Wijze (theoretische) lessen over de Franse taal in de praktijk

Hanneke van Oijen

Veel Nederlanders worstelen met de Franse taal. Overigens, niet alleen Nederlanders, maar ook Duitsers, Engelsen en Amerikanen. Al die buitenlanders klunzen heel wat af met dat Frans, tot grote ergernis van, jawel de Fransen! Die vinden dat niet fijn want in in hun taal hoort niet aangemodderd te worden. Dat ze zelf geen andere talen spreken, behalve de enkele poging tot een soort van Engels waar de bekende serie Allo Allo prat op zou gaan, vergeten ze even.

Maar bien, waar de Fransen niet tot nauwelijks een andere vreemde taal spreken, doen de Britten ook weinig moeite een andere taal dan het Engels te leren. Want, ach de hele wereld spreekt immers Engels? Of zijn er misschien toch een aantal handige tips te geven aan de beginner, toerist of misschien toekomstige immigrant die zich de Franse taal eigen wil maken?

Volgevreten boekenwurm

De enige reden dat ik dit stukje durf te schrijven is omdat ik last heb van enige hoogmoed. Jawel, ik heb een talenknobbel. Dat compenseert overigens mijn wiskunde-deuk, maar ik heb wèl mijn VWO gehaald met vier talen in het pakket, waaronder Frans. Ik heb duizenden pagina’s oeverloos saaie Franse literatuur gelezen. Of beter, ik heb me door de boeken van Camus, Gide, Sartre, Zola en Hugo heen geworsteld. Vreselijk. Begrijp me niet verkeerd, ik ben gek op lezen, maar vond het destijds mijn eer te na om mijn toevlucht tot het uittrekselboek te nemen. Het resultaat is dat ik voor eeuwig klaar ben met wat we ‘De Literatuur’ noemen, met uitzondering van (een deel van) de Engelse literatuur.

In 2005 was ik een mens met emigratieplannen richting Frankrijk èn met een gezonde dosis zelfvertrouwen. Ik keek met enig leedvermaak en medelijden naar landgenoten die in programma’s als ‘Ik Vertrek’ dromen van het serveren van croissantjes in hun authentieke B&B. Dromen zijn er genoeg, maar kennis van de taal? Hopeloos. Ze kunnen veelal nog geen brood kopen en alleen leven van croissantjes is een dure hobby. Dat kon ik dus echt wel beter! Vond ik. Ik zag even over het hoofd dat ik ooit een forse aanvaring had met mijn leraar Frans tijdens mijn mondeling eindexamen Frans. Hij vond dat mijn spreekvaardigheid maar matigjes was. Vond ik complete onzin want ik was, in tegenstelling tot al mijn klasgenoten, immers nog nooit in Frankrijk geweest? Ik was een goede leerlinge Frans, maar blijkbaar was dit het hoogst haalbare in mondelinge vaardigheid dat de school mij kon bieden…. Niet onbelangrijk: mijn leraar en ik waren verder heel goed met elkaar dus het eindigde niet al te dramatisch en ook heb ik prima onderwijs gehad op deze middelbare school.

Internet voor beginners

Kortom, ruim 25 jaar na mijn eindexamen, was ik ervan overtuigd dat het wel goed zat met mijn eigen Frans. Ik keek Franse tekenfilms en luisterde naar Franse muziek om de kennis wat op te frissen. Wel had ik natuurlijk woordenboeken want een mens kan ook niet alles weten, zelfs ik niet. Toen ik een huis ging zoeken, moest ik even wennen aan de makelaarstermen, zo uitgebreid is de woordenschat nou ook weer niet. Het kopen van een huis – inclusief het lezen van het contract – , verliep dan ook heel behoorlijk. Taalkundig bezien. 

De eerste horde kwam met de aansluiting op het internet. In 2005 was het op het Franse platteland nog zoeken naar plekken hoe en waar ik een internetabonnement kon aanschaffen, maar die missie slaagde. Totdat de computer ook daadwerkelijk verbinding moest maken. Daar ging het mis. Simpel omdat in Frankrijk de computertermen allemaal vertaald zijn. Niks delete, of cope/paste en het Hollands ‘apestaartje’. Daar zat ik dan. De hele dag te bellen met mijn provider die het nodig vond om harde muziek onder het gesprek te zetten. Het is al lastiger praten in een vreemde taal aan de telefoon en helemaal als je dan én muziek erbij krijgt en je je wanhopig afvraagt wat in vredesnaam supprimer betekent en waarom je opeens de vraag ajouter’ krijgt. Het kwam uiteindelijk goed, maar leuk was het niet. 

(Betere) Franse taal-tijden

Al doende leert men, dat wel. Ook met de Franse tijden ging ik mee. Letterlijk en figuurlijk. Zoals de keurige toekomende tijd vervoegingen, die er door leraren systematisch ingestampt waren. Dus absoluut niet “ik ga morgen wandelen”, maar hé wat doen de Fransen zelf? Precies, die gebruiken zelf ook het werkwoord ‘gaan’ voor de toekomende tijd! Conclusie: alles wat ik geleerd had, kon zo de prullenbak in. Je zegt hier geen ‘oewie’, maar heel ordinair ‘wè’. Ook had ik even tijd nodig om te wennen aan het gebruik van het woordje ‘si’ dat ze te pas en te onpas gebruiken om iets (ontkennends) te bevestigen. Zoals in “weet je dat dan niet?” Dat wordt in het Frans: mais si, je sais. Zoiets kennen we niet echt in het Nederlands dus dat was even wennen.

