Leestip! ‘Aarden op zee’, een avontuurlijk verslag over vier jaar zeilen rond de wereld.

Greetje Tops - portretfoto

Een aantal jaar geleden mochten we een blog van Greetje Tops posten, genaamd Aarden op zee, nog niet wetende dat dit uiteindelijk ook dé titel van haar boek zou worden! Een avontuurlijk verslag over vier jaar zeilen rond de wereld, maar ook over het ontwortelen uit Nederland en onverwerkte processen uit het verleden. Over reflecties midden op zee, exotische oorden, hoe te aarden op zee en hoe het is om 24/7 met je partner rond te reizen. En over piraten en averij – en over hoe je soms 30.000 mijl moet afleggen om thuis te komen bij jezelf. 

Een wereldreis maken is één, er een boek over schrijven een heel andere vaardigheid. We zijn trots op dit resultaat en geven je hier een teaser uit ‘Aarden op zee‘. Zomaar een hoofdstuk van een reis die voor velen een droom lijkt maar uiteindelijk ook de ongefilterde rauwe momenten van pure werkelijkheid toont.

Avontuur - Greetje Tops
Vertrek vanuit Las Palmas, op naar Kaapverdië

Hoofdstuk 13 – Blauwe woestijn

Een uitmuntende start

Via de achterdeur verlaten we Panama-Stad en zeggen voor misschien wel twee jaar gedag tegen het vasteland. Het voelt als opnieuw vertrekken, maar we zijn dit keer niet de enige. Nog zo’n vijf boten zetten dezelfde koers; druppelsgewijs begint ieder voor zichzelf aan de vierduizend mijl. Eenmaal onderweg houdt het kleine konvooi elkaar via de satelliettelefoon op de hoogte.

We hebben een uitmuntende start: een bezeilbaar briesje, vlakke zee en binnen mum van tijd een vis aan de haak. De Spaanse makreel is zó lekker dat deze rechtstreeks van de bbq in onze top drie belandt. Daar zitten we dan: aan de kuiptafel, gewoon met borden en bestek, midden op zee te dineren, terwijl de zon langzaam achter de horizon verdwijnt. Dit hebben we nog nooit meegemaakt. Goed vol te houden zo.

Dan op dag 3: we hebben te vroeg gejuicht. Neptunus, die we over een paar dagen zullen ontmoeten, luistert namelijk al mee. Het zeebriesje duwt ons net ver genoeg van het vasteland, om vervolgens te gaan liggen. Het is windstil.

Stank voor dank

Al dagen achtereen dobberen we om koers onderlangs de Galapagos archipel te houden – de aanbevolen route. Maar het gaat gewoonweg niet. En we zijn niet de enigen. Koortsachtig bekijken we een nieuw weerkaartje. “Als we zo door blijven dobberen, dan komen we in de doldrums terecht,” concludeert Niels. We verleggen de koers dan maar bovenlangs en motoren een hele nacht. We verbruiken meer dan de helft van de diesel, en zijn nog bij lange na niet halverwege. De vloot ligt al ruim een dag varen op ons voor – die gaan we dus nooit bijhouden.

“Aaaaahhhh, waar blijft die F*c!&G passaatwind!” In zijn boxershort op het dek schreeuwt Niels naar de einder, naar het niets. Het voor-zeil flappert in zijn gezicht. Stampvoetend stapt hij terug de kuip in. Ik sluit me voor hem af, voor de situatie. Maar ik kan nergens heen, dus ik verstop me maar in mijn boek, eentje dat ik voor vertrek al had gekocht en speciaal voor deze oversteek heb bewaard. Al vanaf de eerste pagina verdrink ik erin.

Op dag 8, uit noodzaak – en een gezonde dosis frustratie –, doen we iets wat eigenlijk niet mag: we nemen een shortcut, dwars tussen de eilanden door. We zien niets van de Galapagos, behalve een paar bewoners: een koppeltje boobies lift met ons mee. Met hun blauwe snavels en rode pootjes zitten ze op onze zeereling te bekvechten om de beste plek. Ik maak een filmpje van het unieke tafereel. Wanneer ze uitgerust zijn, vliegen ze weg en laten een boodschap op ons ‘nieuwe’ voor- zeil achter. Alsof ze dát zojuist bespraken. Stank voor dank. “Fijn, nu kunnen we de resterende maand naar vogelpoep kijken.”

Kookpunt

Gefrustreerd over de voortgang en het dieselverbruik kruipen we om de beurt achter de laptop om een filmpje te kijken – even ontsnappen aan de realiteit. Die realiteit is namelijk niet altijd leuk. Sterker nog: de realiteit is nog nooit zo confronterend geweest. Als de condities tegenzitten, dan transformeert de boot algauw in een snelkookpan – nét onder het kookpunt. Er hoeft maar iets te gebeuren en we raken zelf aan de kook.

