Landen op één been in Nederland

Anne-Barbara remigreerde afgelopen zomer na jaren in de Verenigde Staten te hebben gewoond naar Nederland. Eerder dan gepland en op een hele andere wijze dan dat ze zich had voorgesteld. Het afscheid van de mensen die haar dierbaar waren daar was ondanks het virus en de beperkingen mooi, maar de reis die ze moeten maken is bizar. Met een been nog in haar prachtige Amerikaanse dorp komt ze aan in een ‘veranderd’ Nederland.

6:00: de zonnestralen die door de luiken komen maken mij wakker in ons lege huis. Ik lig naast mijn man en kinderen die ook op matrasjes op de vloer liggen. Ik soes nog even en denk aan hoe mooi de corona-proof parade was die onze vrienden gisteren voor ons hadden georganiseerd. Om toch na vijf jaar een beetje afscheid te kunnen nemen van dit prachtige dorp een uurtje ten noorden van New York. Het is tijd om eerder dan gepland terug te verhuizen naar Nederland. De laatste weken waren surrealistisch; geen vrienden gezien, alle winkels, parken en stranden dicht, boodschappen bij voorkeur laten bezorgen maar dan wel de dozen afspuiten met ontsmettingsmiddel, de post pakken met handschoenen aan en de angst om het Coronavirus toch te krijgen.

Want hoe ziek kunnen wij dan worden?

13:00: we rijden met onze auto naar het vliegveld nadat we op verre afstand nog zijn uitgezwaaid door onze buren. Onze lieve oppas komt met haar man ook naar het vliegveld om de auto terug te rijden naar ons dorp. We ontmoeten elkaar voor de uitgestorven vertrekhal. Geen knuffel, geen aanraking, geen expressie op de gezichten door de mondkapjes die we allemaal dragen.

15:00: we lopen langs onze gate en zien alleen maar mensen van top tot teen bedekt met witte ic-pakken, mondkapjes en veiligheidsbrillen. “Kom kids, laten we een stukje verder gaan zitten”, probeer ik nog om de kinderen niet te laten schrikken door dit bizarre beeld. Maar dat blijkt een illusie want overal zitten de maanmannetjes.

17:00: we zitten in het vliegtuig wat voor eenderde vol zit. Ons eten voor de vlucht lag in plastic zakken op onze stoelen. Het lijkt alsof we in een spaceshuttle naar de maan zitten. Het is doodstil in het vliegtuig. Er hangt een angstige sfeer. Ik zie mijn dochter in slaap vallen met haar mondkapje netjes op. Dit beeld zal ik nooit meer vergeten.

5:00: Schiphol is leeg, zo leeg heb ik het nog nooit gezien. We zijn de enige die door de douane gaan om Nederland in te komen. Niet bij de normale loketten maar bij een loketje ergens achteraf. De douanier, zonder mondkapje op, heet ons welkom thuis. Er draait één bagageband waar drie koffers op staan, de onze.

6:00: de winkels zijn open, het autoverhuurbedrijf is open, er lopen mensen zonder mondkapjes of pakken aan ‘vrij’ rond.

7:00: we rijden naar onze eerste tijdelijke bestemming om daar de, per email geadviseerde, twee weken in quarantaine te zitten. We zien mensen op straat lopen, rakelings langs elkaar de Etos in en uit. Onderweg even langs opa en oma om te zwaaien vanuit de auto. We zijn aangekomen in Nederland!

Van sprookjescultuur naar niemandsland

Binnen 24 uur van volgzame, angstige, voorzichtige cultuur naar een zelf-beslissende, vrije, zelf-wetende cultuur. Binnen 24 uur van kapotte handen door het constante smeren van reinigingsgel naar gewoon een Nijntje boekje kunnen kopen in de Bruna. Binnen 24 uur werd mij zichtbaar hoe anders er werd omgegaan met het om zich heenslaande virus wat over de hele wereld op dezelfde manier werkt, verspreidt en ziek maakt.

De verschillen tussen de culturen doen meer met me dan ik dacht. Ik besef me opeens dat ik me als Nederlander de Amerikaanse cultuur eigen heb gemaakt. Ik voelde me thuis in Amerika, in het dorp waar we woonden, bij de vrienden die ik daar heb. Bij de wolligheid in de gesprekken. Het urenlang kunnen uitweiden over een yoga les, de houdingen, de duur, de yoga juf, de mat die dit keer harder aanvoelde. Iets waar ik als Nederlander, net wonende in Amerika, zeker niet zoveel woorden aan vuil zou maken. Het tot in den treure analyseren en delen van gevoelens en emoties met mensen die je net hebt ontmoet. En elkaar erna ook weer prima maanden niet spreken, laat staan zien.

