Verscholen onder de mantel der liefde: huiselijk geweld

Huiselijk geweld, het komt veel te vaak voor. Overal. Dus ook in de expat bubbel. Maar, dit komt in de maatschappelijke discussie nauwelijks aan bod terwijl juist deze groep vrouwen extreem kwetsbaar is. De Wereldwijven vragen hier blijvend aandacht voor en publiceerden er dankzij het harde werk van wereldwijven Femke en Annemarie een hele reeks artikelen over. De afgelopen week ontvingen we een e-mail waar we kippenvel van kregen, met het verzoek het alsjeblieft te publiceren:

Huiselijk geweld kan iedereen overkomen. Onzin, zou ik vroeger gezegd hebben. Totdat het mijzelf overkwam. Ik ben een succesvolle en zelfstandige vrouw, hoogopgeleid, heb een goede baan, een leuk leven en een fijn sociaal netwerk. Ik doe aan kickboksen en weet ‘mijn mannetje’ te staan. Een vreselijke seksistische uitdrukking, maar je snapt wat ik bedoel.

Jong klappen incasseren

Ik groeide op met een vader die bij tijd en wijlen agressief kon zijn en heb als kind behoorlijk wat klappen moeten incasseren. Als oudste thuis ging mijn aandacht uit naar mijn jongere zusjes en moeder. Ik deed mijn best om hen te beschermen. Ik hield mijn zusjes stil zodat mijn vader niet getriggerd zou worden. Wanneer zijn vuisten zich tot mijn moeder richtten, sprong ik er instinctief tussen en gebood hem te stoppen. Maar helaas, zo’n man valt niet te stoppen.

“Op mijn elfde vluchtten we naar een Blijf van mijn Lijf Huis en we keerden pas terug naar huis nadat mijn vader was vertrokken. Hij kwam nooit meer terug.”

Beschadigingen blijven een zwakke plek, maar in therapie leerde ik deze trauma’s te verwerken en een plekje te geven. Ik begrijp waarom mijn beide ouders geen veilig thuis konden bieden. Mijn vader was zelf opgegroeid in een door oorlog getraumatiseerd gezin. Hij reproduceerde het gedrag van zijn eigen vader, omdat hij simpelweg niet beter wist. Mijn moeder was veel te jong zwanger geraakt en niet opgewassen tegen deze man. Een sociaal netwerk had ze nauwelijks, haar wereldje bestond uit hem, zijn familie en drie kleine kinderen die kort na elkaar geboren werden. 

Stereotype? Not me!

Tegen zo’n achtergrond val ik misschien in het stereotype hokje van risicogroepen om op latere leeftijd ook in een gewelddadige relatie te belanden. Maar ik heb me altijd tegen m’n moeder verzet.

“In het Blijf van mijn Lijf Huis viel mij als elf jarige op dat de vrouwen, ondanks uiteenlopende leeftijden, een timide en fragiele uitstraling hadden. Achteraf logisch, ze waren allemaal getraumatiseerd. Maar het beeld is me altijd bijgebleven.”

De uitzondering was de Antilliaanse dame, ze kwam op mij over als een grote vrouw. Misschien was ze dat qua postuur niet eens, maar op de een of andere manier had ze een uitstraling dat je niet om haar heen kon. Ze had altijd haar woordje klaar. Ik vroeg me af of ze daarom een veel ruimere kamer had mét kaptafel en losse bedden voor haarzelf en twee kinderen. In die van ons pasten precies twee stapelbedden tegen elkaar en een kleine kast.

Als tiener wist ik precies wat ik niet wilde: hetzelfde pad inslaan als mijn moeder. Ik zette mij in alles van haar af. Ik nam een bijbaantje als telefonisch verkoper van een of andere supersonische stofzuiger. Tijdens de training werd verteld dat als een vrouw opneemt, je moet vragen naar de man des huizes. Want alleen hij kan beslissingen maken over grote financiële uitgaven, voor nota bene een stofzuiger waar de vrouw – volgens de trainer – mee moest gaan werken. Wat een grote onzin! Ik ben opgestapt en nooit meer teruggegaan naar dat bedrijf. Stiekem wist ik ook wel dat er helaas een kern van waarheid in zat. Ik zag hoe vriendinnen van mijn moeder vastzaten in een ongelukkig huwelijk met een overspelige man en simpelweg vanwege geld niet weg konden.

Eigen boontjes doppen

Dat was voor mij les nummer één: zorg dat je financieel onafhankelijk bent. Ik ging studeren en carrière maken. Ik raakte geïnspireerd door het feminisme. De uitspraak van Irina Dunne was me op het lijf geschreven: “A woman needs a man like a fish needs a bicycle.” Als twintiger had ik kortstondige en serieuze relaties, maar één ding stond voorop: ik dop mijn eigen boontjes.

