Karien uit Bali: ‘We kunnen artsen opleiden en vaccins uitvinden, maar zonder een gezonde wereld kunnen we dit gevecht niet winnen.’

Karien van Ditzhuijzen

Als de wereld op zijn kop staat, zoals nu, is het de natuur die me het beste kalmeert. Het is een geluk bij een ongeluk nu we gedwongen thuiszitten, dat we dat doen in ons huis op Bali dat uitkijkt over de rijstvelden. Vol met stress en emotie haal ik diep adem, en staar naar de wuivende halmen. De natuur plaatst voor mij alles in perspectief, en laat me zien wat er écht belangrijk is nu. 

In de rijstvelden gaat het leven door. Planten stoppen niet met groeien, gaan niet in lockdown, en wanneer overheden praten over ‘essentiële beroepen’ die door moeten gaan, dan lijkt me de boer toch wel de meest essentiële van ons allemaal – en niet alleen in tijden van corona. 

Gezond leven

We moeten eten om in leven te blijven. En niet zomaar eten, maar gezond en voedzaam, want als deze huidige crisis iets duidelijk maakt is het dat mensen met overgewicht, diabetes en verwante ziektes kwetsbaar zijn. Dit is niet het laatste virus dat de mensheid zal aanvallen; en deze pandemie benadrukt sterk de dingen waarover ik het afgelopen jaar op Bali en de Green School veel over heb nagedacht: de toekomst van de landbouw en onze voedselvoorziening. 

Als tiener wilde ik tropische landbouw studeren, maar toch, ik zag mezelf niet als boer: dat paste niet bij mijn nomadische levensstijl. Uiteindelijk koos ik voor scheikunde, met een specialisatie in duurzame ontwikkeling, en kreeg een baan als productontwikkelaar voor een groot levensmiddelenbedrijf. Was het eerst een droombaan, waar ik creatief kon spelen met recepten en zoeken naar duurzame en Fair Trade ingrediënten, na tien jaar bleek zo’n grote multinational toch niet helemaal bij me te passen. Drie kinderen en een verhuizing van Engeland naar Singapore verder vond ik mezelf opnieuw uit als schrijver met een passie voor mensenrechten. Nu, tijdens dit sabbatical, voelt het of ik op een kruispunt sta. Ga ik door met schrijven, of toch terug naar die eerdere versie van mezelf? 

Mijn passie voor planten

Bali is een plek waar mensen naartoe komen om ‘zichzelf te vinden’, maar niet ik, smaalde ik nog voor vertrek, want ik wist precies wie ik was. Maar Bali lachte me vierkant uit en schudde me door elkaar. 

Green School Bali is niet alleen een school voor kinderen, ook voor de ouders zijn er lessen, en het eerste wat mijn man en ik deden was ons aanmelden voor een cursus rijst verbouwen, die zo inspirerend was dat we het volgende semester doorgingen. Later kwam daar voor mij een cursus agroforesty en syntropic farming bij. Opeens was ik weer die tiener met een passie voor planten, met mijn tenen in de modder, mijn handen in het groen en de hete tropische zon op mijn hoofd en schouders. Met mijn reuma en altijd kriebelende reislust zal ik nog steeds niet snel boer worden, meer jeetje, wat vind ik het gaaf. 

De boer is essentieel

We observeren de Balinese boeren, luisteren naar experts van over de hele wereld, en terwijl we zwoegen en discussiëren, kletsen en leren, realiseer ik me steeds meer hoe bar slecht het ervoor staat met onze voedselvoorziening. Grootschalige monocultuur put de grond uit, bedreigt biodiversiteit en verpest het klimaat. Ongezonde eetgewoontes maken mensen vatbaar voor ziektes, er is een explosie van auto-immuun ziektes zoals de mijne, waarvan ik weet dat hij sterk beïnvloed wordt door mijn dieet. Als we als mensheid een toekomst willen, moeten we gigantische veranderingen doorvoeren in de manier waarop we ons voedsel produceren en consumeren. En deze huidige pandemie legt dat nog eens feilloos bloot.