Zo snel zoveel van je zelf laten zien, maar ook zo snel lief en attent kunnen zijn voor de ander, dat was ik niet gewend. Het niet uitspreken van oordelen, aannames of overtuigingen over de ander. Het ‘If you don’t have anything nice to say, don’t say anything at all’ idee wat bij de meeste Amerikanen met de paplepel wordt ingegoten. Aan het begin betrapte ik mezelf erop het als Nederlandse criticus oppervlakkig te noemen.

Maar al snel raakte ook ik verslaafd aan de positiviteit die het niet-oordelen met zich meebrengt.

Ik deed mee met de Amerikaanse manier. Ik voelde me thuis in de Amerikaanse positieve sprookjeswereld. Ik begon te houden van de oppervlakkige maar soms juist onverwacht hele diepgaande gesprekken. Ik werd een van hen.

Ik ben mijn ik even kwijt

Nu als Nederlander nog maar net wonend in Nederland, merk ik dat ik me even in niemandsland bevind. Ik voel me verward. Verward omdat ik even niet meer weet wat ik moet vinden. Hoe ik moet doen en zijn. Binnen welk perspectief ik nu leef. Ik blijf nog onderdeel van de whatsapp-groep met mijn Amerikaanse vriendinnen. Het begint te voelen als stiekem meekijken. In Nederland voel ik me anders. Me gedragen zoals ik in Amerika deed wordt denk ik veroordeeld nu ik in Nederland woon. “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg”. “Doe eens niet zo overdreven!” Daarom dat ik wellicht zo krampachtig vasthoud aan het leven in Amerika.

Ik besef me opeens dat ik mijn doen en laten ontleende aan het feit dat ik onderdeel uitmaakte van een groep, de Amerikaanse groep. Ik voelde me een individu. En nu? Nu ben ik die ‘ik’ even kwijt.

Of niet?

Langzaam maar zeker merk ik dat de leuke vertrouwde dingen van de Nederlandse cultuur weer eigen beginnen aan te voelen. Ik stap met mijn rechterbeen de Nederlandse groep binnen. Terwijl mijn linkerbeen nog net in de Amerikaanse groep staat. Nog net, want terwijl ik dit schrijf merk ik dat de intentie er is om mijn linkervoet op te tillen om de volgende stap te maken. Maar toch durf ik nog niet helemaal. Ik vind het eng om mijn intussen vertrouwde Amerikaanse groep te verlaten. Mijn ‘ik’ te veranderen om hier in de Nederlandse groep te passen. Wil ik dat wel?

Wij tegen zij

We weten allemaal dat we van oudsher behoefte hebben aan die sociale connectie, die gemakkelijk gekoppeld kan worden aan het groepsgevoel van nu. Moet ik het nu zo zwart wit zien? Dat ik officieel de ene groep verlaat en toetreed tot de Nederlandse met haar eigen cultuur en gebruiken? En als ik niet meedoe met deze normen en waarden ik me in niemandsland bevind. Ik dan nergens bij hoor en dan….? Ja en dan wat?  

Literatuur genoeg over de groepsgedachte. Zoals Geert Hofstede het mooi zegt: ‘Creating groups and changing membership is one of people’s core activities in life’. Ik kom er achter dat het gevoel van meer zelfvertrouwen hebben, iemand zijn wanneer ik tot een groep behoorde, en het dus te alle tijden voorkomen van ‘anders zijn’, ook als een rode lijn door mijn leven loopt. Vaak toch wel versterkt door leeftijdsgenoten. Wij tegen Zij. Op welke basisschool ik zat bepaalde hoe ik mij uitliet over kinderen van de openbare. Welke middelbare school, welke sport, welke studie, waar ik ging wonen, waar ik ging werken…

“Ze hebben zelfs al wat nieuwe vriendjes gemaakt”, hoor ik mezelf over mijn dochters zeggen tegen een vriendin die vraagt hoe de eerste week school voor hen was na onze verhuizing Met deze opmerking uit ik de gedachte dat het sociaal wenselijk zou zijn voor kinderen om snel vriendjes te kunnen maken. Buiten de groep vallen is zielig en ‘hoort niet’.

Maar als ik er nu zo over nadenk is de noodzaak om tot een groep te behoren een beetje achterhaalt. Het is gewoonweg niet meer van levensbelang nu. Mijn leven staat niet meer op het spel als ik me vestig in een ander land. Ik zou denken dat onze manier van samenleven mee-evolueert met hoe wij ons als mens evolueren, maar niets is minder waar. Onze manier van samenleven is in een rap tempo geevolueerd maar ons brein kon het tempo helemaal niet aan!

Dat gevoel van ‘ergens bij moeten horen’ zit dus diep in mijn brein. Wat gebeurt er dan precies als dat stukje diep in mijn brein wordt aangetikt?

