Gluren bij de buren? Vergeet dat maar in Zwitserland!

Laurien Bottema

Zelf ben ik het niet gewend om mijzelf in huis ‘op te sluiten’ en ik neem aan dat de meeste Nederlanders ook zijn opgegroeid ‘met de gordijnen open’. In ieder geval overdag. Ik verbaas mij er nog steeds over in Ticino (ook al is dit mijn thuis sinds juli 1993!) dat alles altijd pot en pot dicht is. Lees: gesloten vitrages voor de ramen. Voor mij is er niets fijners dan overdag het mooie groen te bewonderen en ’s avonds een donkere tuin in te kijken vanaf de bank. Waarom zou je een mooie tuin hebben of een mooi uitzicht, en het niet willen zien?

Lekker gluren bij de buren? Niet in Ticino. Daar gaan de vitrages of rolluiken steevast dicht als de duisternis intreedt. Niemand kan naar buiten kijken. Of naar binnen.

Gluren bij de buren?

Grappend zeg ik wel eens tegen de mensen hier, “je kunt dus net zo goed in een stenen gebouw wonen met alleen een voordeur. Waarom zou je je geld uitgeven aan ramen, vitrages en/ of rolluiken?” Mensen kijken me niet begrijpend aan. Zodra de zon ondergaat hoor ik rondom in de buurt: ‘zzzzzzzzttttttt, zzzzzzzzztttttt, zzzzzzzztttttttt’.

Men sluit zicht nog meer in want hoewel de vitrages sowieso al dicht waren, worden ook de (veelal) elektrische rolluiken neergelaten. Naar alle waarschijnlijkheid staat er ook een té hoge heg om de tuin of heeft men een hoog en vooral niet doorzichtig balkon. Tot grote ergernis van mijn partner, dun ik onze heg regelmatig uit en met grote gaten als gevolg. Steevast krijg ik daarna de opmerking van hem: “Iedereen kan mij nu zien zitten op de bank”. Ik denk: “Jij bent géén George Clooney lieverd, maak je niet druk.” Soit.

Vitrages? Liever veel (dag)licht!

Kortom, géén poespas voor mijn ramen. De rolluiken in de woonkamer gaan maar een enkele keer dicht in de zomer en dat is om de hitte buiten te houden. Ik vind het fijn om mensen voorbij te zien lopen, het geeft mij het gevoel dat ik leef en deel uitmaak van de wereld. Net als ’s avonds buiten lopen en overal gezellige lichtjes zien branden in huizen. Helaas. Niet in Ticino. Daarvoor moet ik dus naar Nederland waar ik dan ook mijn hart ophaal en elke dag uren door de stad struin. Een Ticinese zei ooit eens vol verbazing dat ze niet kon geloven dat we in Nederland zoveel woonwinkels hebben…. Ik legde haar uit dat het gewoon allemaal huizen zijn waar mensen wonen. Daar stond zij dan weer raar van te kijken.

In veel landen is het de gewoonte om iets met die glazen vlakken te doen. Niet voor niets is er een grote industrie in raambekleding. Nederland is in dat opzicht best uniek, alhoewel er natuurlijk woningen zijn (daar waar bijvoorbeeld veel voetgangers langslopen) waar men voor wat privacy raamstickers heeft, of iets anders waardoor je niet recht naar binnen kan kijken.

Roddelpraat is ook gluren bij de buren

De gemiddelde buitenlander vindt dat inderdaad bijzonder: hoe en misschien vooral waarom Nederlanders anderen gewoon binnen in hun woonkamer of keuken laten kijken. En ik praat juist over het tegenovergestelde wat hier in Ticino speelt: waarom sluit de Ticinees anderen buiten? Let wel, ik woon in een klein dorp met een minder weidse wereldblik. Overigens is die blik in de hele omgeving minder weids. Mensen hier houden zich graag en vooral bezig met het leven van anderen. En vaak niet op een positieve manier.

Ik houd me juist graag verre van roddel en achterklap en vermoed dat mijn ‘open’ ramen een frustratie zijn voor de bewoners die zich juist dag in dag uit bezighouden met andermans leven. En dat niet alleen want van hun eigen hersenkronkels breien ze ook een ‘mooi’ verhaal. Wie zo leeft en denkt, tja, dan snap ik wel dat je bang bent dat anderen hetzelfde bij jou doen. Kom je dan wel eens bij iemand binnen, dan wordt je als eerste gevraagd wat de laatste nieuwtjes zijn. En zijn die er niet? Dan krijg je allerlei vragen om alsnog op een sluwe en huichelachtige manier dingen ‘los te peuteren’.

Van (schoon)familie moet je het hebben…

De moeder van mijn partner gaf me ooit het advies (ik was toen net in de familie) om nooit met anderen te praten hoe het met mijn werk ging. Want, “als het goed gaat, is men afgunstig en als het slecht gaat, knijpt men zich in de vuisten”, vertelde ze. Wijze woorden? Welnu, het bleek ook voor haar toch het gezegde ‘wie de schoen past, trekt hem aan’.

Dat werd onlangs bevestigd door mijn partner die sowieso al heel lang afstand had genomen van dit soort idioterie. Hij gaf mij een grandioos compliment tijdens een borrel met een lief en eerlijk vrienden echtpaar (ja hoor! die zijn er ook onder de Ticinezen. Gewoon goed zoeken.) Vol trots zei hij dat hij zo blij is dat ik mij verre houd van het meegaan in de leugens en het creëren van problemen binnen de familie zoals zijn moeder, schoonzus en diens schoondochter dat doen. De drie vrouwen, vertelde hij, kunnen mij daarom niet luchten of zien, omdat ik niet buig zoals zij dat willen.

Dat is voor sommigen dus het leven hier. Té zot voor woorden. 

Bij mezelf blijven

Hoe ik mij hier dan toch staande houd in een omgeving waar ik in sommige opzichten afkeer van heb? Ik richt me op mijn gezin, mijn hobby’s en ik heb een prima aantal (veelal buitenlandse, of lokale vrouwen die ook ergens anders hebben gewoond) vrouwen om mij heen waarmee ik gelukkig wel kan praten over wereldse zaken. En praten we over iemand anders? Dan is dat op een positieve manier: wees blij voor een ander die gelukkig, gezond en tevreden is, in plaats er jaloers op te zijn.

Tutto il mondo è paese’, een Italiaans spreekwoord. Elke plek heeft dezelfde problemen, natuurlijk. 

Buongiorno! Sinds juli 1993 woon ik in het kanton Ticino (Zwitserland), na op wat andere plekken gewoond te hebben. Ondanks dat ik gewoon elke dag in mijn fysiotherapie praktijk werk, is er altijd een vakantiegevoel als ik om mij heen kijk. Mijn grote passie is bergwandelen. Mijn partner en ik zijn druk met het verbouwen van ons berghuis, ‘aan het einde van de wereld’, om er over niet al te lange tijd vast te gaan wonen. Voor de wereldwijven schrijf ik over ons leven hier! Groetjes, Laurien