Borstkankerpatiente: ‘Nee, dit kan niet over mij gaan’

 ’s Avonds in bed herinner ik mij opeens een aflevering van Oprah Winfrey over zelf borstonderzoek. Ik hoor haar woorden in mijn hoofd galmen; minimaal 1x per maand je borsten onderzoeken.

Ik begin mijn borsten af te tasten. Opgelucht haal ik adem. Aan mijn linkerborst voel ik niks ongewoons. Nu mijn rechterborst. Ik voel iets hards. Ik pauzeer en ga met mijn hand terug naar dezelfde plek. Mijn onderbuikgevoel schreeuwt, foute boel.

Verdacht plekje

Eind september 2015 ontdekt Jane Heijgen (49) het harde plekje in haar borst. Haar huisarts probeert haar ongerustheid weg te wuiven door het te wijten aan hormonale schommelingen. ‘Niks om je druk te maken.’ Maar Jane vertrouwt het niet en dringt aan op verder onderzoek. Er wordt een afspraak in het ziekenhuis gemaakt voor het maken van een echo.

Het gezicht van de arts betrekt wanneer hij mijn echo bekijkt. Hij vraagt mij om meteen een mammografie te laten maken. Dat doe ik, maar ik zie het gezicht van de arts niet opklaren. Vervolgens vraagt hij mij toestemming om ter plekke een biopsie van mijn borst te doen. Ik voel mij moederziel alleen. Dan word ik naar huis gestuurd waar ik twee lange dagen op de uitslag moet wachten.

Wachten op de uitslag

Voor de uitslag afspraak ik het ziekenhuis neem ik een vriendin mee. Samen nemen wij plaats aan het bureau waarachter een verpleegkundige zit, die meteen van start gaat. “Mevrouw u hebt borstkanker. Er zijn drie plekken gevonden en aangetast weefsel. De borst moet worden afgezet en u gaat een chemokuur volgen. En dan wil ik u graag enkele borstimplantaten laten zien.”

Dit kan niet over mij gaan. Dat kan niet.

Ik herneem de controle en vraag wanneer mijn borst afgezet kan worden. Naïef als ik ben, denk ik dat ik hiermee gelijk de kanker verslagen heb. Helaas, een lymfeklieronderzoek moet laten weten of de kanker uitgezaaid is of niet. Twee dagen wacht ik op de uitslag. De moeilijkste twee dagen van het gehele traject. Een uitzaaiing staat voor mij gelijk aan mijn doodvonnis.

Twee dagen zijn verstreken en ik bel op de afgesproken tijd het ziekenhuis. Een verpleegkundige ratelt door over een vervolgtraject, maar beantwoordt niet mijn prangende vraag. Ik onderbreek haar en vraag haar naar de uitkomst van het weefselonderzoek. “O, dan zoek ik even uw dossier erbij.” De minuten tikken weg. “Nee hoor mevrouw, uw weefsel is schoon.”

Hier kan ik patiënt zijn

Ik wil naar een ander ziekenhuis. Ik heb drie zonen en twee dochters en mijn jongste dochter woont nog thuis. Allen leven intens met mij mee. Mijn jongste zoon attendeert mij op een aflevering op televisie over het Alexander Monro ziekenhuis in Bilthoven. De keus is snel gemaakt. In dit ziekenhuis mag en kan ik patiënt zijn. Het voelt direct goed en ik weet dat ik in goede en bekwame handen terechtgekomen ben.

Bij nieuwe onderzoeken bij het Alexander Monro ziekenhuis vinden ze toch kankercellen in de poortwachtersklieren onder mijn oksel. Een klap in mijn gezicht. Op 29 december wordt dan eindelijk mijn borst afgezet.

Werken en ziek zijn

Ik ben net een jaar zzp’er en ik heb geen recht op een uitkering. Hoe moet het nu met mijn koophuis?
Mijn gevoel gaat uit en ik schakel over op de overlevingsmodus. Na de operatie ga ik direct solliciteren. Ik word aangenomen voor een tijdelijk klus en begin direct. Tegelijk start ik met mijn chemokuur.
Mijn werk is mijn uitlaatklep en dankzij de buurtapp, een initiatief van mijn buurvrouw, kan ik het werken vol houden. Elke avond krijgen mijn dochter en ik de lekkerste avondmaaltijden voorgeschoteld. Elke keer door iemand anders uit de buurt klaargemaakt.

Dankzij deze hulp houd ik het vol.

Op het werk merkt niemand iets. Het enige dat opvalt, zijn mijn krullen die plaats hebben gemaakt voor steil gestyled haar waar menig collega een compliment over maakt. De eerste twee chemokuren vallen reuze mee. Van de daarop volgende kuren word ik heel beroerd. De hoeveelheid per dosering wordt naar beneden toe bijgesteld. Dat werkt gelukkig, maar betekent wel dat ik drie maanden lang elke week naar het ziekenhuis moet. Uiteindelijk heb ik de betrokken projectleiders op mijn werk verteld over mijn strijd tegen borstkanker. Zij reageerden warm en begripvol. Samen hebben we de projecten rondom mijn chemobehandelingen heen gepland.

Onzekerheid en geen garanties

Het leven met kanker brengt veel onzekerheid mee. Zelfs na alle behandelingen en het verwijderen van beide borsten heb ik geen garantie. Er bestaat een kleine kans dat de kanker binnen 5 a 10 jaar terugkomt.
Ik ben continu aan het relativeren, maar soms is dat heel moeilijk. In februari was ik op de begrafenis van mijn chemo vriendin. Samen zaten wij aan het infuus, maar zij heeft het niet gered. Het was net alsof ik na mijn eigen begrafenis keek.

Half juli 2016 heb ik mijn behandeltraject afgerond en in juni dit jaar heb ik een reconstructie operatie ondergaan aan mijn borsten. Voor mij geen siliconen. Nu alle troep uit mijn lichaam is, wil ik er niets onnatuurlijks voor terug. De angst dat de kanker terugkomt, is iets waarmee ik elke dag opsta, maar die angst zal naar de achtergrond verdwijnen. Ik wil mij nu goed in mijn vel voelen. Ik heb mijn prioriteiten helder en er is in mijn leven geen ruimte meer voor stress. En minstens zo belangrijk, is dat ik niks uitstel. Ik geniet met volle teugen van het nu.


Momenteel is Jane bezig met het realiseren van haar droom, een bloeiend eigen 24 uurs kinderdagverblijf in Den Haag. Voor dit initiatief is Jane beloond door de ING met de titel ‘Ondernemer van de Maand.’

 

Over dit Wereldwijf: Astrid van Walsem - Nederland

Hallo, ik ben Astrid en ben na vijf jaar in Casablanca, Marokko gewoond te hebben met man, twee kinderen, twee honden en een paard in de zomer van 2016 weer teruggekeerd naar Nederlandse bodem. De mooiste verhalen liggen op straat of het nu in Marokko of in Nederland is en ik probeer deze verhalen te vangen in woorden op papier.