Aan land kun je vluchten waar en wanneer je maar wilt: de deur achter je dichtslaan, een rondje wandelen, een vriendin bellen, boos naar bed gaan, naar een therapeut desnoods – stoom afblazen.

Even afstand nemen van de situatie en het later, wanneer je gekalmeerd bent, eventueel opnieuw proberen. Maar vroeg of laat kom je jezelf en de ander weer tegen. En als dat op zee gebeurt… Dan heb je jezelf mee aan boord genomen, dan ben je op jezelf en elkaar aangewezen en kun je er niet omheen. Je moet jezelf in de spiegel aankijken. En geloof me, de zee is één grote spiegel.

Avontuur - Greetje Tops
Aan boord bij Black Moon op Lefkas ©melchiordavidphotography

Samen 24/7 op zee

“Hoe is dat om samen 24/7 op zee te zijn?” Het is misschien wel de meest gestelde vraag van ‘de mensen thuis’. Laat ik beginnen met een geheimpje te verklappen: de zee haalt alles in je naar boven – het mooiste, maar ook het lelijkste. Puur en rauw, zonder enig filter voor wat sociaal wenselijk zou zijn. We hebben allemaal een versie van onszelf die we tonen aan de wereld: zelfverzekerd, sociaal, stabiel. Maar daaronder schuilt ook een andere versie: onzeker, koppig, bang – de rauwe versie. Het is de versie die je niet gauw op de socials zet. De versie die botst, bijt, twijfelt en soms zelfs breekt – maar ook degene die voelt, durft en doorzet. Zonder censuur.

Op zee leer je niet wie je wilt zijn, zoals vaak aan land. Op zee kom je erachter wie je écht bent als het even tegenzit. Kortom: op zee hebben we zowel onszelf als elkaar opnieuw leren kennen. En dat is dubbel zo intens.

En dus zit ik na een zoveelste ruzie om ‘niets’ over de zee uit te staren. De wolken boven me trekken net als mijn emoties stilletjes voorbij. Tijdens een nachtwacht tast ik in het duister – ik wil het alsnog kunnen zien. Hoe kon het nou weer zo escaleren vandaag? Er is nu geen afleiding. Uren gaan voorbij, zonder dat er ook maar iets opmerkelijks gebeurt. Maar in mij gebeurt er van alles. Ik begin in te zien dat het eigenlijk geen nut heeft om elkaar voortdurend aan te spreken op ongewenst gedrag. Boos worden op de ander die al boos is, gefrustreerd raken over de ander die al gefrustreerd is, vloeken omdat de ander loopt te blunderen. Het is als olie op het vuur gooien. Twee magneten die elkaar afstoten. Het maakt zowel het gevoel als de situatie zelf alleen maar erger.

Geef het een naam

Dan realiseer ik me dat het slechts versies of delen van onszelf zijn, ze definiëren ons niet. Wat nu als we elkaar voortaan ook zo gaan benaderen? Of nog beter: elkaar daar de ruimte in geven? “Voortaan noem ik je Lau, als je weer zo loopt te schreeuwen en stampvoeten.’”Niels kijkt me vragend aan. “Lau vind ik niet leuk, en Lau vindt Helga niet leuk, maar dan zit het in ieder geval tussen ons nog goed.” Pauze. “Wie is Helga?” Ik lach: “Dat is mijn alter ego, de lelijkerd in mij.”

Op dag 11 is er ineens wind: zeilen omhoog, motor uit, reven, reven en nog meer reven. Hoppa, we vliegen de evenaar over! Zo snel dat de traditionele ceremonie fataal mislukt. Ik tel af op de plotter tot de laterale coördinaten alleen nog maar nullen tonen. Op de grens van het noordelijk halfrond naar het zuidelijk halfrond brengen we ons offer aan Neptunus. Bij gebrek aan Black Moon Shine opent Niels een flesje rum uit Suriname en schenkt drie borreltjes uit. Eén voor zichzelf, één voor mij en één voor Neptunus. Ik tel af: “Tien, negen, …, drie, twee, …” KLOTS!

Een golf breekt tegen de romp: in de kuip rollen de borrelglaasjes weg en slurpen de loosgaatjes het offer. Terwijl Helga en Lau kibbelen wiens schuld het is, stuift Black Moon gewoon door. Het moment is allang voorbij, de coördinaten klimmen weer. Ach, wat maakt het toch ook uit, beseffen we niet veel later. Neptunus had gewoon dorst.