Op solo reis door Zuid Amerika kwam ik mijn partner tegen. Het was liefde op het eerste gezicht. Hij was warm, temperamentvol maar ook een macho. Dat laatste botste nog wel eens met mijn opvattingen. Maar we wisten elkaar daarin te vinden. Ik bleef de zelfstandige, financieel onafhankelijke en carrière gerichte vrouw die ik was. Hij bewonderde dat zelfs in mij. We emigreerden om een bestaan op te bouwen op een nieuwe plek. Ik had direct een goede baan waar we samen riant van konden leven. Voor hem was het lastiger om in zijn vakgebied te werken. Langzamerhand sloop de frustratie er bij hem in.

“Het is moeilijk om aan te geven wanneer het mis ging. In elke relatie is er wel eens een periode dat het minder gaat. En ruzie hoort er bij. Als de emoties opliepen, verhieven we beide wel eens onze stem. Maar is dat een ‘red flag’ of is dat normaal?”

Schelden. Het zijn toch maar woorden?

Ruzies volgden elkaar vaker op, en naast het stem verheffen begon hij me uit te schelden. Wederom, is dat een ‘red fla’g of is dat acceptabel? Ik heb ook vaak genoeg in mezelf gemompeld “wat is het toch een enorme klootzak”. Het schelden deed pijn, maar ik probeerde me er niet door te laten raken. Wanneer de gemoederen bedaard waren en ik het gesprek er over aan wilde gaan, werd de schuld altijd bij mij gelegd. Ik trigger hem. 

“Op den duur nam ik mezelf voor: dit is de laatste keer dat hij me uitscheldt. Maar ‘de laatste keer’ is een rekbaar begrip. Want elke laatste keer, was er toch weer een reden voor mij om mezelf te overtuigen dat hij het nooit meer zou doen. En: was het nou echt zo erg om uitgescholden te worden, het zijn toch maar woorden?”

Zo belandden we beide op een afglijdende schaal. Waarbij ik de grenzen van wat acceptabel is steeds verder verschoof en hij steeds agressiever werd wanneer hij zijn emoties niet kon beheersen. Van uitschelden thuis tijdens een ruzie, ging het over naar uitschelden in het openbaar. Spullen werden stukgesmeten, niet veel later vlogen grotere spullen door de kamer om nog meer materiële schade aan te richten. Of hij stormde dreigend op me af, waarbij ik in een hoek gedrukt werd zonder dat hij me aanraakte. Ik voelde me doodsbang, maar hij bleef steeds maar volhouden: “je stelt je aan, ik heb je nog nooit met één vinger aangeraakt.”

Druppel op een hete plaat

Er naderhand over praten, konden we niet. Hij deed alsof er niets aan de hand was. Of gaf mij de schuld: dit is wat jouw gedrag in mij oproept, zei hij dan. Toch merkte ik wel degelijk berouw. De dagen erna was hij poeslief, of had hij opeens het huis schoongemaakt of andere klusjes gedaan die hij normaal niet wilde oppakken ondanks als ik het veelvuldig had gevraagd. En zo vergaf ik hem keer op keer en dacht ik: zie je wel dat hij van me houdt. 

Vervolgens ging het dan weer een tijd bergopwaarts. Wanneer het goed ging, hadden we het ook écht goed samen: we lachten, maakten plezier, waren elkaar tot steun, bouwden aan onze dromen. Kortom, een fijn en gelukkig leven. Eentje waar ik zo weer voor zou tekenen. En toch ging het niet lang geleden faliekant mis. In een woede uitbarsting sloeg hij me in mijn gezicht. Toen wist ik: dit is onomkeerbaar, ik moet hier weg. Maar ik kon nergens heen. Geen familie in de buurt. Wel enkele vrienden, maar ik durfde niet aan te kloppen. Hij had spijt en ik wijdde zijn gedrag aan teveel stress en psychische problemen. Het was dubbel: ik wilde hem niet in deze situatie achterlaten, maar voelde mij tegelijkertijd niet veilig onder één dak.

“Ik zorgde thuis continue dat ik mijn portemonnee en autosleutels bij me had en in mijn auto lag een tasje met kleding verstopt, zodat ik het huis kon ontvluchten wanneer nodig.”

Zo ben ik een keer ’s avonds laat naar de medische post gegaan en gesmeekt of ik daar de nacht mocht doorbrengen. De arts zag de striemen op mijn armen. Maar ze kon me alleen helpen als ik aangifte zou doen. Aangifte was voor mij geen optie en ik legde uit waarom. Ze begreep het wel en raadde aan dan maar naar een hotel te gaan.