Meepraten met de groep

Ik lees het boek ‘How emotions are made’ geschreven door Lisa Feldman Barrett en begin te begrijpen hoe mijn ontzettend complexe brein mij voor de gek kan houden. Ik leer van haar dat ik wel degelijk controle heb over mijn emoties en ze me niet zomaar overvallen. ‘Emotions are not reactions to the world. They are your constructions of the world.‘ Net zoals ik iets kan veranderen aan het concept niet-tot-een-groep-behoren die ik heb aangemaakt op basis van mijn levenservaringen. Ping! Ineens doemen daar de antwoorden op mijn vragen op. Ik krijg hetzelfde gevoel als ik fiets naar het strand. En dan zie ik daar ineens, taadaa…de zee!

Allereerst denkt mijn niet-volledig-meegevolueerde brein dat leven in groepen van levensbelang is. Dat is een concept, een zelf-bedachte waarheid in mijn hoofd. Mijn brein koppelt automatisch de emotie verwarring aan dit concept in mijn situatie nu. Vervolgens ontstaat een kapstok waar allerlei vervolgemoties, voorspellingen en gedragingen aan gehangen worden. Vervolgemoties zoals onzekerheid en verdriet. Voorspellingen over hoe ik me dan zal gaan voelen, niet-thuis-voelen bijvoorbeeld, en me vervolgens ook zo voel. Gedragingen zoals er bij willen horen. En ja hoor, ik probeer uit alle macht aansluiting te vinden bij de nieuwe omgeving waarin ik woon. Door mee te praten over die gekke Trump bijvoorbeeld. Terwijl de opmerkingen over hem wat mij betreft allemaal wat genuanceerder en meer doordacht kunnen zijn. Wow! Wat is het veel. Wat is het onrustig. En wat is het verwarrend. 

Ik hoor mezelf tegen mezelf zeggen: ‘Het stemmetje van je brein speelt een spelletje! Wat anderen van je vinden, ook de mensen in je zelfbedachte groep, is niet van levensbelang meer. Natuurlijk kan ik nu gewoon zeggen wat er op mijn hart ligt, me voor mijn gevoel kwetsbaar opstellen. Zolang ik maar weet wie ik ben en wat ik belangrijk vind, zoals het niet-oordelen wat ik in Amerika heb geleerd, dan komt de rest vanzelf wel.’

We zijn allemaal mensen

En nu pak ik dit door naar de groepsgedachte. Ik spreek het eens hardop uit. “Bestaat er nou echt zoiets als een groep? Bestaat de groep Amerikanen of de groep Nederlanders nou daadwerkelijk? Nee, dus. Dit is een concept dat mijn brein mij voorhoudt. De personen die ik ontmoet, vrienden mee word of ben, mee communiceer, me prettig en thuis bij voel of juist even bij aftast hebben allemaal iets gemeen. Het zijn allemaal mensen. En ook ik ben geen Amerikaan of Nederlander. Ik ben een mens. Een mens met eigen ervaringen, overtuigingen, gewoontes en gedrag…tsja de groepsgedachte is dus een illusie. Allemaal zelfbedacht, in mijn eigen hoofd.

Ahhhh…Rust…

7:00: De zonnestralen die zacht door de gordijnen stralen maken mij wakker in ons nieuwe huis in Nederland. Onze eigen spullen vol met herinneringen zijn gisteren ook aangekomen. ‘Ok, je bent er nu klaar voor,’ zeg ik tegen mijzelf terwijl ik nog even rustig lig wakker te worden, ‘Til je linkervoet maar op en beland met beide voeten in het leven wat je nu leeft. Zonder groepen, zonder moeten of willen. Er gewoon zijn lijkt voldoende.’

Anne-Barbara Lemmens - Nederland
Hi! Ik ben Anne-Barbara, moeder van drie kinderen en met gezin in 2020 verhuisd naar Nederland, Bergen vanuit Old Greenwich, USA. Ik heb internationale ervaring (Amsterdam en New York) als belastingadviseur, management consultant en ondernemer en ben de uitdaging aangegaan een boek te schrijven. In mijn, nu bijna finale, boek 'Oordeel zacht' beschrijf ik mijn eigen zoektocht naar oordelen; wat ze zijn, waar ze vandaan komen, wat ze doen en vooral ook wat we ermee kunnen doen door de 'Oordeel zacht' methode toe te passen. De methode creëert bewustzijn bij een ieder die open staat voor wat zelfreflectie. Daarnaast kan het toegepast worden binnen bedrijven, organisaties en instellingen die de interactie tussen mensen willen verbeteren, future-proof willen werken en stress willen verminderen. Daarnaast bied ik door middel van het Mindfulness Based Stress Reduction programma de mogelijkheid aan individuen stress reductie te ervaren door zacht oordelen. Voor De Wereldwijven schrijf ik graag artikelen met als thema, hoe kan het ook anders, oordelen!