Flinke poetsbeurt

Dag 12. Wellicht viel de Borgoe-rum niet in goede aarde. Uh, water, want de volgende dag zit werkelijk alles tegen. We varen te traag en te zuidelijk, de motor lekt diesel, de watermaker maakt rare geluidjes, de windvaan trekt deze koers met lichte wind niet, het bandje in de autopilot scheurt en is dus officieel defect, een mastlier slijt en tot slot – of tot zover – groeit er een tuintje onder aan het schip, waardoor we enorm worden afgeremd. “We móéten het water in,” besluit Niels.

Het plan: zeilen naar beneden, motor op stand-by en een veiligheidslijn met een boei uit. Niels gaat overboord, met een duikbril en krabber. Ik sta met een misthoorn op haaienwacht. “Zulke grote eendenmosselen zaten eronder.” Niels spreidt zijn duim en wijsvinger zo ver als hij kan. Maar de schoonheidsbehandeling doet wonderen voor onze snelheid. Alsnog zijn er dagen en dagen bij dat we door stroop lijken te varen.

Avontuur - Walvis
Zwemmen met een bultrug walvis (en soms een jong)

Moederschap

De stille revolutie van een niet-moeder

Dag … Geen idee hoeveel dagen we nu op zee zijn: vijftien, zestien? Ik ben te druk bezig met mijn boek. De eerste keer dat ik ‘Echte vrouwen krijgen een kind‘ van Liesbeth Smit las, was het een feest der herkenning. Ik las ’t zowat in één ruk uit. Hongerig als een eenzame wolf schrokte ik alle woorden naar binnen. Eindelijk vond ik herkenning en erkenning. Nu lees ik het voor de tweede keer, met meer aandacht en kritischer tegenover mezelf. En iedere keer als ik het boek pak, blijf ik even hangen bij de ondertitel ‘De stille revolutie van de niet-moeder‘.

Zo heb ik het al die jaren ervaren. Mijn stille revolutie begon pas rond mijn dertigste, niet omdat ik ongewenst kinderloos ben, maar omdat ik een ‘niet-moeder’ ben in een wereld waarin het krijgen van kinderen als de norm wordt gezien – als het natuurlijke, logische eindpunt van volwassenheid. Van vrouw-zijn, van het ‘leven leiden zoals het hoort’.

Vier op de vijf vrouwen in Nederland worden moeder. En dus één op de vijf niet, zo benadrukt Liesbeth in het boek. Dat kan allerlei redenen hebben: onvruchtbaarheid, een bewuste keuze of omdat de omstandigheden het gewoonweg niet toelaten. Maar de redenen worden vaak niet uitgesproken; die zijn te pijnlijk of oncomfortabel of worden vaak niet gehoord. Sterker nog: ze worden vaak overruled.

Taboe

Klassieke reacties als “Ach, wacht maar, dat komt nog wel”, als je vertelt dat je bewust geen kinderen hebt. Maar nu ik er goed over nadenk: moet er wel een reden zijn? Alleen al het feit dat er geen goede benaming voor is, zegt al meer dan duizend woorden. Kinderloos, kindvrij, niet-moeder of de ok-vrouw: ongewenst kinderloos óf oké zonder kinderen. Het is vooralsnog kiezen uit kwaden, veel van deze termen definiëren vrouwen in relatie tot wat ze niet hebben – het afstand doen van een kinderwens, het vrij zijn van het zorgen voor een kind, om géén moeder te zijn. En is de ok-vrouw dan echt oké of is het toch te pijnlijk om erover te praten?

Er bestaat dus nog geen woord voor mijn situatie dat zelfstandig, positief en compleet is – een term die niet compenseert of verdedigt, maar gewoon volwaardig is. Zonder duidelijke taal blijft deze revolutie namelijk stil.

Ik heb de term ook nog niet, dus heb ik alsnog duizend woorden nodig om mijn proces te duiden. Vóór mijn stille revolutie voelde ik me buitengesloten, soms onzichtbaar, soms zelfs beoordeeld. Feestjes, gesprekken, aannames op het werk of verwachtingen in de sociale sfeer – overal leek ouderschap een vanzelfsprekende status te zijn. Ik stond erbij en ik keek ernaar, en ondertussen werd hetzelfde van mij verwacht, dat idee had ik althans.

