“Waar kom je vandaan?” – herkomst en identiteit bij ’third culture kids’

Gastschrijfster

Ze hebben inmiddels de verzamelnaam third culture kids (oftewel verkort TCK’s) gekregen, want de wereld heeft er steeds meer van: kinderen die op jonge leeftijd emigreren – nog voordat ze hun persoonlijke en culturele identiteit volledig hebben gevormd. TCK’s ontwikkelen zich door hun emigratie anders dan kinderen die ‘gewoon’ in hun geboorteland opgroeien.

Third culture kids stellen zich vaak ruimdenkender op, hebben een groot aanpassingsvermogen en zijn sociaal bekwaam. Maar opgroeien in een ander land zorgt op psychologisch vlak vaak voor uitdagingen. Want waar kom je eigenlijk vandaan? Wat is je thuis? En wat maakt jou ‘jou’?[1]  

Gezondheid
Foto: Torsten Dederichs – Unsplash

Een ‘derde’ cultuur

Psycholoog Niek Rosens richtte speciaal voor Nederlanders en Vlamingen in het buitenland Psycholoog op Afstand op: een team van gediplomeerde en ervaren online psychologen, gespecialiseerd in expatproblematiek. De kinder- en jeugdpsychologen van Psycholoog op Afstand behandelen steeds vaker third culture-problematiek bij expat-kinderen.

Omdat TCK’s een significant gedeelte van hun ontwikkelingsjaren in een ‘gastland’ doorbrengen of hebben doorgebracht, is hun identiteit sterk beïnvloed door de cultuur van dit nieuwe land. De ‘eerste’ cultuur van een TCK is dus die van het geboorteland, de ‘tweede’ die van het gastland. Het bijzondere is echter dat TCK’s onderling nog een ‘derde’ cultuur ontwikkelen, die niks te maken heeft met de eerste twee. Deze derde cultuur kenmerkt zowel kinderen als volwassenen die zich niet met slechts één cultuur of land kunnen identificeren. Met andere woorden: individuen die het antwoord op de vraag “Waar kom je vandaan?” eigenlijk niet zo goed weten. 

De term third culture kids is al in de jaren vijftig van de vorige eeuw bedacht door socioloog en antropoloog Ruth Hill Useem (1915 – 2003). Useem deed onderzoek naar Amerikaanse kinderen die vanwege het werk van hun ouders op jonge leeftijd waren geëmigreerd. Zij ontdekte dat deze kinderen – waar ze ook vandaan kwamen of gingen wonen – een specifieke identiteit en cultuur ontwikkelden die verschilde van die van individuen in het thuis- of gastland.[2] Ook volwassenen die als kind zijn geëmigreerd hebben die ‘derde’ cultuur. Ook hen noemen we dus TCK’s, of – voor de duidelijkheid – adult third culture kids (ATCK’s), third culture individuals (TCI’s) of global nomads.

Gezondheid
Foto: Austin Pacheco – Unsplash

Culturele kameleons

Die specifieke identiteit en cultuur die TCK’s ontwikkelen, zorgt voor bepaalde kenmerken die vrijwel alle third culture kinderen met elkaar gemeen hebben. De meest opvallende is misschien wel twee- of meertaligheid. Wie als volwassene emigreert, spreekt de taal van het geboorteland ook jaren later vaak nog altijd het best. TCK’s zijn daarentegen vaak volledig twee- of meertalig. Ze spreken zowel de taal van het land van herkomst als die van het gastland vloeiend.

Daarnaast krijgen third culture kids thuis, door hun ouders en door het contact met familie en vrienden veel mee van de cultuur, gebruiken en normen en waarden van hun geboorteland. Die informatie kunnen ze vergelijken met hoe het er in het gastland aan toe gaat. Verschillen tussen culturen en levensstijlen zijn voor hen heel normaal. Ze kunnen het leven daarom goed vanuit verschillende perspectieven bekijken, zijn ruimdenkend en gaan creatief met problemen om. Ze begrijpen dat lang niet alles zwart of wit is en dat er meerdere wegen naar Rome leiden. Hierdoor weten ze zich prima aan te passen als de zaken er anders aan toegaan dan thuis. En sociaal zijn de meeste TCK’s ook sterk; ze kunnen zich immers uitstekend in een ander verplaatsen. Het zijn echte ‘culturele kameleons’.[3]

Gezondheid
Foto: Janko Ferlic – Unsplash

Thuis of te gast?

Maar dat culturele aanpassingsvermogen heeft ook een keerzijde. Want waar je woont, welke taal je spreekt, van welk eten je houdt of welke religieuze of politieke voorkeuren je hebt, zijn allemaal zaken die je sterk met een bepaalde culturele identiteit verbinden. TCK’s hebben echter in verschillende landen gewoond, spreken meerdere talen, eten gerechten typisch voor zowel het geboorte- als het gastland en zijn opgegroeid met verschillende perspectieven op geloof en politiek.

