Wereldreis in 80 dagen (2) – Hoe het begon met mijn solo-reis door Azië
In een serie blogs schrijft wereldwijf Esther over haar reisavontuur met haar partner: een wereldreis in 80 dagen à la Jules Vernes maar dan in moderne tijden. Een cadeau dat ze zichzelf doen omdat de één onlangs vijftig is geworden en de ander richting de zestig kruipt. Een beloning aan henzelf voor deze twee heuglijke data, plus het feit dat – in Esthers woorden – “we het toch al zolang op de aarde hebben volgehouden”.
In dit tweede blog kijkt Esther terug op haar eigen solo-reis inmiddels járen geleden: het vormt de kapstok van het nieuwe reisavontuur in 80 dagen.
Ontmoetingen in Bangkok
Bangkok – Khao San Road -, een vierhonderd meter lange straat met een unieke sfeer door een grote variëteit aan bars, restaurants, food stalls en winkeltjes. Een plek waar je lokaal eten kan proeven, souvenirs kopen en Bangkok’s nachtleven ervaren, samen met een grote hoeveelheid toeristen van over de hele wereld. Waar het boek ‘The Beach’ van Alex Garland begint, en waar mijn reis dik vijfentwintig jaar geleden ook begon, te midden van rondscheurende tuktuk’s en getoeter van auto’s en brommertjes.
Op de gang van een goedkoop onderkomen ging ik een hokje in om een douche te nemen. Ik ontdekte opeens het kleine gaatje in de deur (wat eerder nog dicht had gezeten met een papiertje) maar nu het oog van een Indiër toonde, die mij begluurde. Met mijn handdoek op weg naar de douche was ik langs hem gelopen.
Zittend op een houten bankje had hij mij glimlachend bekeken: zijn volgende lustobject voor een paar minuten kijkplezier.
Solo-reis? Niet met deze beestenboel!
Een lange reis volgde met een bus, waarin de helft van de stoelen scheef op de standaarden hing, naar een landtong in het zuiden van Thailand. Het doel? Routes klimmen in de rotsen. Maar toen ik op de eerste dag een meter of tien boven de grond een loszittende haak tegenkwam, dacht ik: “weet je wat, dit avontuur sla ik even over”, en ik bracht de meeste uren snorkelend en frisbee-spelend door. De meest indrukwekkende herinneringen waren mijn ontmoeting met een apenbende, een leger krabben in de zee en een vogelspin. Plus een slang van een paar meter op een verder uitgestorven wit strand. Altijd weer de natuur die mij het meest fascineert.
Daarna volgde een paar maanden Maleisië. Eerst in de heerlijk koele Cameron Highlands en later de Oostkust met vooral de Islamitische cultuur, waar ik ondanks de hitte gekleed ging in een lange broek en dunne trui. Ik zag slakken zo groot als mijn onderarm, leguanen, vele vogels en in elk oord adopteerde ik wel een zwerfkat, die in mijn bed belandde. Na een kort bezoek aan Kuala Lumpur eindigde mijn reis in het schone, opgeruimde en geordende Singapore.

Op zoek naar de oude voetstappen van mijn solo-reis
Hier begint over twee weken onze reis. Duizend dollar boete als je een papiertje op straat gooit, destijds werkte het. Zal het zijn of ik iets uit het verleden weer oppak, of zal het een totaal andere ervaring worden? Ik was begin twintig en als ik terugdenk aan de versie van mezelf van toen, is het alsof ik naar een film kijk over een onbekende jonge vrouw. Tegelijkertijd ben ik nog gewoon dezelfde gebleven, want in de kern verandert een mens niet zeer.
Steden en landen echter kunnen een ware metamorfose ondergaan en ik ben benieuwd hoe de sfeer in Azië nu is. Hoe ik de hitte en vochtigheid zal ervaren, het eten zal vinden en of ik er graag verblijf of zo snel mogelijk weer weg zal willen. Want, hoewel overal in de wereld het leven van mensen op sterke gelijkenissen leunt, is het op veel plekken totaal anders dan thuis.
Hoe dan ook wordt het een inspirerende ervaring na zestien jaar in het taiga bos. En alle tijd die ik doorbreng met de man van wie ik hou is voeding voor mijn ziel.
Heb je het eerste blog uit deze serie gemist? Je leest het hier terug.