(Opgedrongen) verwachtingen

Zo sprak ik vlak voor ons vertrek uit Nederland een oudere, mij onbekende vrouw op de kade die met bewondering mijn reisplan aanhoorde. Vervolgens keek ze me observerend aan en vroeg: “En hoe oud ben je nu?’” Uh. “O, dan heb je daarna nog nét genoeg tijd, of wacht, misschien kom je wel zwanger terug.” Zwijgend, met een brok in mijn keel, liet ik een reactie in het midden – om de situatie niet voor ons allebei oncomfortabel te maken.

Het is niet zo dat ik niet blij kon zijn voor de vervulde kinderwens van een ander of dat ik anderen geen geluk gunde. Ik benijdde hen vooral. Niet eens om de vervulde kinderwens of de aandacht die ze erdoor kregen, maar eerder vanwege de route die voor hen uitgestippeld lag.

Een levenspad, heel overzichtelijk, als een vreemdsoortig levend bordspel. Van trouwen naar zwangerschap. Van kraamperiode naar de eerste stapjes. Van de eerste schooldag naar zomerkamp. Van studiekeuze naar diplomering. Van eindelijk-een-avond-voor-jezelf naar klein-huiselijk-geluk wanneer je met z’n allen weer eens aan de eettafel zit. Van het loslaten van je eigen kind naar het vasthouden van je eerste kleinkind. Ik realiseerde me algauw: deze vertrouwde route ga ik nooit bewandelen, maar welke dan wel?

Avontuur - Kampvuur
Strandvuurtje onder een heldere sterrenhemel op Cookeilanden

Aan de zijlijn

Waar leeftijdsgenoten gezinnen gingen stichten, bleef ik voor mijn gevoel stilstaan. Aan de zijlijn, applaudisserend voor een ander. Mezelf toch naar het kraamfeestje sleuren, op een babyshower Hints meespelen (en dat uitgerekend ik een bevalling moest uitbeelden!) en natuurlijk vervolgens op de kraamvisite “ohh” en “ahh” zeggen. Sociaal gewenst gedrag waar ik met alle liefde en respect aan meedoe. Maar mag ik dat dan niet óók verwachten?

Zo herinner ik me weer dat ene verjaardagspartijtje bij één van mijn beste vriendinnen destijds. Ik vertelde haar over het adoptieonderzoek, waar we toen nog middenin zaten. Voor mij was het ver buiten mijn comfortzone om zoiets intiems te delen, maar het was ook een intiem gezelschap. Ze keek me aan en antwoordde meedogenloos: “Ja, maar adoptie is toch nét niet hetzelfde.” Ze lachte er zelfs een beetje bij.

Tot op de dag van vandaag weet ik niet of ze doorhad dat ze daar ter plekke mijn moederhart uit m’n borst rukte en het recht in mijn gezicht rauw opvrat.

Een kantoortuin is nog zo’n bijzondere setting: een soort van mini-maatschappij, waar alle verwachtingen die met je privéleven te maken hebben zonder pardon uitgesproken kunnen worden. Zo riep mijn leidinggevende na een zoveelste zwangerschaps-aankondiging opgetogen hoe vruchtbaar onze afdeling wel niet was – en om het nog erger te maken, werd er vervolgens een poll gestart wie de volgende zou zijn. Nog voordat ik me onder mijn bureau kon verstoppen, wezen de meeste vingers al naar mij.

Zusterliefde

Een enkele keer heb ik mezelf erop betrapt dat ik een soortgelijke verwachting over anderen had. Bij mijn zus Hanneke, om precies te zijn. Al van kleins af aan zijn we heel erg met elkaar verbonden. We schelen slechts twee jaar, doen niet alles volgens de norm en hebben ook allebei geen kinderen. Ik was destijds door mijn keuzeproces heen, maar bij haar kon het nog alle kanten op. Dus betrapte ik me erop dat ik regelmatig bij haar peilde hoe ze erin stond, of haar gevoel veranderde. En meestal antwoordde ze iets in de trant van: “Als het gebeurt, is het meer dan welkom. En als het niet gebeurt, dan is het ook oké. In beide gevallen had het zo moeten zijn.”

Ik ben er niet trots op, maar heel eerlijk: ik verlangde toch naar duidelijkheid van haar kant. Niet vanuit een wens, maar vooral uit onzekerheid hoe onze relatie zich zou verhouden als zij wel moeder zou worden – en ik dus niet. Zouden we dan uit elkaar groeien?

Vlak voordat we op reis gingen had ik een levendige droom: Hanneke had ineens een kind gekregen en ik voelde vanaf het allereerste moment een onvoorwaardelijke liefde voor haar kind – en voelde me nóg meer met haar verbonden, al dan niet op een ander niveau. Mijn angst was blijkbaar onnodig. Beide opties waren goed. Tijdens één van de laatste wandelingen voor ons vertrek vertelde ik haar mijn ‘visioen’. “Dank je wel,” antwoordde ze opgelucht. “Dan weet ik nu, dat ik puur voor mezelf een keuze kan maken.” Blijkbaar liep zij ook met een onzekerheid rond: dat ze zich schuldig naar mij zou voelen als zij wel een kind zou krijgen en ik dus niet.