(G)een veilige plek?

Ik heb eindeloos rondgereden. Eén hotel had plek, maar het computersysteem lag plat waardoor er geen kamer verhuurd kon worden. “Ik laat m’n credit card en ID achter, dan lossen we het morgenochtend op. Ik kan echt nergens heen!”. De nachtconciërge zag de tranen in mijn ogen, maar hij kon mij echt niet helpen. Ik zag dat hij het heel erg vond, maar ik vermoed dat hij bang was voor problemen met zijn supervisor de volgende dag. Ik heb die nacht in mijn auto geslapen. 

Dan breekt het moment aan dat je toch weer terug naar huis moet. Wederom liep het uit de hand. Door een klap in mijn gezicht knalde m’n hoofd heel hard tegen de muur. Hij schrok er enorm van en nam me mee naar de eerste hulp uit angst voor een hersenschudding. De hele weg heeft hij huilend gezegd hoe het hem speet. Bij de arts gaf hij toe wat er gebeurd was. Die inspecteerde mij, gaf aan dat het hooguit een lichte hersenschudding was en dat we ons medisch gezien geen zorgen hoefden te maken.

“De arts zei dat het aan mij was of ik hier aangifte van wilde doen. Ik was totaal verdoofd van angst en pijn, en heb volgens mij niet eens geantwoord. Hij gaf m’n partner tranquillizers mee en stuurde ons naar huis.”

Innerlijke rollercoaster

De volgende dag heb ik mijn spullen gepakt en ben ik naar een hotel gegaan. Hoewel mijn partner zwoer dat het nooit meer zou gebeuren, ben ik weggebleven totdat hij zelf woonruimte elders vond. Ik heb hulp ingeroepen van een psycholoog en voorzichtig enkele mensen in vertrouwen genomen. Toch bleef er bij mij hoop dat het goed zou kunnen komen. Maar nu ik steeds meer inzie hoeveel schade er is toegebracht – de nachtmerries, paniekaanvallen, continue op mijn hoede zijn – laat ik die hoop langzaam maar beetje los.

“Emoties wisselen elkaar af: soms ben ik heel boos op hem om wat hij gedaan heeft, dan weer op mezelf dat ik dit heb laten gebeuren. Dan weer word ik overvallen door verdriet, pijn en schaamte, of juist door gemis en liefde voor hem en wat we samen hadden.”

Achteraf gezien had ik veel eerder hulp moeten inschakelen. Voor mezelf, voor mijn partner en voor ons samen. Nu ik langzamerhand er over durf te praten, hoor ik van verschillende vrouwen in mijn omgeving dat ze iets vergelijkbaars hebben meegemaakt. Vrouwen van wie ik het nooit had verwacht. Vrouwen bij wie ik nu terecht kan als ik er even doorheen zit. Maar bij wie ik – achteraf bezien – ook had mogen aankloppen toen ik midden in de nacht een veilige slaapplek zocht.

Huiselijk geweld is een complex taboe

“Huiselijk geweld is een taboe. En daarnaast ook enorm complex. We vervallen als snel in oordelen en stereotyperingen als iemand anders dan onszelf er mee te maken krijgt. Terwijl, wat die ander nodig heeft, een luisterend oor, begrip en medeleven is. “

Kortom, een gevoel van veiligheid om er over te durven praten. Uitspraken als ‘in bepaalde culturen is het nu eenmaal toegestaan dat een man een vrouw slaat’, zijn totaal niet helpend en ook niet waar. Overal ter wereld, in alle lagen van de samenleving, komt huiselijk geweld voor. Een “I told you so” reactie is totaal niet helpend voor een slachtoffer. Geef aan dat je er bent en wilt helpen, maar laat het bij de ander zelf of en hoe daar gebruik van te maken. Opdringen, ook al komt het vanuit de allerbeste bedoedingen, kan juist in zo’n situatie als extra onveilig ervaren worden heb ik zelf gemerkt. 

Ik hoop met mijn verhaal andere wereldvrouwen in vergelijkbare situaties van huiselijk geweld een hart onder de riem te steken. Je bent niet alleen! Maar: blijf er vooral niet alleen mee zitten. Neem iemand in vertrouwen, bijvoorbeeld een psycholoog of iemand in je omgeving. Hoe hoog die drempel ook voor je mag zijn, het is een eerste stap om uit de situatie te komen. En, hoe uitzichtloos de situatie ook mag lijken wanneer je er midden in zit, er is altijd weg!    

Over dit Wereldwijf: De Wereldwijven

De Wereldwijven vertellen verhalen die inspireren, verbinden en in beweging brengen voor een tolerante, duurzame en gender-gelijke wereld.