Pijnlijke taalbarriere en dat soort ongemakken
Hoe gênant kan een taalkloof uitpakken? Een bestelling in een Franse apotheek wordt het decor van een flauwe lachfilm. Wonen in een ander land brengt soms wat ongemakken met zich mee.
Aambeien
Sinds de bevalling van mijn tweede heb ik heel soms last van aambeien. Zo, het hoge woord is eruit. Voor het eerst kortstondig in mijn kraambed, maar nu is het echt raak. Het is 2012, we wonen nog geen jaar in Frankrijk. Al vijf dagen pijn en het crèmepje is bijna op. De ouderwetse Hollandse reclame met mensen die staand fietsen kan ik opeens beter aanvoelen.
Rijdend door het nabijgelegen dorpje komen we gelukkig langs een apotheek. Op zich kun je die ook niet missen, want elk dorp heeft tientallen groene flikkerende kruizen met de naamgeving ‘PHARMACIE’ hangen. Ja, die Fransen slikken en smeren wat raak, ongelofelijk!
“Oh…ja, Maart, wacht even! Ik moet even wat halen, je weet wel, dat crèmepje.”
Moeizaam stap ik uit onze auto en loop ietwat wijdbeens naar de winkel. Onderweg vraag ik me af, wat het Franse woord voor ‘aambeien’ is. Het schiet me niet te binnen en een flinke rij wachtende klanten doet me meteen rechtsomkeert maken. Ik loop terug naar de auto waar manlief en kinderen braaf staan te wachten.
“Eh, Maarten, kan jij eens opzoeken wat ‘aambeien’ in het Frans is?”
Hij slaat zijn ogen ten hemel, grinnikt en tikt handig het woord in op zijn iPhone. Hij wacht. Hij fronst: “Nee, de internetverbinding hier is slecht. De vertaling komt niet door”. Ik zucht, baal wederom van het slechte bereik in heel Frankrijk, en slof terug naar de zaak met een pijnlijke wespensteek tussen mijn billen. Angst om mij in een Frans gesprek te werpen heb ik al lang niet meer. Ik red me er altijd wel uit. Genoeg vocabulaire om mee te goochelen en menig gesprekje gaat al heel vlot. Dus ik maak mij niet te druk en sluit aan in de rij.
Ongemakkelijk
De zeurende pijn in mijn achterwerk maakt me steeds chagrijniger. Hier met die crème! Ik kan niet wachten tot ik in een warm bad kan zakken, verzachtende crème erop en nadien plat in bed. ‘Alle mannen zouden voor straf een keer een babyhoofd moeten persen langs hun stuitje’, bedenk ik mij tergend. De rij krimpt en ik schuifel naar voren. Minimaal drie luisteraars schat ik in terwijl ik straks mijn vraag moet stellen. ‘Helaas, dat is dan maar zo’, stel ik mezelf gerust. Ik voorzie nog geen ongemakkelijk gesprek. Wat ongemakkelijk is, zit tussen mijn billen en dat is wat bijna wordt opgelost!
“Bonjour madame, est-ce que je peux vous aider?”, vraagt de dame achter de toonbank mij vriendelijk. Dapper stort ik mij in het gesprek: “Bonjour madame, eh…oui, je voudrais quelque chose pour eh…” ‘Tja, hoe ga ik DIT nu eigenlijk zeggen?’ vraag ik mij opeens beduusd af. Ik herhaal mijn zin in de veronderstelling dat er snel een zinsnede binnenvalt die deze bestelling gaat redden. “Je voudrais quelque chose pour eh…” Ik blijf exact weer steken op dat ene woord. Mijn zin zit muurvast. Zonder het woord ‘aambeien’, wordt het toch wel heel lastig. Met handgebaren wordt het vast te plastisch. Mijn gedachten gaan razendsnel, maar zonder succes. M’n stem fluistert zo zacht mogelijk: “J’ai mal dans mon…eh”. Gegeneerd kijk ik haar aan en hoop hiermee een ‘ahaa’ te ontlokken. Maar nee, een stoïcijnse blik is het enige effect. Opnieuw een poging: “J’ai mal dans…mes darmes?” Geen duidelijke reactie. Is darmen in het Frans ‘darmes’ vraag ik me plots af? Een totaal tekort aan woorden speelt mij parten. Snel gooi ik het over een andere boeg: “Quand je vais aux toilettes ca fait mal…, comprends?”
