Krijg nou de, uhh, …tyfus?!

Assia Hiemstra

Stevig sla ik m’n armen om mijn middel om de pijnscheuten, veroorzaakt door een onverwacht lachsalvo, enigszins in bedwang te houden. ‘Wat zeg je? Nee joh’, spreek ik de arts toe, die het zichzelf wel heel comfortabel heeft gemaakt in de oude Chesterfield.

Ik doe niet snel een beroep op de huisarts. In de afgelopen zevenentwintig jaar precies twee keer. Spiraaltje erin, spiraaltje eruit. Nu is echter duidelijk dat het lichaam even wat hulp nodig heeft. Ik moet daarbij denken aan de woorden die een Zuid Afrikaanse arts ooit tegen mij sprak: You’re in Africa now. Naast gevaarlijke grote beesten hebben we ook heel veel gevaarlijke kleine beestjes.

Uitgewrongen vaatdoek

Het begon met wat ik dacht een fikse voedselvergiftiging. Je kent het wel, zittend op het toilet met een teiltje op schoot. De details laten weinig aan de verbeelding over. Niet de eerste en ook zeker niet de laatste keer dat dit mij overkomt. Uitzieken dus en het lijf het werk laten doen.

Helaas gaat dat vliegertje dit maal niet op. Als een uitgewrongen oude vaatdoek leg ik ieder kwartier de weg van het bed naar het toilet en terug, strompelend af. Om uiteindelijk ook afstand te doen van dat ene druppeltje gal. Als ook de pijn verergert en zich verspreidt naar de lever, vraag ik Jimmy op dag acht een huisarts te bellen.

Bijklussen

Dat blijkt geen hele makkelijke opgave maar uiteindelijk weet hij via via, iemand te vinden. De alleraardigste man blijkt epidemioloog te zijn en wat bij te klussen als huisarts. In Zimbabwe kijk je nergens meer van op dus ik vind het allemaal prima zolang hij maar het juiste kuurtje voorschrijft.

Onderuit gezakt en alsof hij na jaren weer eens bijkletst met een goede vriend, weet hij na enkele vragen met gemak de diagnose te stellen. ‘Je hebt tyfus’, zegt hij. Met een onbegrepen blik kijkt hij mij aan terwijl ik in de lach schiet en besluit de diagnose nogmaals te herhalen. ‘Tyfus, je hebt tyfus.’ Ik leg hem uit dat, net als velen met mij, ik de tyfus voornamelijk als scheldwoord ken en eigenlijk geen idee heb wat de ziekte precies inhoudt. 

Gezondheid
Foto’s: Assia Hiemstra

Vitamine zon

Het daaropvolgende half uur word ik geheel op de hoogte gebracht van de meest vreselijke ziekten die rondwaren in zuidelijk Afrika. Met het sterke gevoel dat het relaas nog wel een uurtje kan aanhouden besluit ik hem te onderbreken. ‘Oké, tyfus. En wat gaan we er aan doen?’

Hij vraagt mij om pen en papier en krabbelt een recept. Van het uiteraard onleesbare lijstje kan ik nog net vitamine D ontcijferen. Vitamine D in een land waar altijd de zon schijnt? De epidemioloog legt uit dat je met een witte huid amper in de volle zon komt omdat je gewoonweg meteen verbrand.

Verdomd, zo had ik het nog nooit bekeken, hij heeft gelijk. Als ik de zon in ga dan is het met hoed en lange mouwen ter bescherming. Gek dat ik daar niet eerder bij stil heb gestaan. 

Volgende patiënt

Jimmy komt even later thuis met een tasje van de apotheek. Het etiket van de pijnstiller is onleesbaar en ook de strip geeft geen enkele duidelijkheid over de werkzame stof. Mijn brein verkeert inmiddels in een staat dat het me allemaal niet meer uitmaakt en in de dagen die volgen, bevind ik mij zwevend ergens tussen het Noorderlicht. Sterk spulletje dus.

De antibiotica slaat goed aan en het is tijd om de werkzaamheden weer op te pakken. Er kan een streep door de tyfus. En dat is maar goed ook want niet veel later is Jimmy aan de beurt.

De thermometer schiet boven de 40C en geeft zelfs op een bepaald moment alleen nog ‘hi’ aan. Chinhoyi is flink in de greep van de Deltavariant maar Jimmy houdt het liever op wat je niet weet, is er niet. Het is de angst om in quarantaine opgenomen te worden in het ziekenhuis waar je ergens in een uithoek, volledig geïsoleerd van alles en iedereen ligt te verpieteren.

