv om precies te zijn. Met een propvolle koffer en genoeg centjes bij elkaar gespaard om het enkele maanden zonder job uit te zingen.
De verschillende fasen van mijn integratie in Israël
Ik moet heel eerlijk zijn – integreren stond initieel niet bovenaan mijn agenda. Ik was piepjong en wilde vooral bij mijn lief zijn. Heel veel had ik hier allemaal nog niet over nagedacht. Laat ons allereerst maar trachten te overleven in een stad die reeds de top tien haalde voor duurste steden ter wereld. Maar al gauw werd ik geconfronteerd met wat ik de verschillende fasen in het integratieproces zou gaan noemen. Ik neem jullie graag mee in mijn doorloop ervan.

De wittebroodsweken
De eerste weken liep ik op wolkjes. Ik dartelde door de straten en zocht actief de zonovergoten plekjes op. Ik bezocht toeristische attracties en slenterde meerdere keren per week op het strand. (‘wonen in een strandstad?! I’m living the dream!’). Ik waande me letterlijk als de grootste gelukzak ter wereld dat ik op zulke vakantiebestemming mocht wonen!
De mengelmoes aan culturen, het fantastische eten, de exotische Hebreeuwse taal en de warme en sociale Israëlische bevolking – van al die dingen werd ik helemaal blij. Met veel energie en goesting toerde ik mee met vredesorganisaties in Hebron, bezocht Betlehem en ging op zoek naar vrijwilligers mogelijkheden tot ik zou mogen beginnen werken. Tussen alle nieuwe indrukken en dagelijkse anekdotische belevenissen was er niet echt veel ruimte voor reflectie.
Wat is alles hier toch kut
En toen dienden de eerste barsten in het plaatje zich aan. Voor mij persoonlijk was mijn eerste test de militaire operatie ‘Cast Lead’ in december 2008, twee maanden na mijn aankomst. Daar stond ik dan, vredesactivist in hoofde, omringd door een bevolking bevangen door angst en doordrongen van patriottisme. Maar wat me vooral bij de keel greep, was de wetenschap dat Gaza op amper 40 km verderop dagelijks (en vooral nachtelijks) werd plat gebombardeerd met meer dan duizend dodelijke slachtoffers als gevolg. Ik heb toen één van mijn donkerste periodes hier in Israël beleefd.

Het hielp ongetwijfeld niet dat ik net op dat ogenblik ook de situatie begon te aanzien voor wat het was: dit is geen vakantie, dit is mijn leven! Los van de politieke situatie waarin dit land zich bevond, werd ik nu geconfronteerd met alles wat simpelweg kut was. De bureaucratie was ongelooflijk irritant en kut. Het feit dat ik niet mocht werken was kut. De levenskost was onbeschrijfelijk kut. Vooral dan in combinatie met het niet mogen werken. Moeten betalen voor Hebreeuwse lessen terwijl dat voor joodse inwijkelingen gratis was, vond ik kut. Maar ook de arrogantie van de Israëlische bevolking vond ik kut. De staat en de grootte van ons appartement was kut. En de kakkerlakken die ik soms in mijn keukenkastjes vond waren kut!
Al deze gevoelens en bedenkingen hadden één ding gemeen: ze waren doorspekt met boosheid en frustratie, en ze waren vooral ook enorm zwart-wit en ongenuanceerd.

