Doen we het goed als opvoeders in den vreemde? Ceciel uit Lima worstelt daar soms mee

door gepubliceerd op 14 augustus 2018Tags: , , , ,

‘Kijk eens naar die twee jongens, zie je hoe netjes zíj staan te wachten?’ De moeder – blond haar in een vrolijke paardenstaart, zweet parelend op haar voorhoofd– staat in de rij naast ons. Het is druk bij de paspoortcontrole op Schiphol, de zomervakanties zijn inmiddels overal in Nederland begonnen.

Haar twee zoontjes, iets jonger dan de mijne, stuiteren opgewonden over hun vakantie door de rijen, van links naar rechts en van voren naar achteren. Vader en moeder schuifelen ondertussen voetje voor voetje voort richting marechaussee, vier trolleys meeslepend plus een kinderwagen met de slapende nummer drie.

Afscheid nemen in de rij

Ik vlieg samen met de jongens terug naar Lima na een heerlijke vakantie in Nederland. Mijn man is ons een week geleden voorgegaan, hij is alweer aan het werk. Mijn kinderen zijn wat timide. Ze hebben net afscheid genomen van hun tante – mijn zus – en haar hond die meetelt als extra familielid. We weten niet wanneer we hen weer zullen zien. Afscheid nemen, het is een vast onderdeel in het leven van onze kinderen. Dat ze zo netjes in de rij stonden, heeft wellicht meer te maken met dat afscheid nemen dan met onze opvoedkundige kwaliteiten. Eerlijk is eerlijk, ik weet niet eens of die opvoedkundige kwaliteiten zo fantastisch zijn.

Drie verschillende landen in zeven jaar

Onze kinderen waren twee en vier jaar toen we Nederland verlieten. Dat is inmiddels zeven jaar geleden en we wonen alweer in land nummer drie. Onze jongste deed zijn laatste luier (zelf) uit in Tanzania en leerde daar fietsen. De oudste begon er zijn lagere school in een woonhuis dat deels dienst deed als kleuterschooltje. Beiden leerden piano spelen in Israël waar ze ook kennismaakten met het concept huiswerk maken. Hier in Lima maakt onze oudste in augustus de overstap naar het middelbaar onderwijs.

Als er iets centraal staat in het leven van onze kinderen, dan is het wel verandering. Verandering en voortdurend afscheid nemen. Na twee, drie, vier jaar je huis, school, vriendjes en sportteam verlaten om ergens anders helemaal opnieuw te beginnen. Niet in een andere stad in Nederland, maar in een andere stad in een ander land. Als ouders is het onze taak onze kinderen daarbij te begeleiden. Doen we dat goed? Ik heb geen idee. Time will tell. Ze doen het goed op school, doen veel aan sport, hebben vriendschappen die stabiel zijn voor de duur van ons verblijf in een land.

Maar als ik ze stil zie huilen in het vliegtuig na een fijne vakantie of voor de zoveelste internationale verhuizing, slaat de twijfel wel eens toe.

Expats zijn weinig open over opvoeden

Sinds ons vertrek uit Nederland hebben we weinig op vrienden en familie in Nederland geleund bij opvoedingsvraagstukken. De afstand tot Nederland is te groot vermoed ik. Zowel letterlijk als figuurlijk. Had ik verwacht steun te vinden bij het opvoeden bij mede-expat vrienden in den vreemde? Misschien wel. Onder de expats die onze vrienden zijn geworden, blijkt er vaak weinig openheid te zijn over opvoeden. Leuke mensen zijn het stuk voor stuk. Interessant, grappig, serieus, ondernemend, soms inspirerend.

