Advocaat tussen de vluchtelingen: zomervakantie in een opvangcentrum
Wereldwijf Willemijn (47) is advocaat en reisde in 2015 en 2016 een paar keer heen en weer tussen Nederland en Griekenland, een paar keer Lesbos en een keer Idomeni aan de Grieks-Macedonische grens, om met eigen ogen te zien hoe het de vluchtelingen verging en om zo veel mogelijk hulp te bieden. Op Lesbos verleende zij humanitaire hulp, in Idomeni juridische hulp.
Zomer op Lesbos
We zijn alweer een tijdje thuis. We hebben een heel bijzondere en onvergetelijke zomervakantie op Lesbos achter de rug. En ‘wij’ zijn: mijn man, Klaas, ik, en onze kinderen Julius (14), Alexine (12) en Sam (9). “Pling”. Een whatsapp voor mijn dochter: ‘I miss you xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx’. Dit soort appjes van haar nieuwe vriendinnetjes in het Caritas hotel in Lesbos krijgt ze vaker, meestal kort, in gebrekkig Engels en vooral met veel hartjes en smileys. Soms zit er ook eentje in het Arabisch of Farsi bij. Daar moeten we dan hard om lachen. Hele whatsapp ‘gesprekken’ volgen. Want dat doen meisjes van twaalf.
Gewoon spelen met vriendjes
Vooral het afgelopen jaar wordt er bij ons aan de keukentafel veel gesproken over vluchtelingen, het ‘hoe en waarom’ van de vluchtelingencrisis en over mijn ervaringen op Lesbos in oktober 2015 en in Noord Griekenland in mei 2016. Zo is ons, of eigenlijk Sams, idee om met het gezin naar Lesbos te gaan, ontstaan. ‘Ik ga dan gewoon met kinderen spelen. Daar worden zij blij van en ik ook. Een ‘win – win’ in onze vakantie, toch mam?’ Hij heeft gelijk gekregen.
Nagels lakken
Natuurlijk zijn onze kinderen onder de indruk. Van alles eigenlijk. Maar ze zijn vooral blij. Gewoon spelen met andere kinderen. Het maakt niet uit met wie, hoe je er uit ziet, waar en waarmee. Niets is zo gemakkelijk als kinderen onder elkaar. Mijn dochter brengt dagen door met kleuren, tekenen, loomen en vooral nagellakken. Bepakt en bezakt met alle mogelijke kleurtjes, satéprikkers voor de stipjes, smileys en sterretjes, watjes en nagellakremover zet ze aan een tafeltje haar nagellak-salon op. Alle meisjes staan keurig twee aan twee in een rij te wachten tot ze aan de beurt zijn. Geen onvertogen woord, helemaal niets. Als Alexine het maar doet, niet zelf, niet een ander en niet ik.
Jongens van veertien
Mijn zoon van veertien is aan het chillen met de wat oudere jongens. Gewoon een beetje hangen en praten, dat doen jongens van veertien. Hij damt (of iets wat op dammen lijkt) wat af. Met gemak krijgen hij en Sam iedere dag twee elftallen met jongens van alle leeftijden bij elkaar en wordt er naar hartenlust een potje gevoetbald. Een scheidsrechter is niet nodig. Gewoon net als op het schoolplein, alleen dan in 40 graden. Sam en Julius zijn helemaal verbaasd als ze zien dat er kinderen zijn die weten wat cricket is. Fantastisch, want ze zijn thuis niet gewend dat andere kinderen hun lievelingssport kennen en ook nog weten wat de regels zijn. ‘Tjeemi mam, die jongens uit Afghanistan kunnen echt vet goed bowlen en batten.’
Tekeningen van de oorlog
Mijn jongste mannetje rent zich suf als er weer een groepje kleine kinderen z’n pet willen afpakken. Dat wordt al snel een spelletje. Iedere dag, als hij de auto uitstapt, staat er weer een groepje klaar en zoef… weg is ie. Hij kleurt en tekent veel met de kinderen. Het valt hem op dat een aantal kinderen drie tekeningen maken, al dan niet op één A4-tje, van waar ze vandaan komen, van de reis en van het huis en land waar ze naar toe willen. Sam moet van de kinderen een paar keer een Nederlands paspoort tekenen. Die tekeningen leveren veel gesprekstof op. Dat geldt natuurlijk ook voor de situatie in het hotel en de kampen, voor de verwondingen van oorlog die ze te zien krijgen en voor de vreselijke verhalen die ze van de kinderen horen. Dat is natuurlijk heftig en confronterend, maar de blijdschap overheerst bij mijn kinderen. Ze voelen dat ze de kinderen in het Caritas hotel en zichzelf bijzondere en mooie dagen hebben bezorgd en vooral veel plezier! En mijn man en ik? Wij worden vooral bedankt en veel geknuffeld door ouders: ‘Thank you for bringing your babies.’ En wij bedanken hen….
Willemijn van Noortwijk








