Het is een jaar na #MeToo. Hoe denk ik er nu eigenlijk over?

door gepubliceerd op 30 september 2018Tags: , , ,

Onlangs kreeg ik de vraag: Wat heeft #MeToo met jou gedaan en hoe denk je er nu over? Tja, heb je even? Mijn gedachten over dit onderwerp vliegen alle kanten op. Van ‘Wat goed dat het bespreekbaar is gemaakt’ tot ‘Het gaat niet over dat waar het eigenlijk over zou moeten gaan.’

Onbewuste vastgeroeste denkpatronen

Waar ik denk dat de discussie over zou moeten gaan – om #metoo ervaringen in de toekomst zoveel mogelijk te vermijden – is over al die onbewuste patronen in ons denken over mannen en vrouwen. En hoe we mede daarmee de machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen in stand houden. Je kent dit raadsel vast wel: Een vader en zoon reizen samen in de auto. Ze krijgen een ongeluk, waarbij de vader overlijdt en de zoon zwaargewond raakt. De zoon wordt met spoed naar de Eerste Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht en de operatiekamer ingereden. De chirurg aldaar buigt zich over het slachtoffer en zegt: ‘Maar hem kan ik niet opereren, dit is mijn zoon.’ Rara hoe kan dat? Ik moest echt nadenken toen ik dit raadsel voor het eerst hoorde, het duurde even voordat ik me realiseerde dat de chirurg de moeder van de jongen was. Een vrouw.

Ik baal ervan

Hoe kan dat nou toch? Dat ik bij beroepen als chirurg, rechter en onderzoeker vaak eerst aan een man denk en regelmatig nog verrast word als uit een verhaal blijkt dat het een vrouw is? Ik báál daarvan. En ik wil het niet. Het confronteert me met mijn eigen vooroordelen en stereotyperende gedachten over mannen en vrouwen. Die ik niet wil hebben, maar desondanks gewoon heb.

De man als norm, de vrouw als uitzondering

En toen las ik begin augustus het artikel Ook het knuffelkonijn van je kind is waarschijnlijk een mannetje en werd me veel duidelijk. Dit was de eerste keer dat ik over het woord Androcentrisme hoorde en me realiseerde dat dat is wat er gebeurt. De man wordt als standaard, als default gezien, wat maakt dat de vrouw de uitzondering wordt. Daardoor hebben we krantenkoppen als: ‘Vrouw krijgt leiding over beurs New York’ en is een kop als ‘Man krijgt leiding over beurs New York’ ondenkbaar.

Het machtsverschil houdt zichzelf in stand

Omdat mannen meestal eerder worden genoemd dan vrouwen (‘dames en heren’ blijkt de uitzondering), mannen vier keer vaker dan vrouwen in de media verschijnen, het woord ‘hij’ in teksten vaak ‘zowel hij als zij’ betekent en mannen meestal links van vrouwen worden afgebeeld (in landen waar men van links naar rechts schrijft) is de man simpelweg veel zichtbaarder en zit hij gewoon vooraan in ons hoofd. Het machtsverschil dat er al is, houdt zichzelf op deze manier in stand. Dat ik moest nadenken over het raadsel bovenaan in dit stuk, is dan ook niet zo verwonderlijk.

U spreekt met Veelders

In mijn puberteit, de jaren 80 van de vorige eeuw, was ik me al bewust van de verschillen tussen mannen en vrouwen en heb ik als experiment een tijd de telefoon opgenomen met “Met Veelders”. Het irriteerde me dat dat bij mannen heel gewoon was en dat vrouwen er hun voornaam bij zeiden of “mevrouw”. Wat ik toen nog niet bewust wist, is dat het aanspreken van iemand met alleen de achternaam de status van die persoon verhoogt. Dat doen we bij mannen wel, bij vrouwen niet. We hebben het over Obama en Einstein, maar niet over Albright en Curie: dan is het Madeleine Albright en Marie Curie.

Het onbewuste bewust maken

Hoe kan ik nu, als vrouw en als moeder van drie zonen, bijdragen aan de emancipatie van vrouwen? Aan het bereiken van gelijkheid tussen mannen en vrouwen? Stoppen met baren, zoals Tamara Stelling in De Correspondent voorstelt, is voor mij persoonlijk te laat en het zou ook niet mijn oplossing zijn geweest. Haar artikel heeft me wel ontzettend aan het denken gezet. Zolang we het krijgen, hebben en opvoeden van kinderen niet gelijk laten dragen door zowel mannen als vrouwen, door de gemeenschap als geheel, is het de vraag of totale gelijkheid wel haalbaar is. Maar dat voor een volgende keer. Wat kan ik nu, op dit moment, al doen?

Wie doet er mee?

Net als in mijn puberteit, ga ik eens experimenteren. Schrijf ik “geachte mevrouw, meneer” in plaats van andersom. Vraag ik mijn mannelijke collega’s net zoveel (of net zo weinig) over hun kinderen als mijn vrouwelijke. Ga ik letten op het gebruik van ‘zij en hij’ en ‘haar en zijn’ in de stukken die ik schrijf, zowel privé als in mijn werk. Blijf ik mijn zonen wijzen op de verschillen in films (waar mannen in lange kleding door de jungle struinen en de vrouw in niets verhullend hemdje en korte broek). Misschien dat we het onbewuste zo meer bewust kunnen maken en daarmee een positieve verandering in gang kunnen zetten.

Doe je mee?

Over dit Wereldwijf: Dorine Veelders - Nederland

Hoi! Ik ben Dorine en na 7,5 jaar in Polen en India te hebben gewoond is mijn thuis nu Rotterdam. Als loopbaancoach en HR-adviseur ben ik altijd bezig op het snijvlak van loopbaan & leven, waarbij het thema "werkgeluk" voor mij centraal staat. Voor De Wereldwijven schrijf ik niet alleen over vrouwen die keuzes maken die inspireren en voor verandering zorgen, maar ook over zaken als culturele verschillen & emancipatie. Als het maar zorgt voor een nieuwe blik, inspiratie, verdieping of verrassing.