Maar kwetsbare gesprekken over de kinderen blijven uit of stokken al snel. Culturele verschillen spelen een rol. De helikopterende Amerikaanse moeder begrijp ik niet. De ambitieuze Indiase ook niet. Maar ook is er altijd die angst voor geroddel. In de vaak kleine expat-gemeenschappen liggen gefluister en wijzende vingers altijd op de loer. Slechts de succesverhalen worden uitgewisseld. De goede rapporten, de fan-tas-tisch uitgevoerde projecten, de talenten op het sportveld.

MEER LEZEN OVER OPVOEDEN IN HET BUITENLAND? KIJK DAN HIER

Opgroeien in een elitaire samenleving

Hier in Lima gaan onze kinderen naar de Amerikaanse school. Het merendeel van de leerlingen is Peruaans en bijzonder bevoorrecht. Hun ouders schatrijk. Een lang weekend skiën in Zwitserland? Waarom niet? Een weekje cruisen in de Cariben? Shoppen in Miami? Ik weet nog goed toen een vriendje van onze jongste voor het eerst bij ons kwam spelen. Hij deed zijn schoenen uit bij de voordeur, keek keurend rond en vroeg: ‘Hoeveel huizen hebben jullie? Wij hebben er vier. Een appartement hier, een huis in Asia (een plaats aan zee in Peru) en een appartement in Miami en eentje in New York.’

Dit soort bezittingen zijn normaal voor elitair Lima. In de weekends gaan mensen naar hun buitenhuizen. Een gevolg daarvan is dat speelafspraakjes in het weekend zeldzaam zijn. Hoogstens met andere expat kinderen. Met Peruaanse kinderen lukt dat niet. Tenzij je als gezin wordt uitgenodigd het weekend bij hen door te brengen in één van de buitenhuizen. Ons is dat voorrecht nog nooit ten deel gevallen. Of ik dat erg vind? Nee. Niet echt.

Huispersoneel is de normaalste zaak van de wereld

Iets waar ik me echt zorgen over maak, is de rol die onze kinderen spelen in het huishouden. Die is (te) beperkt. Het heeft totaal geen zin daarop te reflecteren met andere moeders hier in Lima. Iedereen heeft meerdere mensen in dienst die alles in het huishouden doen. Een meisje voor de ochtend en de middag, een meisje voor de late middag en avond. Ze verzorgen ontbijt, lunch en diner, dekken de tafel en ruimen die af, ze koken en doen de afwas. Families hebben een of twee chauffeurs. Sommige kinderen hebben zelfs hun eigen chauffeur (met auto) die de hele lesdag voor de school op ze wacht.

Vergeet een kind zijn huiswerk of sportkleding? De chauffeur of nanny wordt zonder schaamte gebeld met de dure smartphone en wat het ook is dat thuis werd vergeten, een uur later wordt het op school afgeleverd. Dat laatste doe ik natuurlijk niet. En onze kinderen doen wel iets in huis, maar in vergelijking tot kinderen in Nederland is het weinig. Hun kamer opruimen, in het weekend de tafel dekken en afruimen, koffie zetten, samen pannenkoeken bakken. Daar blijft het wel bij en daar worstel ik mee. Hoe verander je dat? Onze oudste is drie keer per week niet voor half zeven thuis. En dan wacht er nog huiswerk.

Doen we het goed als opvoeders in den vreemde? Ik weet het niet.

Ik vertrouw maar op ons instinct. Wel denk ik dat het goed is dat onze kinderen straks hun middelbare school in Nederland afronden. Zodat ze onafhankelijker en zelfstandiger moeten worden in de Nederlandse context. Ik ben erg benieuwd hoe die omschakeling over een paar jaar zal zijn.

Over dit Wereldwijf: Ceciel Huls - Peru

Ola! Mijn naam is Ceciel en ik woon met mijn man Arjen en onze zoontjes Thomas en Benjamin in Lima, Peru. Dit is ons derde land op rij, hiervoor woonden we in Tanzania en in Israël. Ik schrijf over ons avontuurlijke leven met al z’n ups en downs in2Peru en dat zal ik eveneens doen voor De Wereldwijven.