Cecile volgt deze zomer de Balkanroute, de weg naar Europa voor vele vluchtelingen
Het is inmiddels alweer een aantal weken geleden dat ik een researchtrip maakte voor mijn nieuwe boek. Een boek waarin ik het verhaal wil vertellen van vluchtelingen in Europa. Een boek over mensen die hun thuisland hebben moeten verlaten, op zoek naar een veiliger bestaan. Om dit verhaal zo realistisch mogelijk neer te kunnen zetten, besluit ik de vluchtelingenroute zelf af te leggen.
Mijn reis gaat in Turkije van start. Vervolgens zal ik Griekenland, Macedonië, Servië en Hongarije doorkruisen en eindig ik in Oostenrijk. Voor de Wereldwijven neem ik jullie mee op deze reis.
Verliefde stelletjes in Izmir
Ik begin in Izmir. Een Turkse stad met vier miljoen inwoners. Een stad waar tevens driehonderdduizend vluchtelingen wonen, voornamelijk Syriërs. Hiervandaan riskeren mensen nog dagelijks de gevaarlijke oversteek naar het dichtst bijgelegen Griekse eiland Lesbos, de poort naar Europa. Izmir blijkt één grote verrassing: modern, liberaal, vriendelijk en ‘open minded’. Een bruisende stad, met maar een enkele toerist. Waar families over de boulevard slenteren en verliefde stelletjes elkaar diep in de ogen kijken op een kleedje in het park. Maar Izmir staat ook aan de vooravond van nieuwe verkiezingen. Verkiezingen waarover iedereen die ik spreek zich ernstige zorgen maakt.
En… lekke zwembanden en mensensmokkelaars
Ik duik de wijk Basmane in. De plek waar een aantal jaar geleden, toen de eerste vluchtelingenstroom op gang kwam, een levendige handel ontstond. Mensensmokkelaars behoorden opeens tot het nieuwe straatbeeld en bestaande winkels breidden hun assortiment uit met zwemvesten, campingspullen, jerrycans, sokken, onderbroeken en reistassen. Al op de eerste hoek tref ik een kruidenier aan die tegen zijn voorgevel drie donkergrijze zwembanden heeft hangen. Eentje ervan is lek. Naarmate ik verder loop, neemt het aantal soortgelijke winkeltjes toe.
De business rondom vluchtelingen is nog steeds in volle gang en volgens de kruidenier trekt het zelfs weer aan. Als ik een rommelige werkplaats passeer, zie ik een aantal jongens van nog geen dertien jaar onder toeziend oog van een oudere man een rubberboot repareren. De verhalen over kinderarbeid onder Syrische vluchtelingen blijken te berusten op waarheid. Wie weet is dit de boot waarmee ze op een later moment de oversteek maken?
Het naamloze kerkhof met uitzicht op zee
Vanaf Ayvalik en Dikili, twee badplaatsen net buiten Izmir, zie je Lesbos liggen. Je kunt het eiland bijna aanraken voor je gevoel, maar schijn bedriegt. De gedachte aan het feit dat smokkelaars uit Basmane hiervandaan duizenden gezinnen, alleen reizende mannen, vrouwen en kinderen onder valse voorwendselen de zee opsturen en ze letterlijk de dood injagen, voelt hartverscheurend en verstikkend.
Deze afschuwelijke gedachte wordt nog eens versterkt als ik diezelfde dag The Nameless Graveyard bezoek. Een massagraf, waar verdronken, aangespoelde bootvluchtelingen als nummer eindigen en waar voor velen hoop nooit meer tot leven komt. Een massagraf met uitzicht op zee, ironisch genoeg, en waar een goedhartige Iman de overledenen een laatste dienst bewijst. Het voelt er eenzaam en verlaten. Het is er doodstil. Het aantal nieuwe houten nummerbordjes, dat boven de hoopjes zand uitsteekt, staat symbool voor wat de kruidenier uit Basmane mij eerder vertelde: de business trekt weer aan.
Vluchtelingen zijn mensen
Vanuit Ayvalik neem ik de ferry richting Lesbos, op weg naar het volgende deel van mijn reis. De zee is ruiger en onstuimiger dan het vanaf de kant doet lijken. De kans dat mensen deze overtocht overleven voelt nog onwaarschijnlijker. Ik kom aan in Mytilene, de hoofdstad van Lesbos, waar ik een aantal dagen vrijwilligerswerk ga doen bij Movement On The Ground. Een non-profit organisatie met een geheel eigen visie op hoe je een vluchtelingenkamp menswaardig neerzet. Hun voornaamste gedachte is: vluchtelingen zijn mensen, net als jij en ik. Het klinkt als een mooie gedachte.