Dagdromen

Soms droom ik dat juist ik degene ben die zwanger is – en dat het een heel fijn gevoel is, een warme gloed in me, die mij overlaadt met liefde. En zodra ik dan wakker word, ben ik toch ook blij dat het slechts een droom was. En dan fantaseer ik die dag verder dat er daadwerkelijk een kindje bij ons aan boord is, een miniversie van Niels en mij.

Dat er voetjes over de kajuitvloer trippelen en een bosje verwilderd, blond haar in de kajuitingang verschijnt en mij mama noemt en Niels papa. Dat dit onschuldige kind ons blind vertrouwt, zo midden op zee, en zonder ons reddeloos is – en dat laatste grijpt me dan weer bij de keel.

Ouderschap lijkt me een prachtig groeiproces, een mooie maar intense spiegel. En ik heb diep respect voor iedere ouder die dat met volle overgave doet, zo ook voor ouders van ‘bootkinderen’. Ik weet niet hoe zwaar het gezinsleven voor een ouder is, maar wel hoe zwaar het bootleven kan zijn. Ook dat heeft z’n ups en downs. Om die twee levens te combineren lijkt me haast onverenigbaar. Ga je peuter maar eens uitleggen dat de boot op nummer één staat, dan de bemanning, en als laatste het individu. Alle hens aan dek – ammehoela, die volle luier moet toch echt verschoond worden. Sommige gezinnen doen het en daar heb ik bewondering voor.

Er is geen goed of fout

Stelling: “Het hebben van kinderen verandert je leven net zoveel als het niet hebben van kinderen.” Dat is een doordenkertje. Mijn eerste reactie is namelijk dat ik het daar niet direct mee eens ben. Ik zie wel in dat het beide levensveranderende keuzes zijn, toch neig ik er meer naar dat het wél hebben van kinderen heftiger is; het is namelijk een commitment naar een ander, en niet alleen naar jezelf. Van de ene op de andere dag is daar een kind, dat afhankelijk van je is en voor wie je verantwoordelijk bent: je hele leven staat op z’n kop. Vanaf dat moment stel je jezelf voor een heel lange tijd in dienst van een ander, een individu dat zich in al zijn onschuld en puurheid ontzettend egoïstisch mag gedragen.

Totdat diegene volwassen geworden is en wordt bekritiseerd om egoïstische keuzes, zoals ‘kindvrij-heid’. Want zo wordt er soms over gedacht, en dit is meerdere malen recht in mijn gezicht gezegd: “Best egoïstisch van je om geen kinderen te nemen.”

Wat valt hier nou op te zeggen? Om komiek Ricky Gervais maar eens te quoten: “Hoe kan het egoïstisch zijn om iets niet op de wereld te brengen als dat op geen enkel niveau bestaat? Er is geen kast vol potentiële geest-foetussen die schreeuwen ‘we wanna be born!’, toch?” Oké, zelf vertelt hij het in zijn show Humanity nog net iets grappiger – kijktip.

Persoonlijke keuzes

Om terug te komen op de stelling. Inderdaad, beide keuzes zijn onomkeerbaar en als je je levenspad baseert op dat ene kruispunt, is het minstens zo levensveranderend. Het verschil zit ’m denk ik in je eigen groeiproces en hoe de ander dat beschouwt. Voor de omgeving is het heel duidelijk dat jonge ouders hun prioriteiten elders hebben liggen, dat zij opgeslokt worden door het ouderschap en dat een afspraakje om hun dagschema heen wordt gepland – “Nee hoor, helemaal niet erg om weer naar jullie te komen en natuurlijk houden we rekening met het middagslaapje.” Maar ook ik heb ambities, verantwoordelijk heden en een dagplanning – die zijn simpelweg minder zichtbaar.

Een klassieke denkfout is dat je zonder ouderschap niet volwassen wordt – een soort Peter Pan-syndroom. Dat je zonder die routekaart blijft stilstaan in je ontwikkeling en gewoon maar doet waar je zin in hebt. Dat je de instructies van het leven niet gelezen hebt, van hoe je je leven moet leiden. Dat je de logische vervolgstap naar volwassenheid hebt gemist.