Dit wordt ’t niet
Het lijkt wel of de dame er genoegen in heeft mij nog even te laten lijden. Een soort blik van ‘had je maar beter Frans moeten leren’ al dan niet een blik van ‘ik begrijp je best, maar wil je niet begrijpen’ of misschien toch een blik van ‘ik snap je werkelijk niet, mens’. Ik overweeg nog om te gaan wijzen naar mijn achterwerk, maar dat gaat me toch echt te ver. Mijn handen proberen nog een soort holletje uit te beelden en mijn vinger wijst erin. Een beetje dubbelzinnige beweging dus ik stop daar maar snel mee. Nee, dit wordt ‘t niet. Hoe ik ook goochel of hussel met mijn zinnetjes, ik kom er niet uit. Helaas schiet het woord ‘anus’ niet te binnen. ‘Abces’ eveneens niet. Hakkelend en stotterend blijf ik hangen op ‘mal dans mon…eh’…
Struisvogel
Wanhopig kijk ik naar de andere assistente. Die is nog bezig met een klant. Ze handelt af, doet de kassa open en dicht en helpt de volgende klant. Shit, geen steun uit die hoek, ik moet iets anders verzinnen. Mijn hand zoekt al in mijn tas. Het plastic zakje waarin het rectale tubetje zit, ritselt tussen mijn graaiende vingers. Vooruit, ik leg het pontificaal op de toonbank. Onnozel pakt de assistente het op en probeert door het boterhammenzakje heen te lezen. Duidelijk is de vettige puntdop door het zakje te zien en mijn wangen voelen inmiddels warm. Ik weiger om te inspecteren wie er allemaal meegenieten. Deze struisvogel focust op crème, nieuwe crème voor de o zo pijnlijke zwelling.
Wit brood stopt, toch?
De werkneemster gluurt naar het merk en toetst in haar computer de letters ‘S.P.E.R.T.E.N.’. Natuurlijk tikt ze het verkeerd in! Hoe langer ik afga, hoe leuker uiteraard. “Non, je ne connais pas”, zegt ze laconiek. “Non”, zeg ik, “c’est pas SPERTEN, c’est SPERTI”. “Ah, oui”, ze tikt opnieuw: S.P.E.R.T.I. De computer laadt opnieuw. Geen hits! Ze haalt haar schouders op. Ik snap er niets van. Aambeien lijken onbekend in Frankrijk. Hoe is het mogelijk!? Terwijl ik juist denk dat ik het van het maandenlang eten van wit stokbrood heb gekregen. Wit brood stopt, toch? Haar collega bemerkt onze patstelling: ik die mij geen raad weet om het uit te leggen en haar collega die niet weet of wil weten wat ik bedoel. Ze pakt het plakkerige plastic zakje met gênante substantie over en probeert door het besmeurde omhulsel heen te lezen. “SPERTI”, zegt ze iets te hard voor mijn bestwil. Tikkend voegt ze de ingrediënten in op de Google zoekbalk…. Lang leve Google! Google snapt het, Google spoort op en legt de link met aambeien! Nooit zal ik het meer vergeten: aambeien zijn in het Frans ‘hémorroides’. Als ik iets beter had opgelet tijdens biologie of Latijn, dan had ik geweten dat het ook in het Nederlands ‘hemorroïden’ heten. Maar al deze latente kennis komt te laat. De wachtende mensen achter mij verraden hun leedvermaak. Het brandt in mijn rug en ik voel dat ze hun lachen moeten onderdrukken. Of beeld ik mij dit in? Ik wil het niet weten!
Taalderrière
Eindelijk krijg ik de gewenste verlichting in een tube aangereikt, ik reken af en ga zo snel als het gaat richting onze auto. Iets te snel ga ik zitten en met een pijnlijke steek van onderen spoor ik Maarten kermend aan voort te maken. Deze apotheek zal nog lang kunnen genieten van die Hollandse met een zeer pijnlijke taalderrière, eh barrière.
Meer lezen over Eva’s aanpassingsstuipen na haar emigratie? In haar boek Croissantje Pindakaas zijn ze gebundeld voor je.