Een kind dat in Vlaanderen geboren is, maar vanaf jonge leeftijd in Spanje woont, voelt zich vaak net zo Vlaams als Spaans – of net zo wéinig Vlaams als Spaans, want vaak heeft een TCK in zowel het thuisland als het gastland het gevoel ‘anders’ te zijn en er toch niet helemaal bij te horen. De term ‘thuisland’ mag dus gerust tussen aanhalingstekens gezet worden, want alhoewel het thuisland wel het geboorteland is, en het land waarin hun ouders zijn opgegroeid, voelt het voor TCK’s vaak helemaal niet als ‘thuis’. “TCI’s zijn erg goed in het opbouwen van relaties met andere culturen, zonder zelf een culturele identiteit te hebben.”[4]

En dat zorgt, zeker als kinderen richting de volwassenheid gaan, voor psychologische uitdagingen. Niek Rosens ziet veel kinderen en jongvolwassenen bijvoorbeeld struggelen met gevoelens van rusteloosheid en een gebrek aan controle over het leven. Ze voelen zich ontworteld, ervaren nergens een gevoel van ‘thuis’ en hebben moeite met hun gebrekkige kennis van het land van herkomst. Ook kunnen ze vaak niet goed onder woorden brengen wat hun eigen waarden zijn, waar zij voor staan en wat voor hen belangrijk is in het leven. Sommige TCK’s belanden hierdoor in een heuse identiteitscrisis, die vaak met weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld gepaard gaat. De literatuur over dit onderwerp beschrijft het typerend als cultural homelessness.[5]  

Gezondheid
Foto: Nathan Dumlao – Unsplash

Wereldburgers

De grote uitdaging voor een TCK is het formuleren van een eigen identiteit. Onderzoek wijst uit dat TCK’s mentale ondersteuning hard nodig hebben en dat de expertise van de hulpverlener of mentor hierbij een cruciale rol speelt.[6] Maar met de juiste begeleiding kan een TCK leren zich aan een cultuur te verbinden en een gevoel van ‘erbij horen’ te cultiveren. 

De kinder- en jeugdpsychologen van Psycholoog op Afstand, die overigens zelf ook expat zijn of zijn geweest, helpen TCK’s hun ‘kameleonkwaliteiten’ af en toe een beetje los te laten en in plaats daarvan te focussen op vragen als: wie ben ík? Wat vind ík leuk om te doen? Waar ben ík goed in? Wat vind ík belangrijk? Met effectieve behandelmethoden, zoals cognitieve gedragstherapie, gaan zij online – via beeldbellen – met expatkinderen in gesprek om hen te helpen de eigen herkomst, identiteit en cultuur helder te krijgen. Praktische opdrachten helpen een kind vervolgens in het dagelijks leven een gevoel van ‘zelf’ op te bouwen.

In een steeds meer globaliserende wereld is de vraag “Waar kom je vandaan?” gelukkig steeds minder relevant. In plaats daarvan kan een TCK zich, júíst door zijn of haar unieke achtergrond, leren identificeren als ‘wereldburger’ met waardevolle ervaringen, karaktereigenschappen en kwaliteiten.

Meer weten?

De Wereldwijven publiceerden eerder over third culture kinderen, want natuurlijk hebben wij best onze vragen (en zorgen) als wij onze kinderen van het ene naar het andere land meeslepen. Zoals onze eigen Marijn het verwoordt: “je moet er maar tegen kunnen, dochter zijn van een Wereldwijf… “. Sterker sommige van onze wereldwijven zijn zelf een third culture kind, nog voordat het als begrip be(r)kend werd. Zoals Stephanie, die ons haar verhaal stuurde.

Psycholoog op Afstand biedt online therapie, coaching en relatietherapie in het Nederlands voor Nederlanders en Vlamingen in binnen- en buitenland. Je start altijd met een gratis kennismakingsgesprek. Ga voor meer informatie naar Psycholoogopafstand.nl.

‘Dit artikel is eerder in print verschenen, zie: Vlamingen in de wereld (117), zomer 2022.’


[1] D.C. Pollock (2010). Third Culture Kids: The Experience of Growing Up Among Worlds.

[2] R.H. Useem & R.D. Downie (1976). ‘Third-Culture Kids’. Today’s Education 65 (3). 103–105.

[3] A.D. Lyttle, G.G. Barker, & T.L. Cornwell (2011). ‘Adept through adaptation: Third culture individuals’ interpersonal sensitivity’. International Journal of Intercultural Relations 35 (5). 686–694; J.M. Dewaele & P. van Oudenhoven (2009). ‘The effect of multilingualism/multiculturalism on personality: No gain without pain for third culture kids?’. International Journal of Multilingualism 6 (4). 443–459; W. Sheard (2008). ‘Lessons from our kissing cousins: Third culture kids and gifted children’. Roeper Review: A Journal on Gifted Education. 30 (1). 31–38; Y.J. Lee, S.K. Bain, & R.S. McCallum (2007). ‘Improving creative problem-solving in a sample of third culture kids’. School Psychology International 28 (4). 449–463.

[4] Vrij vertaald van: A.M. Moore & G.G. Barker (2012). ‘Confused or multicultural: Third culture individuals’ cultural identity’. International Journal of Intercultural Relations 36 (4). 553–562.

[5] R.C. Hoersting (2010. ‘No place to call home: Cultural homelessness, self-esteem, and cross-cultural identities’. International Journal of Intercultural Relations 35 (1). 17–30.

[6] D. Limberg, G.W. Lambie (2011). ‘Third culture kids: Implications for professional school counseling’. Professional School Counseling 15 (1). 45–54.

Over dit Wereldwijf: Gastschrijver

De Wereldwijven nodigen ook gastschrijvers en gastfilmers uit om zo nu en dan hun inspirerende verhalen te delen. Deze verhalen of videos gaan over onderwerpen die nauw aansluiten bij onze zoektocht naar authenticiteit, echtheid, diepgang en verbinding. Lees mee en laat je inspireren.