Als het kind in onszelf het enige is dat zeker aan ons toebehoort, dan kunnen we juist dat met een gerust hart blijven voeden. Wij kozen voor een alternatieve reis naar volwassenheid – die afslag was minstens zo spannend, zonder routekaart. Dus zijn we een beetje gaan dolen, zonder vastomlijnd plan, zonder blauwdruk. Dwalen, misschien wel even verdwalen, net zolang tot we ons zelf terugvinden en opnieuw leren kennen. Sommige ouders vinden zichzelf in hun kind, het is hun spiegel – de zee is de onze.

Greetje Tops
Op een onbewoond eiland ©ahoypaulina

Mijn eigen weg

Dus zonder deze routekaart: hoe navigeren we dan in het leven? Wat is ons hogere doel, ons bestaansrecht, onze nalatenschap? Maar ook heel primair: wie zorgt er voor ons als wij oud en hulpbehoevend zijn? Wellicht krijgen we dan alsnog spijt en kijken we terug op een onvervuld leven. Maar om voornamelijk hiervoor een gezin te stichten zou minstens zo egoïstisch zijn, lijkt me. Op den duur begon er dus een revolutie in mij, eentje zonder protestborden of confrontaties. Ik wilde mijn keuzes gewoonweg niet langer verdedigen, maar gaan bewonen. Ik ging ruimte maken voor mijn eigen levenspad – niet als tekort, maar als volwaardig. Nog steeds stil en in mijn eigen tempo.

Door me alvast open te stellen voor verbondenheid buiten traditionele rollen, en voor gemeenschappen waarin andere vormen van leven, zorgen en bijdragen óók waardevol zijn, kwam het idee voor een wereldreis op mijn pad, op exact het juiste moment. Het was voor mij een nieuwe afslag die ik daarvoor nog niet eerder als realistisch zag.

Deze keuze klinkt in retrospectief heel doordacht, maar dit proces verliep eerder vanuit een onderbuikgevoel – navigerend op een innerlijk kompas. De keuze om geen gezin te stichten was uiteindelijk wel degelijk een bewuste keuze en ik vraag me soms af – en dit is het moment waar ik het ook een keer oncomfortabel voor een ander ga maken – Waarom heb of wil jij eigenlijk wél kinderen?

Recht op eigen groei

De meesten zullen waarschijnlijk antwoorden dat het puur vanuit een intrinsieke motivatie komt, onbaatzuchtig, een verlangen om onvoorwaardelijke liefde te voelen en te geven, een kind als bezegeling van de liefde, om persoonlijk te groeien en op een andere manier naar jezelf te kijken of een hoger doel in het leven te hebben – om je eigen leven en je zijn compleet te maken. En op nummer één: dat het werkelijk het mooiste is wat je kan overkomen.

Heel eerlijk gezegd denk ik dat het werkelijke waarom ook zomaar een van deze kan zijn: omdat het de norm is, omdat mijn (schoon)ouders graag kleinkinderen willen, omdat al mijn vrienden inmiddels aan kinderen zijn begonnen, omdat mijn relatie anders op het spel staat, omdat ik er anders misschien spijt van krijg, omdat het anders te laat is, omdat ik zorg en gezelschap op mijn oude dag wil, omdat het zo hoort binnen mijn geloof, of simpelweg omdat het een ongelukje was (maar alsnog welkom hoor!). Of nog een leuke: omdat ik graag mijn genen door wil geven – mensen, we zijn toch geen bonobo’s?

Mijn zus Marijke ervoer het weer totaal anders. Op een dag vertrouwde ze me toe: ‘”Ik weet niet waarom, maar ik wil zó graag een baby. Niet eens per se kinderen of een gezin, maar echt een baby. Ik vóél het gewoon!”

Geloof in jezelf

Mijn grootouders waren katholiek en als je niet snel genoeg (meer) kinderen kreeg, dan kwam de pastoor aan de deur met de vraag:”Waar blijft de volgende?” Twaalf kinderen op een boerderij en ook de koeien, kalveren en kippen hadden zorg nodig. Mijn moeder vertelt er nog vaak over: “En iedereen moest meehelpen – er was geen keus in die tijd.”

Gelukkig leven wij in een andere tijd en hebben we de vrijheid om eigen keuzes te maken. Dat is doodeng en gaaf tegelijkertijd. En die keuze kan voor iedereen anders zijn. We willen onszelf ook uitdagen en groeien tot ons potentieel, op zoek naar zingeving. En dat kan ook zonder ouderschap. En zo kabbelt mijn stille revolutie met de deining mee. Het is geen grote doorbraak, geen strijd met de buitenwereld. Het is een innerlijke verschuiving, van aanpassen naar aanvaarden, van stilte uit schaamte naar stilte uit kracht.

