Ben ik een rupsje nooitgenoeg?
Na mijn laatste verhaal over mijn pijnlijke taalderrière, waar ik letterlijk met mijn billen bloot ging, kan ik net zo goed ook even door jullie in mijn hoofd laten kijken. Van kont naar kop, zullen we maar zeggen.
Is het mijn generatie?
Ook in mijn kop is het soms een onrustige bedoeling. Geen pijnlijke aambeien, maar rare hersenspinsels. Zoekend, vergelijkend, altijd maar voldoening willen hebben in wat ik doe, waar ik woon, en in wat ik meemaak. En o ja, het moet vooral niet saai zijn. Generatiegenoten uit de Westerse wereld kunnen zich hierin misschien herkennen? Geen idee hoe Millenials exact in elkaar zitten – die schijnen ook alleen maar te doen wat ze zelf willen – maar ik ben 42 en ben geen haar beter. Altijd op zoek naar nieuwe hoofdstukken, avonturen, projecten, een schone lei, een nieuwe start. Ik ben project-verslaafd, aan verhuizen verslingerd en heb eeuwige huizenkoorts. Zodra de verf net opgedroogd is en de meubels hun definitieve plek hebben gevonden, begint het alweer. Een soort ‘en nu?’ Nadat ik mij volledig heb ondergedompeld in het dorp, de wijk, of het nieuwe land en nadat de nieuw geplante bomen beginnen te bloeien, kan ik eindelijk concluderen: we horen erbij. We zijn geïntegreerd en spreken de taal. We hebben vrienden en kennen onze weg. Maar dan begin ik het paradijsje mentaal alweer af te breken.
Rupsje Nooitgenoeg
Het is geen zoektocht van een tiener, ik ben als veertiger rijp en wijs. En ik ben ook niet zoekende als een twintiger. Op de bar staan, lukt mij echt niet meer. Maar qua inborst is het toch enigszins hetzelfde: alles willen. Want naast die hang naar nieuwe paden en avontuur, wil ik ook veiligheid, stabiliteit en geborgenheid. Best of both worlds. Ik voel mij een verwend hongerig rupsje.
Nooit wonen we ergens langer dan 5 jaar. Ik kan mensen benijden die jarenlang met plezier hetzelfde werk doen en kunnen rekenen op een pensioen of iets wat daarvan over is te zijner tijd. Vrouwen die vertrouwde buren om zich heen hebben en nabije vriendschappen omdat ze op één plek kunnen blijven wonen. Maar nee, ik moet altijd weer iets anders, proeven, proberen, avontuur, verandering van spijs. Dit rupsje eet telkens weer ander fruit.

Een onverzadigbare honger naar verandering
Puur een luxeprobleem, ik geef het grif toe! Want als ik mij zorgen zou maken over veiligheid, eten, geld en onderdak, dan hoorde je mij niet zeuren over dilemma’s als ‘gaan we nu terug emigreren naar Nederland, of toch iets later?’ Of ‘als we teruggaan naar Nederland zullen we dan eerst huren of kopen?’ Terug naar Nederland is heus geen kattenpis, zeker als gezin met pubers en kleiner grut, maar toch, het dilemma komt voort uit een behoefte! Geen vlucht.
Keuzestress
Met mijn hoofd zit ik daar op de pijnlijke punt van de piramide van Maslow waar ik zit te zeuren over ‘zelfontplooiing, en wat wil ik nu nog met mijn leven?’ Maar ondertussen piep ik net zo hard over ‘waar ben ik eigenlijk thuis?’ en voel ik mij toch een beetje ontworteld. Want ondanks mijn honger naar verandering en uitdaging, wil ik wel veiligheid, geen zorgen en geborgenheid. Ik wil mij thuis voelen en vertrouwd wanen. Dus eigenlijk: I WANT IT ALL. Een ander zou gortdroog zeggen: mens, je hebt gewoon een midlife crisis. Maar nee, dat is het ook weer niet. Ik heb geen crisis. Ik heb slechts een luxeprobleem.

Generatiekloof?
De babyboomers kenden deze onrust volgens mij niet. Die waren (of leken) tevreden met het feit dat ze werk hadden en een gezin. Als je de oorlog bent ontsnapt door de romantische timing van je ouders, maar hen daarover nog wel regelmatig hoorde praten, dan ben je vast dankbaar met de rust en geborgenheid van de jaren ’70 tot ’90. En daar kom ik, een nazaat. Een rupsje nooit genoeg. Of zijn wij als wereldwijven verdoemd tot deze onrust? Grensverleggend, aftastend, verkennend en daarom nooit helemaal thuis?
De honger is niet gestild…
Wij waagden als gezin de sprong naar Frankrijk en braken alles wat we hadden opgebouwd in Nederland af. Vaste banen, een huis in Amsterdam, een sociaal leven. Geen dankbaarheid voor al die stabiliteit, maar een zucht naar het ontvluchten daarvan. Wij wilden vrijheid, creativiteit, ruimte en zelfstandigheid. Nu, nog geen zeven jaar later kunnen we zeggen: het is geslaagd. We hebben alles van onderen opgebouwd, onze basis, vrienden, werk en o wat ben ik mijzelf ondertussen tegengekomen. Die zelfontplooiing is zeker gelukt. We runnen twee bedrijven, nee drie, De Wereldwijven natuurlijk ook, en bewonen een prachtige woonboerderij. En toch…

Als godin in Frankrijk?
Het voelde even verzadigd, even waande ik mij als godin in Frankrijk. En toen begon de onrust alweer. Vergelijken, kijken, wikken en wegen. En voilà, ons huis staat toch weer te koop. Onze piramide wordt weer afgebroken. Nieuwe avonturen moeten weer beleefd worden. Alles weer tot ground zero en terug naar een schone lei. Of…
Zijn het misschien gewoon toch mijn Hollandse roots die roepen? Mijn moederland dat fluistert: Eva, kom naar huis. Hier moet je zijn! Mijn liefde voor mijn familieleden en vrienden. Zit ik met mijn lijf en leden toch nog in het midden van de piramide?
Gulzig leven
Dit rupsje eet dus gewoon maar weer door. Misschien is het de gulzigheid van het leven. Alles willen proeven en proberen. Maar de vlinder in mij zegt: vlieg naar huis en pas op je vleugels. Die zijn kwetsbaar. Neem je kinderen mee naar de Hollandse tulpen en polderweilanden. Naar een prachtig avontuur vol nieuwe uitdagingen.








