Wat ik na een auto-ongeluk in Griekenland leerde over mentale kracht
Het is zondagmiddag drie uur en ik heb net een heerlijke ochtend aan de andere kant van het eiland gehad. Eerst ecstatic dance en daarna nog even gezwommen in de zee die altijd net iets koeler is dan aan onze kant van het eiland. Terug in de auto irriteer ik me aan de vrouw die voor me rijdt: langzaam, elke minuut haar rem indrukkend. Ik ben alert, want het laatste wat ik wil, is achter op haar klappen.
Het toeristenseizoen is begonnen en dat betekent volle wegen, veel motoren en scooters op de weg en dus opletten!! Wat ik wil vermijden, gebeurt een moment later: een auto-ongeluk.
Auto-ongeluk
Als ik de afslag neem van de hoofdweg naar de binnenweg naar mijn dorp ben ik altijd op mijn hoede, maar vandaag helemaal. Ik check mijn spiegels, kijk alle kanten op en als ik voel dat het kan, maak ik de draai naar links. Ik hoor geschreeuw, een vloek en voel een klap op mijn auto. Meteen stop ik, niet in de gaten wat er nu eigenlijk echt gebeurd is. Als ik uitstap zie ik de schade, een motorrijder op het wegdek, een omgevallen motor waar olie uitstroomt. En meteen een hele groep omstanders die zich bekommeren om de motorrijder.
Er wordt een ambulance gebeld en de politie. Het enige wat ik doe, is kijken wat er gebeurt. Ik ben in een freeze-toestand en terwijl de mensen zich bekommeren om de gewonde motorrijder, sta ik daar maar. Niet in staat om ook maar enige hulp te bieden. Er worden meer telefoontjes gepleegd, omstanders komen en gaan. Nog steeds niemand die omkijkt naar mij, alsof ik in het hele stuk onzichtbaar ben.
Dan komt er een jonge man naar me toe. Hij vraagt hoe het met mij gaat. “Ik heb het zien gebeuren,” zegt hij. “Het is niet jouw schuld en dat weet de motorrijder ook.” Alleen al die erkenning geeft me rust, maar ik ben shaky en onhandig en wil weten wat er gaat gebeuren. Ondertussen sta ik tussen acht Griekse mannen die zich als echte broeders ontfermen over hun gewonde buddy.
Op het politiebureau
Ik krijg door dat ik moet wachten op de politie, want ze moeten een rapport opmaken omdat de gewonde motorrijder naar het ziekenhuis is gebracht. Maar de politie komt niet. Even later word ik door een agent gebeld die me vertelt naar het bureau te komen. Ik schrik, ik heb een behoorlijke angst voor instanties. Of het nu de tandarts, het ziekenhuis, een verzekeringsmaatschappij of de politie is. Ik loop er het liefst met een grote boog omheen, altijd bang dat ik kan worden gestraft voor iets waarvan ik niet eens weet wat het is.
Op het politiebureau word ik opgevangen door een vriendelijke agent. Hij probeert me gerust te stellen, maar doordat ik de taal niet machtig ben en er steeds andere mannen binnenlopen met wie hij gesprekken voert die ik niet begrijp, voel ik me opnieuw onhandig en onzichtbaar. Tussen zijn gesprekken door laat hij me weten dat ik moet wachten op de man die het proces-verbaal op moet maken. Dat kan hij niet doen.
De collega is een type macho, niets in vergelijking met die vriendelijke jonge agent, en wil duidelijk even laten zien wie hier de baas is. Hij vraagt wat er is gebeurd en waar de motor mij geraakt heeft. Ik vertel hem dat de motor mij linksachter raakte en dat de motorrijder al heeft erkend dat het zijn schuld is. “Dat kan wel zo zijn,” reageert hij nors, “maar we moeten officieel van hem horen dat hij geen aanklacht tegen jou indient. Ik ga hem bellen.”
