Integreren en toch lekker jezelf blijven
Ik was vijf jaar en weet het nog goed. Ik speelde buiten. Achter ons huis was een grote speeltuin. Samen met mijn buurmeisje waren we daar aan het spelen. Ineens was er een jongen die me uit het niets uitschold. “Jij kleine poep Chinees, ga terug naar je eigen land.” Ik begreep niet wat hij zei. Ik was toch in mijn eigen land? Waar moest ik dan heen, ik was immers in Gouda geboren. Verbaasd ging ik naar huis toe. Ik wist wel dat ik Indisch bloed heb en dat ik er anders uitzie.
Mijn neus was platter dan die van mijn vriendjes en vriendinnetjes en ik had geen blond haar zoals de meesten in mijn klas. Ik begreep niet wat die jongen bedoelde. Ik ben Indisch met gemengd bloed van Hollands, Duits, Japans, Indonesisch (Javaans) en Frans.


Scheldnamen
Toen ik wat ouder was, gebeurde dit soort gescheld wel vaker. Kinderen die riepen: “Jij bent een pinda. Bruintje. Je hebt vast ook blauwe billen. Indo-pindo. Ga terug naar je apenland. Weet je wel hoe je met mes en vork moet eten. Bij jullie lopen toch de tijgers los. En jullie wonen toch in bomen? Jullie eten toch alleen met de handen? Kan je wel Nederlands?”
Nu ben ik inmiddels in de 40 en heb zelf kinderen en vraag ik me werkelijk af hoe die kinderen uit mijn eigen jeugd waren opgevoed. Het is mij inmiddels wel duidelijk dat die niet waren opgevoed met kennis over hun eigen Nederlandse koloniale geschiedenis.
Binnenshuis en buitenshuis
Nu terugkijkend, begrijp ik beter dat ik ben opgevoed met het uitgangspunt van enerzijds een ‘binnenshuis’ waar wij onze Indische/Indonesische cultuur kunnen hebben en anderzijds een ‘buitenshuis’, waar je je moet aanpassen aan de Nederlandse cultuur anders red je het niet. Wat ik hiermee bedoel? Hieronder een voorbeeld van verschillen tussen de Indische en Nederlandse cultuur.
In huis krijgt oma altijd gelijk, ook al heeft ze het niet. Puur uit respect, omdat ze ouder is en wij er zonder haar niet zouden zijn. Uit respect voor haar leven en wijsheid geef je haar altijd gelijk. Buitenshuis echter moet je niet je baas, die in hiërarchie hoger staat, altijd gelijk geven. Maar moet je opkomen voor je rechten en soms moet je je ellebogen laten werken, want anders loopt men over je heen. Bescheidenheid siert de mens, maar soms moet je in Nederland met de vuist op tafel slaan anders horen ze je niet.

Integreren is aanpassen
Voor mij betekende integreren dus dat ik me altijd moest aanpassen aan die twee culturen. Sommigen vragen mij of ik mijzelf dan juist niet verlies als ik me overal maar aanpas. Of ik dan nog wel weet wie ik ben. Het voordeel is dat als je opgroeit met dat je je altijd moet aanpassen, je er een soort handigheid in krijgt. Dat komt zeker heel goed van pas als je gaat emigreren. Ik weet dat waar ik ook terechtkom, waar het leven mij ook zal brengen, ik mij gewoon kan aanpassen met behoud van mijn eigen cultuur en identiteit.
Van mijn ouders heb ik altijd geleerd dat ik het moet zien als een verrijking van mijzelf en mijn leven. Ik heb geleerd om mijn eigen cultuur te bewaren en te bewaken waar ik ook leef. Dat dat niet een tweespalt is, dat ik niet in een spagaat zit. En dat ik zeker niet hoef te kiezen. Ik ben rijk aan meer culturen. Ik kijk naar de beste dingen van elke cultuur die ik heb en maak die mij eigen.
Integreren is niet een probleem. Je kunt integreren en toch gewoon lekker jezelf blijven.
Integreren is meedoen
Zo doe ik mee met de gewoontes van de feestdagen hier. Als het vastenmaand is, houd ik rekening met diegenen die vasten en eet ik niet vlak voor iemands neus die aan het vasten is. Ik struin langs de typische Ramadan markten voor speciale gerechten die alleen dan worden gekookt. En ik eet gelukskoekjes tijdens het Chinees Nieuwjaar, om maar wat voorbeelden te noemen.
Ook doe ik in de ochtend tai chi op mijn balkonnetje wanneer de zon opkomt. Misschien lijkt dat niet op integreren en klinkt het wellicht raar, het geeft wel degelijk een gevoel van eenheid. Want veel buren staan ook op dat tijdstip tai chi te doen op hun balkon en dus zwaai ik even naar de overbuurvrouw die ook tai chi doet. Maar ik hou me ook heel Hollands aan een kopje koffie om tien uur ’s ochtend en lunchen doe ik toch echt rondom lunchtijd en niet pas om 15.00 uur in de middag. Lekker mijzelf blijven en toch meedoen.


Third culture kids
Zowel ik als mijn kinderen zijn third culture kids en eigenlijk waren mijn grootouders en ouders dat ook al. Als third culture kid, groei je op in een andere cultuur (of meerdere culturen) dat anders is dan dat van je ouders. Zo groeide ik op in de Nederlandse cultuur, maar zijn mijn ouders opgegroeid met de Hollandse/Indische/Indonesische cultuur in Indonesië. Mijn grootouders hebben namelijk Indische, Indonesische en Hollandse roots.
Mijn kinderen groeien op met hun Indische cultuur in een internationale gemeenschap binnen de Maleisische cultuur en gaan naar een school waar ze omringd zijn met studenten van maar liefst 56 verschillende nationaliteiten. Met elk hun eigen cultuur of culturen. Als je zo opgroeit, leer je heel veel verschillende culturen kennen, maar je herkent ook overeenkomsten. Zo zie je dat elke cultuur weer raakvlakken heeft. Dat is nou juist zo mooi. Het doet je ook sterk beseffen wat je eigen cultuur is en wie je bent.
Verschillen vieren
Integreren is geen probleem zolang je goed weet wat je eigen cultuur is. Zo kan je nooit jezelf verliezen. Integreren is elkaar in de waarde laten en elkaar gelijkwaardig behandelen. Integreren is voor mij juist de verschillen omarmen en dat samen vieren.








