Wereldwijd opvoeden in Sierra Leone: doe ik het goed?

‘Wat zullen je kinderen een ervaring opdoen!’, dit was een van de meest gehoorde reacties op ons aanstaande vertrek naar Sierra Leone. En inderdaad, ze doen zoveel ervaringen op, waarvan de meeste ook nog eens heel waardevol. Want natuurlijk zien, horen, en ruiken ze dat niet iedereen het zo goed heeft als wij.

Nogal armoedig

Het eerste wat Gijs (5) bijvoorbeeld zei toen we bij aankomst van het vliegveld naar het hotel reden was: ‘Alles is hier oud.’ En dat was precies hoe je Freetown op dat moment, aan het einde van het regenseizoen waardoor alles er nogal armoedig uitzag, het beste kan beschrijven. Ook zagen ze hoe kinderen van hun eigen leeftijd in de steengroeves langs de weg aan het werk zijn, of hoe mensen zich in de goot, waar een waterleiding lek is, wassen.

Kleurenblind

Door alle verschillende nationaliteiten van hun klasgenootjes, zijn ze kleurenblind als het om huidskleur gaat (hierover later meer), en leren ze allerlei leuke dingen van andere culturen. Gijs probeert dingen op z’n hoofd te dragen, hij weet zelfs dat je een lapje stop tot een cirkeltje rolt en dit onder het te dragen ding op je hoofd legt! En Mimosa draagt haar poppen op haar rug, in plaats van het poppenwagentje voort te duwen. Want leren doe je als kind door te imiteren. En het is daar waar de schoen soms wringt.

‘Gewoon’

Net als ons leventje in Nederland gewoon voor ze was, is ons leven hier nu ook gewoon. Ze zijn nog te jong om echt te beseffen hoe goed zij het hebben. Wonen in een hut is in hun ogen niet minder, op z’n hoogst anders, en vooral een avontuur. Het is normaal voor ze dat Ayo, de schoonmaakster, elke dag komt om alles in huis op te ruimen en schoon te maken.

Het de gewoonste zaak van de wereld dat Adema, de nanny, ’s ochtends helpt met het ontbijt en aankleden en dan ook nog eens nooit boos op je wordt als je iets stouts doet. En ze zijn eraan gewend dat Alahaji of Lamin, onze guards, de poort voor ons open maken wanneer we weg gaan, en dat Mohammed, de guard van de school hetzelfde doet wanneer ze daar worden afgezet.

‘Mister Gijs’

Maar het is natuurlijk helemaal niet normaal. Nog absurder is dat volwassen mannen, zoals Mohammed, Gijs aanspreken met ‘Mister Gijs’. En hij is niet de enige, de voorbeelden zijn eindeloos, ik ben voor iedereen M’am, en Bob wordt standaard ‘Master Bob’ genoemd. Natuurlijk maken we meteen duidelijk dat we liever gewoon Bob en Patricia genoemd worden, en dat onze kinderen gewoon kleine kinderen zijn die iedereen, en zeker mensen die ouder zijn dan zij, met respect horen te behandelen. Maar hoe maak je aan je kinderen duidelijk dat dit allemaal niet normaal is?

Een deel van ons

Met onze voeten in de Hollandse klei kunnen we niet anders, dan onze kinderen meegeven en leren dat ze zelf hun troep moeten opruimen, klusjes in en om het huis moeten doen (allemaal aangepast aan de leeftijd, hè lezers). Dat iedereen gelijk is en dat een ander net zo goed als jij recht hebt op een fijn leven. In de praktijk gaat dit veel makkelijker op die Hollandse klei, dan op de West Afrikaanse rode aarde, want het valt niet te ontkennen dat dit voor een deel komt door onze witte huidjes; en voor een deel door onze relatieve rijkdom, vooral die witheid die kan je niet zomaar verbergen.

Natuurlijk zou ik kunnen zeggen: we nemen geen huishoudster en nanny (de guards zijn door mijn werkgever verplicht), maar dat zou betekenen dat Ayo en Adema geen inkomsten hebben, inkomsten waar ze nu hun kinderen van naar school kunnen sturen. En bovendien, al deze mensen zijn een deel van ons leven hier. Ze horen op een bepaalde manier bij ons gezin.

Privileges

Bovendien reikt dit privilege verder dan de voordeur of de school.  Wanneer ik bijvoorbeeld de bank binnenloop is er gegarandeerd iemand die mij naar het begin van de rij bonjourt, zodat ik niet te lang hoef te wachten. Ik schaam me dood, want ik wil dat privilege helemaal niet. En wanneer we een kinderfeestje hebben van een klasgenootje, met name van de rijke Sierra Leoonse kinderen, is het net of je MTv’s ‘My super sweet sixteen’ binnen stapt. Springkussens, popcorn machines, een DJ, suikerspinnen, een clown, en een lopend buffet voor alle ouders. Je kunt het zo gek niet bedenken. Wetende dat ze alles wat ze zien en meemaken als sponsjes opzuigen, ben ik soms bang dat mijn kinderen dit soort privileges als de norm gaan beschouwen. Ik wil absoluut niet dat hun verwachtingspatroon op deze manier wordt gevormd.

‘Sense of entitlement’

Dat dit privilege voor mij ongemakkelijk voelt, komt omdat ik het niet ken. Ik heb het niet ‘van huis uit meegekregen’ daar in de Hollandse klei. Maar voor Gijs en Mimosa is het nu, ongevraagd, dagelijks onderdeel van hun leven. En zonder dat Nederlandse referentiekader merk ik dat het best een dingetje is: ervoor te zorgen dat onze kinderen niet een bepaald soort ‘sense of entitlement’ ontwikkelen. Want dat is natuurlijk het tegenovergestelde van wat iedereen bedoelde me ‘zoveel ervaringen opdoen’. 

MEER LEZEN OVER OPVOEDEN IN HET BUITENLAND? KIJK DAN HIER

Over dit Wereldwijf: Patricia Titulaer - Nederland

Kushe (Hallo)! Ik ben Patricia en heb de afgelopen jaren met man Bob, zoon Gijs (4) en dochter Mimosa (3) in Sierra Leone gewoond. We zijn in de lente van 2020 terug verhuisd naar Nederland, waar ik mijn werk als verloskundig adviseur voortzet. Graag neem ik je mee in moeder- en kindzorg in verschillende landen wereldwijd. Ook zal ik je een kijkje geven in de ups- en downs van repatriatie naar Nederland met jonge kinderen