Hij kijkt triomfantelijk, alsof hij hoopt dat de motorrijder van gedachten is veranderd, zodat hij mij kan arresteren. De motorrijder neemt niet op. Nee, denk ik, die ligt in het ziekenhuis, dat kan wel uren duren voor hij opneemt. En ik moet op het bureau blijven tot hij geantwoord heeft.
De kalmte die ik tot nog toe redelijk kon bewaren, verandert in boosheid. Ik stuur snel een berichtje naar de twee vriendinnen die ik op de plek van het ongeluk al had gebeld. Toen namen ze niet op. Een van hen belt me meteen en vraagt als één van de eersten hoe het met mij is. Ik voel dat ik moet huilen, dat de tranen eruit moeten, maar ik wil het niet. Niet in de buurt van die agressieve Griek.
Wel gezien, niet gehoord
– “Zal ik naar je toekomen?”, vraag ze. Ik zeg dat het niet hoeft, dat ik het wel alleen kan.
– “Zeg je dat omdat je bang bent dat het teveel voor me is?”
– “Ja, ik wil je zondag niet verpesten om hier met mij te zitten wachten.” Maar ik voelde allang dat ik haar aanwezigheid goed kon gebruiken.
Ik loop weer naar binnen, waar ik direct uit mijn lijden wordt verlost. Ze hebben de motorrijder gesproken en hij heeft aangegeven dat hij geen aanklacht tegen me gaat indienen. En dan denk ik alleen maar, waarom moest die man zich zo laten gelden? Waarom kon hij niet gewoon het goede inzien van de situatie zoals ik die vertelde, waarom geloofde hij mij niet? Ondertussen moet ik denken aan het artikel dat ik aan het schrijven ben, waarin ik benoem dat Griekse vrouwen wel gezien, maar niet gehoord mochten worden. Moest het echt bevestigd worden op deze manier, vraag ik me nog af.
Bang dat ik alsnog iets verkeerd doe, vraag ik tot wel 4x toe wat er nu gaat gebeuren. Of ik nog iets moet tekenen, of ik nog papieren moet meenemen om aan de verzekering te geven. Niets van dat alles. Het enige wat ik hoef te doen, is naar huis gaan en de situatie aangeven bij de verzekering… Snel bel ik Sophia en zeg haar dat ze niet naar het politiebureau hoeft te komen, maar dat het wel een fijn idee is om elkaar even te zien. Ik kan wel een knuffel gebruiken.
Er voor elkaar zijn, zacht en liefdevol
“Het is nu belangrijk dat je dit verhaal verwerkt door het te vertellen,” zegt ze als we op een terras zitten. “En neem wat suiker tot je, want je zenuwstelsel moet weer tot rust komen en suiker helpt daarbij.” Hoe dat precies zit, weet ik niet, maar ik neem het maar voor waar aan. Praten helpt en na een uurtje voel ik me weer mezelf. Moe, dat wel van alle indrukken, maar kalm.
Een dag later besef ik hoe ik ben gegroeid. In elk stressmoment dat ik die dag ervaarde, kon ik terugkeren naar mijn ademhaling. Waar ik vroeger dagenlang had kunnen blijven hangen in, wat als… merk ik nu dat ik kan accepteren wat er is gebeurd. Ik stel het niet uit om de verzekeringsmaatschappij te bellen of naar de garage te gaan om een inschatting te maken van de kosten. Ik doe het meteen. En het belangrijkste nog, ik voel geen schuld. Ik had ook geen schuld, maar in het verleden kon ik me zelfs nog schuldig voelen over het feit dat ik bestond, of op de plek van het ongeluk aanwezig was.
En dan is er nog de kracht van de aanwezigheid van de vrouwen in mijn leven. We zijn er voor elkaar. We kiezen ervoor elkaar te helpen. Omdat we uit de spiraal willen breken van het allemaal alleen willen doen. Ik had ervoor kunnen kiezen alleen maar te kijken naar het feit dat ik er alleen voor stond, maar mijn behoefte volgend en even iemand te bellen, heeft me geholpen me niet alleen te voelen en in de heftige mannelijke energie van het moment vrouw te kunnen blijven. Zacht en liefdevol.








