Waarom Boeddhisten niet van labels houden. Over persoonlijke ontwikkeling, zelfliefde en identiteit.

Femke Struiksma

“Dus je bent Boeddhist?”, vraagt Jan, terwijl hij een slok koffie neemt. Het is zaterdagochtend. De kinderen krijgen Nederlandse les. Ik zit met een groep ouders bij Louisa Coffee, in een trendy wijk in het centrum van Taipei. 

De vraag overvalt me. Ik ben even stil. “Stel ik een rare vraag?”, zegt hij. “Boeddhisten houden niet zo van labels.”, antwoord ik lachend. Hij kijkt me vragend aan. Wat heeft een Westerse vrouw met een bruisend gezinsleven en een gezonde dosis ambitie, in die wereld te zoeken? 

Zoektocht naar identiteit en zelfliefde

Met de secularisatie van de samenleving is onze diep menselijke behoefte naar geestelijke ontwikkeling alleen maar toegenomen. Mensen hunkeren naar zingeving en duiding, zeker in deze tijd. In het Westen heeft geestelijke ontwikkeling plaats gemaakt voor persoonlijke ontwikkeling, leiderschapstrainingen, New Age Spirituality en commerciële zelfhulp.

Het ‘zelf’ is kennelijk niet authentiek genoeg en moet continu gezocht, gedefiniëerd en verbeterd worden. Wie ben je? Wat wil je? Waar word jij nou ècht gelukkig van? Of je nu een academische of een meer intuïtive aanpak kiest, de bijbehorende oplossingen zijn doorgaans puur gericht op jezelf en worden aangeboden als losse puzzelstukjes die de beoefenaar vanuit allerlei bronnen zelf bij elkaar moet zien te sprokkelen.

Hij of zij weet niet of en hoe die stukjes op enig moment in elkaar passen. Dat kan ook niet: zonder overkoepelende doctrine kan men niet overzien welke puzzel hij of zij aan het leggen is. Zo zweven we van cursus naar cursus, terwijl we onszelf ondertussen voortdurend afvragen of we als mens ooit genoeg zullen zijn. 

Hoe kun je haten of houden, van iets wat niet bestaat?

Boeddha vond het hele idee van een authentiek zelf of identiteit onzin. Hij zag het als een set overtuigingen over wie jij – op dat moment – denkt te zijn. Hij had om die reden ook niets op met zelfliefde of zelfhaat. Want hoe kun je haten of houden, van iets wat alleen in jouw hoofd bestaat? Dat had hij overigens niet zelf bedacht, maar zit diep verankerd in klassieke Oosterse denksystemen. Volgens dat perspectief heeft alles een oorzaak en een context. Bovendien is alles vergankelijk. Alles, dus ook jouw zelfbeeld. Als je dat vastzet, gaat het vroeg of laat tegen je werken.

Misschien denk je wel ‘ik ben gewoon geen sporter’. Is dat wie jij bent, of is dat zo gegroeid omdat je door de jaren heen een paar negatieve ervaringen met sporten hebt gehad, inmiddels wat overgewicht hebt en je vrienden ook niet sporten? Kun je, bijvoorbeeld met hulp van een trainer, leren om wèl een meer actief leven te leiden? Zodra jij jezelf het label ‘niet sportief’ opplakt, wordt het onderdeel van je identiteit. Op dat moment zet je het vast en sluit je voor jezelf de mogelijkheid af om een ander pad te kiezen, als dat ooit nodig of wenselijk is.

De kunst om identiteit-labels los te laten

Het is een simpel voorbeeld, maar de maatschappelijke implicaties van Westerse identiteitsverheerlijking reiken heel ver. Zo hebben tientallen miljoenen Amerikanen zich vastgebeten in hun identiteit als Republikein. De Republikeinse Partij waar zij mee zijn opgegroeid is al lang niet meer de partij die op 6 januari 2021 een bestorming van het Capitol orkestreerde. Ze zien dagelijks met lede ogen aan dat hun partijgenoten alles doen wat God en Constitutie verbieden, maar ze kunnen het ook niet loslaten. Als je van je geloof valt, wat blijft er dan nog van je over? 

Dus moeten we dan maar stoppen met persoonlijke ontwikkeling? Ja en nee. Boeddha vond dat de focus niet gericht moest zijn op zelfbeeld en identiteit, maar op het ontwikkelen van intellectuele en emotionele vaardigheden binnen een raamwerk van ethische richtlijnen. Wat is onder deze omstandigheden het meest dienstbaar aan het welzijn van mens, milieu en maatschappij? Zo verleg je de aandacht van binnenuit naar buiten. Het ethisch kader geeft richting en ruimte om te blijven ontwikkelen, terwijl je onderweg vanuit rust en compassie kunt inspelen op de complexiteit van het bestaan.   

Jan kijkt me nog steeds aan. Ik zeg: “Wat kan je als mens bereiken, als je alle labels die je gebruikt om jezelf te definiëren loslaat? Zodat je toegang hebt tot je volledige potentieel als mens?”

Hij laat het even bezinken. “En om dat te bereiken moet je jezelf dus het etiket ‘Boeddhist’ opplakken.”, zegt hij. Hij snapt het probleem. “Gelukkig hoef je geen Boeddhist te worden om Boeddhist te zijn.”, zeg ik grijnzend. “Denk daar maar eens over na.” 

Over dit Wereldwijf: Femke Struiksma - Taiwan

Femke Struiksma (41) is schrijfster, boeddhist en yogadocent. In november 2020 verhuisde van Houston (USA) naar Taipei (Taiwan). Voor De Wereldwijven schrijft ze elke maand een boeddhistische reflectie op het maandthema.