In Bali zijn de meeste boeren over de zestig. Een van de uitdagingen hier is om jonge mensen geïnteresseerd te krijgen in het vak. Maar de middelbare scholieren die ik creative writing leer, hebben geen interesse, ook al waren van de meesten de grootouders boer. Hun ouders werken in het toerisme of hebben een eigen bedrijf. Zelf zijn ze slim en ambitieus, ze willen advocaat worden, dokter of accountant. Waarom zouden ze voor een schijntje in de hete zon op het land werken als ze meer kunnen verdienen op een koel kantoor?

Onze rijst smaakt geweldig

De landbouw van tegenwoordig is weinig romantisch. Moderne boeren op Bali werken niet zoals hun voorouders deden, maar met de methoden die sinds de Groene Revolutie van eind vorige eeuw door de overheid worden gestimuleerd. Iedereen gebruikt dezelfde hybride zaden, en meer en meer kunstmest op een grond die steeds verder uitgeput raakt, en meer en meer pesticiden in een ecosysteem dat uit balans raakt en door ziektes en insecten bedreigd. Het graan dat geoogst wordt heeft minder smaak en minder voedingswaarde dan de rijst die ik me herinner van toen ik als kind in deze regio woonde. 

De oudere boeren weten nog hoe het vroeger was, hoe hun voorouders generaties konden boeren zonder de grond te overbelastten. Hoe de palingen en kikkers in de rijstvelden leefden en die op een natuurlijke manier bemestten. Hoe het water schoon vanuit de meren in de bergen de subak binnenstroomde. Maar ze weten ook dat de lagere opbrengst van die manier van verbouwen niet voldoende is de geëxplodeerde bevolking van Indonesië te voeden. En dat de meeste mensen hier zich de dure biologische rijst die we op onze cursus produceren niet kunnen veroorloven – we verkopen hem vooral aan expats en restaurants, en de Green School die hem onze kinderen voorzet. Onze rijst smaakt wel geweldig. 

Een gezonde wereld

Een ding is me duidelijk geworden, namelijk dat we de goede dingen uit het verleden, toen ecosystemen in balans waren en daarmee veiliger tegen epidemieën, moeten combineren met moderne technieken om op een duurzame manier de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden. De cursussen die ik het afgelopen jaar deed hebben me geleerd dat die er zijn, en ook dat de boeren ze graag implementeren. De uitdaging is om overheden aan boord te krijgen, om de initiële investeringen te dragen en de boeren helpen op te leiden. Dit moet gebeuren. Dit is het meest essentiële wat ons te doen staat komende jaren.

We kunnen nog zoveel artsen opleiden en vaccins uitvinden, maar zonder een gezonde wereld kunnen we dit gevecht niet winnen. 

Dus ik zit hier achter mijn laptop en kijk over het scherm naar de rijst velden, me bewust dat Bali meer vragen heeft opgeroepen dan ik nu kan beantwoorden. Het kruispunt waar we allemaal op staan mag dan geblokkeerd lijken – in letterlijke zin, nu er amper vluchten gaan en de meeste grenzen dicht zijn – maar het mooie is dat de weg voor ons ligt, we moeten alleen kiezen welke richting we nemen. Gaan we door op die waarop we zaten, of maken we een U-turn en proberen we de wereld te redden?

Als er een ding is dat mijn nomadische leven me geleerd heeft, is het dat veel wegen uiteindelijk op dezelfde plek uitkomen. Ze meanderen, gaan over bergen, door rivieren, woestijnen en velden met bloemen. Zo lang we maar vooruit gaan, niet achteruit, dan komen we er wel.

Ik kijk naar de boer die zijn veld omploegt achter mijn huis en de zwerm witte vogels die wormen pikken uit de omgewoelde aarde. Ik voel me optimistisch. De boer is essentieel. En ik hoop dat ook te worden. 

Karien Van Ditzhuijzen - Indonesië
Selamat pagi, ik ben Karien, geboren en getogen expat, momenteel woonachtig met mijn gezin in Bali, Indonesië. Ik ben schrijfster, en werk aan mijn tweede roman voor volwassenen en een spannend kinderboek. Mijn debuutroman A Yellow House verscheen in 2018, en gaat over het wel en wee van huishoudelijke hulpen in Singapore. Graag vertel ik over onze avonturen bij de Green School en de fascinerende Balinese cultuur op De Wereldwijven.