Een vis voor een vaccin. In Suriname zorgen moeders voor elkaar

Rosanne Peuscher

Ik zit op het gammele houten trapje van de poli en kijk om me heen. Het is woensdagmiddag en ik ben op politocht langs de verschillende dorpen in Zuid Suriname. Dit is onze laatste stop. De piloot van het vliegtuig zit rustig bij de mannen van het dorp onder het afdakje. Hij kent me en weet dat ik wil blijven tot het werk af is.

Ik ben benieuwd waarover ze praten want de handgebaren van de mannen worden steeds groter en hun stemmen steeds luider. Nog een half uurtje en dan moeten we echt gaan. Volgens de regels van het vliegveld in Paramaribo mogen we niet na zonsondergang landen. Hierdoor zit er altijd een tijdsdruk op onze tocht. De broeder van de poli begint te ijsberen waardoor de hele hut van links naar rechts begint te schudden. ‘Ze komen er vast zo aan’, mompelt hij maar zijn stem verraad zijn twijfel.

Mijn patiëntje woont in het bos

Het dorp waar we zijn heeft amper negentig inwoners. Ze behoren tot de Trio stam. Deze groep inheemsen leefde tot de jaren zestig van de vorige eeuw als nomaden in het Amazone gebied. Na de komst van Nederlandse- en Duitse zendelingen hebben ze zich meer gevestigd in kleine dorpen langs de rivieren. Toch wonen nog veel mensen uit deze stam, zoals ze het zelf zeggen, in het bos. Zo ook mijn patiëntje.  Hij woont met zijn moeder op ongeveer een dag varen.

Twee dagen lopen voor een prikje

Vanachter een hutje komt een jonge vrouw aangelopen. Ik schat haar een jaar of zestien. Ze is bezweet. Zodra ze me ziet zitten begint ze te lachen en zie je de opluchting op haar gezicht. Ze heeft het gehaald. Op haar rug, stevig tegen zijn moeder aangebonden, ligt mijn patiëntje lekker te slapen. We kunnen aan de slag.

Ik kijk om en zie de broeder het flesje vaccin al uit de koelbox halen. Hij prepareert de spuit en wenkt de moeder. Ze praten even kort met elkaar in een taal die ik slecht versta. ‘Ze is erg dankbaar dokter’zegt de broeder. ‘Vanwege de waterstand hebben ze er bijna twee dagen over gedaan.’ De slaap van het jongetje wordt even verstoord door het prikje maar binnen vijf minuten is hij alweer diep in slaap. Hij lijkt weinig te hebben meegekregen van de tocht die zijn moeder heeft afgelegd om hem dit prikje te laten krijgen.

Waarom vaccineren zo belangrijk is

Ik ben ook dankbaar. Dankbaar dat deze jonge moeder de moeite heeft gedaan om hier te komen en haar kind te laten vaccineren. Ik besef dat haar houding in schril contrast staat met die van vele moeders in Nederland die hun kinderen niet laten vaccineren. Dankzij zeer succesvolle vaccinatiecampagnes zijn ziektes als kinkhoest en mazelen voor deze Nederlandse moeders misschien niet zichtbaar meer en brengt dit hen tot het maken van andere keuzes.

Zittend op het trapje, besef ik dat ik speculeer over de afwegingen van deze moeders omdat ik het, als dokter en als moeder, niet begrijp. Hier, diep in het Surinaamse regenwoud, zijn er het afgelopen jaar drie babies overleden aan kinkhoest. Deze kinderen waren nog geen twee maanden oud en daarom nog niet gevaccineerd. Het heeft de gemeenschap hard getroffen en de verwoestende kracht van deze ziekte weereens heel zichtbaar gemaakt. 

Deze vissen zijn voor u dokter..ze zullen uw baby sterk en gezond maken

We moeten weg! Ik probeer op te staan van het gammele trapje maar mijn zwangere buik bemoeilijkt deze actie. De jonge vrouw kijkt lachend naar mijn gestuntel en loopt snel naar een kartonnen doos die onder een hutje staat. Ze pakt er iets uit en komt op me af. In haar uitgestoken handen liggen een paar vissen. Broeder komt vertalen. “Deze vissen zijn voor u dokter,om te eten, voor uw baby. Ze zijn vers, ze hebben ze onderweg gevangen. Deze vissen zullen uw baby sterk en slim maken”. Glimlachend neem ik de vissen van haar aan. Zo helpen we elkaar om onze kinderen gezond te houden. Moeders voor moeders. “Napova” zeg ik tegen deze moeder……. Bedankt.

Reizen in Suriname? Klik hier voor de mooiste bestemmingen! 

Over dit Wereldwijf: Rosanne Peuscher - Suriname

Ik ben Rosanne. In 2013 volgde ik mijn man voor zijn werk naar het tropische Suriname. Nu, bijna 8 jaar later en twee prachtige zonen rijker, wonen we daar nog steeds. Als tropenarts vlieg ik naar de meest afgelegen dorpen van dit prachtige land om de bevolking van gezondheidszorg te kunnen voorzien.