Rouwen om mijn moederland
Maar hoe lang kon ik boos zijn? De frustraties ruimden al snel plaats voor meer gematigde, maar niet minder intense gevoelens. Stilaan voelde ik me eigenlijk vooral gewoon verdrietig, alsof ik rouwde om het verlies van mijn moederland, het verlies van mijn ‘thuis’.
Tijdens mijn zeven maanden in Brazilië heb ik een mooie term geleerd die de complexiteit aan gevoelens ietwat kon vatten: “saudade”.
“Saudade” is een woord dat in geen andere taal bestaat. Ik kan het het beste beschrijven als een zeer intens en doorleefd gevoel van heimwee en verlangen naar iets of iemand dat momenteel onbereikbaar is. En dat is nu exact wat ik voelde.
De boosheid tegenover Israel en Israëlische dingen en situaties maakten nu plaats voor verdriet over dat wat ik miste uit België. Soms erg banale dingen, dan weer ietwat complexere dingen. Ik miste mayonaise en frietjes, shoppen in mijn favoriete supermarkt, het verenigingsleven, de bruine kroegen, de goede biertjes die in het correcte glas geschonken werden. De grote huizen met goede isolatie en zonder schimmel, de mooie badkamers en keukens, de tuin met garage om al je rommel in kwijt te kunnen. Ik miste de Belgische beleefdheid, de seculariteit, de anonimiteit. En bovenal miste ik uiteraard mijn vrienden en familie!
‘Was het dan enkel kommer en kwel en verdriet?’ Hoor ik je vragen?

Moest dat het geval geweest zijn, dan had ik het tijdens die fase nooit uitgehouden denk ik. Wat me doorheen deze fase heeft sterk gehouden, is naar mijn mening de ongelooflijk grote dosis Vitamine D! De zonnestralen die de slaapkamer binnenvallen, elke ochtend opnieuw bij het aanbreken van een nieuwe dag. Die zonnestralen gaven me elke dag nieuwe energie en zijn tot op vandaag 1 van de grootste reden waarom ik Israël mijn thuis wil noemen.
Dit is mijn thuis
We zijn ondertussen zeker 2010, een jaar of twee verder. Vakantie gevoelens maakten plaats voor boosheid, verdriet en gemis. Maar na elke regenbui komt zonneschijn, en hier in Israël is er veel meer zonneschijn dan regen!
Ik denk dat ik me de eerste keren bewust werd in hoeverre ik al veranderd was bij één van mijn bezoeken aan België. Het begon al in de luchthaven in Israël, waar ik een man van weerwoord diende toen die even snel wilde voorsteken in de wachtrij. Ik? Een Belg? Die luidop de confrontatie aanging? Dat was raar.
Doorheen mijn gehele bezoek stoorde ik me links en rechts aan het gebrek aan directheid van mijn mede-Belgen. Waarom zeggen wij Belgen niet gewoon waar het op staat soms?! En wat miste ik de spontaniteit van het Israëlische leven! In Tel Aviv belde ik vrienden op om een half uurtje later af te spreken in de kroeg. In België mocht ik al blij zijn als ik een plaatsje kon bemachtigen ergens op de volgeplande maandkalender.

En tot slot keerde ik terug naar Israël zonder ook maar één pak friet te hebben gegeten in één van mijn favoriete frituren. Huh?!?!
De tijd van vergelijken, van prijzen terug omrekenen naar euro’s, van frustraties tegenover de minder leuke dingen des levens, was officieel voorbij. Ik voelde me thuis in Israël.
Ik begon de kracht en pracht van de Israelische samenleving te zien en vond de woorden om ze te benoemen. Ik voelde me niet langer die vreemde niet-joodse eend in de bijt, maar voelde me welkom en een deel van de diverse samenleving in Tel Aviv. En ik voelde me bovenal stilaan geïntegreerd genoeg om mijn eigenheid en anders-zijn met trots te dragen en als rijkdom in te zetten, net zoals zovele immigranten in Israel dat doen.
Volledige integratie, kan dat?
Ben ik nu, tien jaar en een tussenstop van vier jaar in België later, volledig geïntegreerd? Nog lang niet. En de vraag is ook of ikzelf dat ooit echt helemaal kan en wil zijn?

Wat ik wel weet, is dat ik me hier in Israël thuis voel. Dat er een plekje voor mij is in deze vaak toch moeilijke samenleving. Dat de taal uiteindelijk wel goed zal komen mits betaling en mijn strijd voor rechtvaardigheid hier elke dag kan verder gestreden worden. Dat mijn lief en ik ondertussen als levenspartners, aangevuld met twee super kindjes, de wereld hier aan kunnen en beter willen maken, elke dag opnieuw. En dat de zonnestralen die de slaapkamer ‘s ochtends binnenvallen me nog steeds helpen opstaan met een glimlach!