Vrolijk wordt je sowieso niet van de ziekenhuizen hier en als je dan ook nog als melaats behandeld wordt, veranderd deze plek voor velen in een eindstation. In samenspraak met z’n neef, die arts is 40 km verderop, overtuig ik Jimmy dat hij hoe dan ook thuis blijft maar dat er nu echt naar hem gekeken moet worden.

Race naar zuurstof

De ziekenhuisarts die jawel, bijklust als huisarts, komt goed beslagen ten ijs. Zelfs de monitor wordt van stal gehaald en terwijl wij naar het piepende scherm staren, vraag ik hem ter bevestiging of dat cijfer echt de saturatie is, en ik niet per ongeluk naar de onderdruk kijk. ‘Ja, saturatie’, bevestigt hij.

Ik kijk hem aan en omdat hij niks zegt, zeg ik het maar. ‘Jimmy, moet nu aan de zuurstof!’ Ik vraag de arts of hij zuurstof bij zich heeft. Ongemakkelijk stamelt hij dat hij alleen lege flessen heeft. Nou hup, vullen dan. Nog ongemakkelijker mompelt hij dat er geen zuurstof is. Uit het ziekenhuis dan? Wederom volgt een negatief antwoord.

Sterker nog, in heel Zimbabwe is geen zuurstof te krijgen. Maar, ik kan de neef proberen die veel in het ziekenhuis in de hoofdstad werkt. Ik begrijp nu waarom hij z’n mond hield, terwijl hij wist dat het zuurstofgehalte veel te laag is. Wat je niet weet, is er niet

Positief

De covid test is inmiddels positief uitgeslagen. Wat de arts wel kan doen, is corticosteroïden voorschrijven. Dit blijkt niet veel later een wondermiddel wat van stel op sprong de koorts wegneemt. Jimmy voelt zich veel beter al kan ik zijn fluisterde woorden amper verstaan. M’n sterke man ligt er veel te zielig bij.

De net aangekochte meter bevestigt mijn vermoeden en geeft een gevaarlijk dalende saturatie aan. Die neef nog maar een keer bellen dan. Nee, niks gevonden. Ik bel een goede vriend in Nederland om even tegenaan te lullen. Al is de sfeer zoals altijd prima en relaxed, van binnen zit ik ‘m behoorlijk te knijpen. De vriend stelt voor de ambassade in te schakelen. Hij regelt het, in de wetenschap dat ik daar geen hoge pet van op heb. 

Ik moet inderdaad m’n woorden terug nemen want in de vroege ochtend wordt ik gebeld door een vriendelijke ambassade dame. Zij heeft zuurstof gevonden en ook nog eens heel dicht bij huis. Fantastisch!

Eindelijk lucht

Dan blijkt de zuurstof-dame geen flessen te hebben en is de arts met de lege flessen onbereikbaar. Ergens in de middag arriveert hij met twee volle vooroorlogse, roestige cilinders. Als een vriend bij een autogarage ook de juiste sleutel heeft bemachtigd om het opzetstuk te monteren, krijgt Jimmy eindelijk weer lucht en kan ook ik opgelucht ademhalen.

Twee dagen later belt de arts. Niet om te vragen hoe het gaat maar om te vragen of hij de zuurstof kan ophalen. De andere fles heeft hij al gebruikt. Nee, zeg ik resoluut in egoïsme. Jimmy heeft het nodig. En dat was absoluut waar.

Maar we leven in Zimbabwe en daar deel je het kleine beetje wat beschikbaar is. Dat wil zeggen, Jimmy doet dat. De volgende dag laat hij me duidelijk weten: ‘Ik red het nu wel, geef de rest aan iemand die het harder nodig heeft.’

Bij het inladen is de arts zwijgzaam. Het zit hem helemaal niet lekker. Het vreet aan hem dat de meesten helemaal geen 45 dollar hebben voor medicijnen, niet aan zuurstof kunnen komen en, zelfs als het er was, het niet kunnen betalen. Hij is degene die dagelijks moet zwijgen tegenover zijn patiënten. Want, wat ze niet weten, is er niet.

Over dit Wereldwijf: Assia Hiemstra - Zimbabwe

Hi, mijn naam is Assia en wat een sabbatical naar Zuid-Afrika had moeten zijn, werd een thuis in Zimbabwe. Samen met m’n man Jimmy runnen wij de projecten van stichting Phundundu in het noorden van dit prachtige land om de immense stroperij tegen te gaan. Wildlife bescherming met lokale ontwikkeling als sleutel. Daarnaast bestieren we Zebras Dazzle B&B waarvan de inkomsten ten goede komen aan de projecten. De schoonheid van Zimbabwe verhult de donkere zijde. Beide breng ik graag onder de aandacht.