Gelukkig is het goed gekomen. Maar, wat nooit is goed gekomen, is mijn gebruik van de ‘subjonctif‘, een speciale werkwoordsvervoeging. Deze gebruikt men in een bijzin die begint met het woordje ‘que’. Dat klinkt net zo ingewikkeld als dat het is. Het gebruik van de subjonctif zou best te doen zijn als er niet zoveel uitzonderingen op de algemene regel waren. En de uitzonderingen op de uitzonderingen en daar weer uitzonderingen op. Ik bedoel, als je eindexamen Duits hebt gedaan ben je wel wat gewend met uitzonderingen, maar de ‘subjunctief’ is een verhaal apart en ik heb de handdoek dan ook in de ring gegooid. Tant pis.

Franse literatuur versus dagelijks (over)leven

Maar goed, de grammaticale taalzijde even terzijde en terug naar de vele grote Franse schrijvers die ik ook in mijn schooljaren tot mij had genomen. Die waren toch wel wat waard? Laat ik je dit zeggen. Je hebt er geen bal aan bij een potje pétanque. Je staat met lege handen als je boodschappen gaat doen en ze zijn compleet nutteloos in de bouwmarkt. Bij de tandarts zit je met je mond vol tanden en bij de kapper met je handen in het haar. Ook bak je er niks van in de keuken. Dus: leuk hoor, VWO Frans. Een mens wordt er heel geleerd van, maar niet erg zelfstandig. Alhoewel….ik lag met een suf hoofd op de operatietafel, klaar voor een baarmoederverwijdering en wist er toch nog keurig uit te persen (haha) dat ik wél graag mijn eierstokken wilde houden. Maar toen woonde ik inmiddels al ruim 4 jaar hier en dat maakt zeker verschil.

Gelukkig ben ik dit soort perikelen inmiddels te boven. Mijn Frans is nog steeds tamelijk formeel, ook omdat ik weinig Franse vrienden heb (of een Franse minnaar) en de plattere termen ken ik dan ook niet. Ik kan met de beste wil van de wereld niet iemand in het Frans voor een grote lul of een zakkenwasser uitmaken. Gelukkig scheld ik bijzonder weinig, ook niet in het Nederlands, maar toch. Ik weet ook helemaal niet hoe ik in het Frans moet chatten. Nu chat ik al niet veel, maar dit in het Frans doen gaat echt aan mijn voorbij. Ieder nadeel heeft z’n voordeel want vanwege het gebrek aan informele taalkennis moet ik me wel keurig uitdrukken. En dat compenseert mijn Nederlandse directheid weer een beetje. 

Ultieme Franse taal-tip

Dus, tip voor alle dromers van een glaasje ‘Ricard’ op je eigen terrasje: neem een plaatjesboek mee en leer vooral dagelijkse woorden. ‘Pan’, ‘bord’, ‘zeef’, ‘dubbelzijdig klevend plakband’, ‘gietvloer’ en natuurlijk ‘klootzak’. Heb je veel meer aan dan aan Camus. 

Mocht ik ooit toch nog een Franse minnaar krijgen (die overigens in tegenstelling tot hun reputatie erg slecht in bed schijnen te zijn), dan kan hij mij opwindende woordjes fluisteren wat hij wil, ik begrijp ze niet. Misschien een leuk businessplan voor de vertrekkende Nederlanders die voor de verandering géén B&B willen opzetten. Ontwikkel een cursus platvloerse Franse taal. Ik ben van de partij!

Nieuwsgierig naar de dagelijkse emigratie-perikelen van andere wereldwijven in la douce France? Je leest ze hier!

Over dit Wereldwijf: Hanneke van Oijen - Frankrijk

Salut! Ik ben Hanneke, 62 jaar, en woon in de Auvergne in Frankrijk. Ik hou van bergen en veel natuur, vandaar mijn keuze voor dit gebied. Ik ben dankzij een forse scoliose volledig afgekeurd in 2005 na een carrière als tolk-vertaler Engels, programmeur en vakbondsbestuurder. Nederland is qua klimaat slecht voor mijn aandoening: te nat en te koud. Ik hou van een heleboel dingen, maar door mijn rug breng ik mijn dagen vooral liggend op de bank door: ik lees, speel computerspelletjes, kijk TV en streaming en blijf zo goed mogelijk op de hoogte van ontwikkelingen in de wereld. Ik ben kindervrij en mijn hond en ik mogen bij mijn kat inwonen. Verder schrijf ik (voor mijzelf) over het Franse leven, vrouwenrechten, racisme en hypocrisie. Sinds kort willen de Wereldwijven dat graag publiceren en daar ben ik heel blij mee.