Nu weet ik: mijn kinderloosheid is geen afwezigheid, het is een aanwezigheid van iets anders. Iets zonder naam, identiteit, hartslag of entiteit. Mijn leven is niet minder compleet. Het is gewoon een ander verhaal – en dat mag bestaan, ook al is het niet vanzelfsprekend.

Dit is míjn stille revolutie. Ik ben niet enkel een ‘niet-moeder’ of een kattenvrouwtje. Ik ben ook een dochter, een zus, een collega, een buurvrouw, een partner. Ik ben iemand die zorgzaam is, die rekening met anderen houdt, die liefde te geven heeft – en dat hoeft niet per se aan een eigen kind te zijn. Ik ben iemand met een keuze, met betekenis, met een plek in de wereld. En die plek hoeft niet meer fluisterend verdedigd te worden. Die mag klinken. Niet luid, maar wel stevig. De zee spiegelt, de wind luistert en neemt mijn woorden mee, ooit zullen ze land bereiken. Aarden op zee.

Halverwege de blauwe woestijn

Vissers’dorp’ midden in de oceaan

Dag 19. Inmiddels zijn we bijna op de helft van de oversteek: nog tweeduizend mijl te gaan. De dagen rijgen zich aaneen. Hoeveel dagen nog precies, dat zullen we vanzelf wel merken. Het komt niet langer op een dag meer of minder aan. We lezen ons suf, repareren het hoognodige, passen de zeilen continu aan en kokerellen in de kombuis. De allerlaatste schillen papaja, ananas en avocado vliegen overboord. De moederyoghurt wil na een paar rondes niet meer lukken. Maar de broden zijn gelukkig geen misbaksels. Niels certificeert me als beste bakker van de regio! De kleffe Bimbo-broden uit Panama waren dan ook niet heel moeilijk te overtreffen.

Bij 105 graden westerlengte gaat de klok een uur terug en dat zullen we deze tocht nog eens drie keer moeten doen. Met tien uur tijdsverschil geraken we steeds verder van huis, al blijft dat met enkel de tijdsaanduiding en het blauw om ons heen wat abstract. Wel filosoferen we een tijdje over tijd en ruimte. Totdat we plots een drijvend dorp van Chinese visboten binnen komen zeilen. Of beter gezegd: stad. Midden op de oceaan! Met zonsondergang varen we er dwars doorheen en vergapen we ons aan de vele roestbakken die hier al jaren en jaren aan een drijfanker liggen. Tientallen bemanningsleden zwaaien vanaf hun achterplecht naar dat kleine bootje dat glorieus in al haar vrijheid voorbijkomt komt zeilen.

We dachten dat we alleen waren, maar nu worden we omringd door honderden schepen, duizenden mensen. Toch staat het huilen ons nader dan het lachen, want gezamenlijk vissen ze hier de oceaan leeg. De zon gaat onder, de tl-balken op de schepen plinken aan. Nog tot diep in de nacht zien we van een afstand velden aan lichtvervuiling in de donkere einder. Heel surrealistisch.

18 jaar samen

Dag 21. Op het juiste moment hebben we te midden van deze blauwe woestijn een persoonlijke mijlpaal te vieren. We zijn achttien jaar samen. Ik denk dat het een kracht is – voor zo’n reis als deze – dat we elkaar goed kennen, dat we weten wat we aan elkaar hebben en wat we van elkaar kunnen verwachten. Want ál het andere is onzeker en dat is soms spannend. Maar bij elkaar voelen we ons veilig. Zelfs voor een doorgewinterd stel als wij is het pittig om elk uur van elke dag samen te zijn, samen te ondernemen, samen op een heel kleine ruimte te leven. Daardoor blijven we elkaar opnieuw leren kennen.

Tig keer hebben we op het punt van scheiden gestaan, maar we zijn ook minstens zo vaak weer verliefd op elkaar geworden. Deze heuglijke dag is dus goed voor de moraal en we trekken wat luxe potjes en blikjes open voor een feestelijke tapas. Zoals we dat toentertijd, als negentienjarigen, ook deden.

En zoals altijd volgt na ieder hoogtepunt een dieptepunt.

Verdwaald

Dag 29. “Nog steeds hetzelfde uitzicht,” mompel ik vanuit de kuip naar binnen. Met een tandenborstel in mijn mond en een kam tussen mijn bikinitopje tuur ik minutenlang om me heen. Een blauwe woestijn. Het duurt nog zeker een week voordat we land in zicht krijgen. En nu hebben we een lekkage ontdekt. Dat land lijkt haast onbereikbaar. We zijn verdwaald. Zo kwetsbaar als in een zandwoestijn. Onze piramide van Maslow blijkt een kaartenhuis: de primaire levensbehoeftes die ons staande moeten houden – eten, drinken, een stevig huis, een veilige omgeving – vallen nu een voor een weg.

