Een gedichtje ‘Lippen’
Geen lippen om teder te kussen.
Geen lippen ook om zacht strelen.
Haar schreeuwende pijn
voor altijd ingesnoerd.
Geen lippen om zacht te zuigen.
Geen lippen ook om lief te hebben.
Bruut weggerukt
en zij voor altijd gebrandmerkt.
Geen lippen om zoete woordjes te prevelen.
Geen lippen ook om te proeven.
Een meisje gestorven,
een vrouw genaaid.
Geen lippen om steels aan te raken.
Geen lippen ook om vurig te likken.
Littekenweefsel puilt
op een piepklein gaatje na.
Ze huilt zonder tranen.
Ze lacht zonder vreugde.
Ze praat zonder hoop.
Als ze nog eenmaal mocht voelen,
nog eenmaal vrouw mocht zijn.
Ze kan niet meer.
Het water stond tot aan haar lippen.