Movement on the ground
Ik beland in een andere wereld. Een wereld die zich langzaam voor me ontvouwt, naarmate ik er langer rondloop. Kara Tepe, zoals het vluchtelingenkamp van Movement On The Ground wordt genoemd, oogt rustig, georganiseerd en als een veilige plek. Ze wordt niet voor niets geroemd als voorbeeldkamp en dat lijkt terecht. Ik voeg me tussen de hechte groep vaste vrijwilligers, die precies weten hoe alles reilt en zeilt. In de zinderende hitte probeer ik de taken die ik toebedeeld krijg zo goed mogelijk uit te voeren. Mijn taken voeren me over de aangelegde betonnen terrassen waarop Isoboxes opgesteld staan in rijen. Dit zijn witte containers waar mensen met maximaal zes personen in kunnen verblijven.
Vast in een isobox
Een vader zit doelloos voor zijn voordeur, naast hem staan versleten schoenen op een rij. Zijn kinderen scharrelen keuvelend om hem heen. Op het eerste gezicht lijkt het hier niet eens zo heel verkeerd, totdat ik met de man in gesprek kom. De uitzichtloosheid en de wanhoop, die doorklinken in zijn stem, brengen me al snel af van deze gedachte. Mensen zitten hier vast in hun Isobox en wachten soms al meer dan een jaar op enige vorm van duidelijkheid. Duidelijkheid waarvan de man en ik weten dat die er voorlopig niet komt.
Naarmate ik dichterbij kom, komen de zwemvesten tot leven.
Op een vrij moment rijd ik naar de andere kant van het eiland, op zoek naar een plek genaamd The Lifejacket Graveyard. Ik kom aan op een open veld waar ik in de verte duizenden zwemvesten op een grote berg zie liggen. Flarden plastic bungelen tegen een hekwerk en zwiepen door de wind op en neer. Voor me ligt een verloren kinderschoen. Naarmate ik dichterbij kom, komen de zwemvesten tot leven. Ik denk terug aan het naamloze massagraf aan de andere kant van het water. Op deze plek, tussen Turkije en het vaste land van Europa, is de lijn tussen leven en dood keihard en flinterdun.

De hel op aarde
Dat Kara Tepe een voorbeeldkamp is, wordt nog eens extra bevestigd als ik Moria bezoek. Moria is een oude gevangenis waar zevenduizend vluchtelingen verblijven. Een kamp dat door de Griekse overheid bestierd wordt en ook wel bekend staat als ‘de hel op aarde’. Voor zevenduizend mensen zijn vijftig toiletten beschikbaar en in een Isobox slapen soms wel vier gezinnen. Het is om die reden niet raar dat het er steeds onveiliger wordt en dat gezinnen besluiten het kamp in te ruilen voor een provisorische kampeerplek tussen de olijfboomgaarden net buiten de gevangenismuren.
Even de ellende vergeten
Op mijn laatste avond op Lesbos spreek ik Nikos, een lokale horecaondernemer die samen met zijn vrouw Katherina een restaurant runt. Bij Nikos en Katherina mogen vluchtelingen uit Moria een avond gratis eten, dansen en plezier maken. Een avondje uit, weg van de ellende van het kamp. Nikos vertelt me die avond dat mensen op Lesbos moe zijn. Vluchtelingen, vrijwilligers, taxichauffeurs, de lokale middenstand, de lokale overheid, iedereen is moe van de situatie. Er zit geen beweging in en dus ook geen verandering.
Zijn eiland, waarvan de bewoners ooit genomineerd werden voor de Nobelprijs voor de vrede, is veranderd in een eiland waar uitzichtloosheid, frustratie en machteloosheid de boventoon voeren. Ik vraag aan Nikos of ook hij moe is. Zijn antwoord blijft even uit. Maar dan zegt hij: ‘Al ben ik moe, dan nog zal ik doorgaan met wat ik doe. Mijn vermoeidheid zal nooit opwegen tegen het leed van alle mensen op Lesbos die huis en haard hebben moeten verlaten op zoek naar veiligheid.’ In mijn gedachte heb ik de Nobelprijs al uitgereikt aan deze bijzondere man.
Veerkracht overleeft alles
Lesbos, een mini-afspiegeling van het wereldwijde migratieprobleem. Een probleem dat zich niet zomaar laat vatten en waarover verschillend gedacht wordt. Nikos vertegenwoordigt hierin de veerkracht van de mens. Want ook al is iedereen moe en ook al is de situatie nog zo uitzichtloos, veerkracht overleeft uiteindelijk alles. En zeker ook op Lesbos, als ik Nikos mag geloven.
Deel één van mijn reis zit erop. Vanaf Lesbos vertrek ik naar het vaste land van Griekenland en van daaruit trek ik verder richting de Balkan. Tot de volgende keer!