Wat blijft er nog over? Die vraag in het achterhoofd, en alles wat verder gaandeweg misgaat, wekt veel frustraties op. Lau en Helga zijn meer van de partij dan anders – en geven vooral Black Moon de wind van voren.

Vooraf kun je bedenken hoe je zult reageren in een situatie als deze. Maar de theorie houdt er geen rekening mee dat je inmiddels drie weken op zee zit, dat je al tig nachten op rij niet fatsoenlijk hebt geslapen, dat je lijf moe is, dat je het blikvoer beu bent, dat je elkaar even niet meer zo leuk vindt, dat je baalt van jezelf, dat je gedachten steeds een loopje met je nemen en je dus niet helder meer kunt nadenken. De praktijk is gewoonweg net anders. En we gaan er ook allebei anders mee om.

Niels handelt, ik verstijf. Hij denkt in het allerergste scenario, ik bagatelliseer, het zal allemaal wel meevallen. Hij schreeuwt moord en brand, ik krop het liever op. Hij explodeert, ik implodeer. Hij komt met pragmatische ideeën, ik schrijf het liever van me af. Ik zou willen dat ik het zoals Niels kon doen, maar balans aan boord is ook belangrijk.

Avontuur - Boekomslag Aarden op zee
Boekomslag Aarden op zee

Stranden we hier?

Zonder er al te lang over na te denken trekt Niels het tapijt in het gangetje open en ramt de natte, houten panelen eruit. Binnen een mum van tijd is de chaos binnen compleet. Vervolgens duikt hij te water om de scheg van buiten te controleren. Zodra hij eraan wiebelt, inspecteer ik de beweging van binnenuit. Hoe harder hij wiebelt, hoe meer water binnensijpelt. Conclusie: de scheg – het deel tussen de kiel en het roerblad – is door de continue beweging en druk van het water gaan delamineren. Daardoor verdwijnt de samenhang van het materiaal en kruipt er heel langzaam water doorheen.

Terwijl Black Moon op de automatische piloot doorvaart, discussiëren we, panikeren we, maken onze gedachten overuren. Eindigt hier dan onze reis? Waar ook ter wereld, overal liggen gestrande boten, gestrande dromen. We zijn heus niet blind, de kans bestaat dat het ons ook overkomt. Dus wordt dit dan ons einde?

Op dit moment voelt alles te zwaar, zó zwaar dat we bijna zinken en dat we van elkaar afdrijven – de boot drijvende houden is het enige dat nu telt. We moeten dit zien te overleven.

Aan de bak

Een tijdelijke oplossing met epoxy volgt. We knippen stroken glasvezel, mengen de epoxy met verharder in een leeg jampotje en smeren het plakkerige goedje net zo lang totdat de noodvoorraad op is. Quick and dirty. Het is hopelijk nét genoeg om de huidige lekkage tegen te gaan en om veel erger te voorkomen.

Wanneer alles is opgeruimd, ploffen we op de bank om even aan de realiteit te ontsnappen. Met een bak popcorn als avondeten kruip ik tegen Niels aan. “Ik ben er weer, en jij?’”Hij knikt. “We doen het maar wel samen, hè? Samen kunnen we alles aan.” Ik knik. Soms lopen we allebei een andere kant uit, en lijken we verdwaald, maar we vinden elkaar altijd weer terug.

Dag 37. Krokante snoeten, wallende ogen, zoute wimpers, vereelte handen, stramme lijven, verslonden boeken, geschavielde lijnen, gekrakeelde zeilen, geplunderde voorraden en een pleister op de boot… En dan: land in zicht!

Benieuwd naar het vervolg? In het voorgaande blog lees je hoe Greetje na 37 dagen op zee in Frans-Polynesië aankwam. En in het boek ´Aarden op zee´ lees je uiteraard het complete verhaal, van vertrek uit Nederland tot heden!

Aarden op zee‘ makkelijk & snel online bestellen

Over dit Wereldwijf: Greetje Tops - Wereld

Ahoi, mijn naam is Greetje Tops en samen met mijn partner zijn we in 2020 vertrokken voor een wereldreis. Zeilend! We delen onze avonturen met Black Moon, wat niet altijd rozengeur en maneschijn is, het geeft stof tot nadenken en daar reflecteer ik graag op via mijn blogs op Black Moon. En af en toe bij de Wereldwijven.